VNG Utrecht

De Kaasschaaf voorbij – Besturen in moeilijke tijden

De financiële crisis en economische recessie die daaruit voortvloeide stelt ook de gemeenten voor een grote bestuurlijke opgave. Want er zal fors bezuinigd moeten worden, zonder al te veel in te leveren op de lokale bestuurskracht.

Op rijksniveau hebben twintig ambtelijke werkgroepen de diverse mogelijkheden om te bezuinigen op een rijtje gezet. De inzet was om op alle beleidsterreinen te komen tot een bezuiniging van twintig procent. Een volledig overzicht van die exercitie vindt u op deze pagina van de website van het ministerie van Financiën.

Rapport 18 gaat over de bestuurlijke organisatie van Nederland. Een samenvatting vindt u hier. De verantwoordelijke werkgroep schetst in haar rapportage twee perspectieven voor het openbaar bestuur voor de langere termijn. In variant I worden provincies en waterschappen opgeheven en hun taken verdeeld over rijk en gemeenten. De gemeenten zijn de enige decentrale bestuurslaag. Schaalvergroting van gemeenten tot 25 à 30 ‘regiogemeenten’ is daarvoor noodzakelijk. Het rijk is het nieuwe middenbestuur tussen de EU en de gemeenten.
In Variant II blijft het middenbestuur bestaan. Gemeenten worden de eerste overheid voor zorg en welzijn. De provincies krijgen een versterkte focus op het ruimtelijk-economisch domein. Bij deze vergroting van decentrale taken, past ook een vergroting van de schaal naar 100 tot 150 gemeenten en 5 tot 8 provincies. De waterschappen kunnen als functioneel bestuur blijven bestaan of deels worden ondergebracht bij provincies en/of gemeenten.

Daarnaast wordt een korting op het Provinciefonds en het Gemeentefonds voorgesteld. De werkgroep meent dat op het Gemeentefonds vanaf 2015 structureel € 1,7 miljard per jaar kan worden bezuinigd. Om de volledige bijstelling van het gemeentefonds verantwoord te kunnen doorvoeren zou volgens de werkgroep wel een aanpassing nodig kunnen van de verdelingssystematiek van het Gemeentefonds nodig zijn. Dat moet uit nader onderzoek blijken.

De landelijke VNG heeft een uitgebreide reactie op de heroverwegingsvoorstellen geformuleerd. Daarin typeert zij de voorstellen als "een mix van interessante kansen en grote bedreigingen". Met name het feit dat gemeenten vier keer aan de rijksbezuinigingen bijdragen is de VNG een doorn in het oog. Behalve een korting op het Gemeentefonds wordt immers ook voorgesteld om te korten op specifieke uitkeringen of deze zelfs helemaal af te schaffen. Verder wil de werkgroep taken naar gemeenten overhevelen zonder daarvoor voldoende middelen beschikbaar te stellen, en resulteren diverse rijksbezuinigingen op andere terreinen tot een verhoging van de kosten voor gemeenten. De VNG: "Gemeenten worden terecht gezien als de eerste overheid die het beste diverse, nu nog rijks- en provincietaken, kan uitvoeren. De verschillende voorstellen erkennen dit. Het is dan ook zaak om deze verantwoordelijkheid te ondersteunen met beleidsruimte, voldoende financiële middelen en een groter eigen belastinggebied. Niet als lastenverzwaring voor de burger, maar als lastenverschuiving tussen het rijk en gemeenten. Alleen met deze armslag kunnen de gemeenten de ambities waarmaken."

Desondanks is evident dat deze raadsperiode gemeenten voor een forse bezuinigingsopgave worden gesteld. Reden voor de VNG om hierover een speciale website in te richten, met als titel: Slim bezuinigen - Alternatieven voor de kaasschaaf en de botte bijl.

Ook op de website van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is veel informatie te vinden over de financiën van provincies en gemeenten. Hier is onder andere de Begrotingsanalyse te vinden. Met dit instrument kan een individuele gemeente zichzelf vergelijken met een gemeentelijke selectiegroep, met soortgenoten (sociale structuur en centrumfunctie), met het gemiddelde van de gemeenten in de provincie en met de groottegroep. Dit kan leiden tot nieuw inzicht in mogelijkheden tot bezuiniging.

Perspectief van gemeenten

VNG-directieraadvoorzitter Ralph Pans pleitte tijdens het flitscongres 'Het perspectief van gemeenten', gehouden op 12 april 2010 in Amersfoort, voor herstel van de koppeling van de algemene uitkering uit het Gemeentefonds aan de rijksuitgaven, de zogeheten normeringssystematiek.  op 12 april 2010 in Amersfoort. De normeringssystematiek is in het ‘aanvullend beleidsakkoord economische crisis’ van april 2009 voor de jaren 2009, 2010 en 2011 buiten werking gesteld. Dit voorkwam dat gemeenten onbedoeld sterk zouden meeprofiteren van de extra rijksuitgaven om te crisis te bestrijden. Nu wordt echter in de voorstellen van de ambtelijke heroverwegingswerkgroepen het Gemeentefonds met € 1,7 miljard wordt gekort. Dit bedrag is totaal uit verhouding, meent Pans, aangezien een toepassing van de normeringssystematiek zou leiden tot een korting van ‘slechts’ 300 tot 400 miljoen. De koppeling moet daarom zo snel mogelijk worden hersteld.

Op deze pagina van de landelijke VNG-website vindt u meer informatie over het flitscongres en daar gepresenteerde informatie en documentatie.

Voorjaarscongres 2010

VNG afdeling Utrecht heeft de gemeentelijke bezuinigingsopgave tot centraal thema uitgeroepen van het Voorjaarscongres 2010. Klik hier voor een terugblik op deze bijeenkomst.

Overige links

  • Op de website van Binnenlands Bestuur verscheen op 12 april 2010 een artikel van Hans Bekkers over de 'knip- en scheerbeurt' die provincies en gemeenten te wachten staat. 
  • Nicis Institute heeft de 20 heroverwegingsadviezen teruggebracht tot acht samenhangende hoofdstukken met daarin de voor steden belangrijkste overwegingen en aanbevelingen. Op de website gemeente.nu licht Nicis-directeur Gerard Schouw de bevindingen nader toe. Zijn top vijf van meest kansrijke adviezen:
    1. Decentralisatie van taken op het gebied van welzijn, werk en onderwijs
    2. Herindelingen tot sterke centrumgemeenten
    3. Het aanpakken van de woningmarkt
    4. Efficiënter werken
    5. Minder bestuurlijke drukte
  • Uit onderzoek van NOS Net blijkt dat de nieuwe colleges van burgemeester en wethouders vooral plannen hebben om te bezuinigen op het ambtenarenapparaat en de inhuur van externe adviseurs.