VNG Utrecht

Herverdeling VROM-taken blijkt nog hele klus

De handhaving van de regelgeving op het gebied van het omgevingsrecht laat te wensen over, zo constateerde minister Cramer van VROM in 2007 in het kader van het Meerjarenprogramma herijking VROM-regelgeving. Daarom werd begin 2008 de Commissie Herziening Handhavingsstelsel VROM-regelgeving ingesteld.

Deze commissie, onder leiding van Jan Mans, oud-burgemeester van Enschede, werd gevraagd onderzoek te doen naar de houdbaarheid van het bestaande stelsel van de handhaving en het toezicht op de naleving van de VROM-regelgeving op de langere termijn (met inbegrip van de huidige bevoegdheidsverdeling) en de aanpassingen die nodig zijn in het belang van een effectieve, efficiënte en doelgerichte handhaving van de VROM-regelgeving. In het bijzonder zou moeten worden gekeken naar de deelproblemen ketenhandhaving, afstemming bestuursrecht-strafrecht, domeintoezicht en “level playing field”.

De Commissie Mans kwam in juli 2008 met haar eindrapport: 'De tijd is rijp'. Zij adviseert het kabinet daarin om wettelijk te regelen dat er 25 regionale omgevingsdiensten worden ingericht om de handhaving beter te kunnen uitvoeren.

Klik hier voor het persbericht met daarbij het rapport als download.

Het kabinet kwam op 4 november 2008 met zijn reactie en gaf daarin aan in te willen zetten op een eindbeeld waarin sprake is van maximaal 25 regionale uitvoeringsorganisaties, de zogeheten ‘omgevingsdiensten’.

VNG en IPO konden zich hierin niet vinden, en kregen van het kabinet de ruimte om in april 2009 met een alternatief gezamenlijk voorstel te komen. Leidraad voor de besprekingen was het Eindbeeld Uitvoering VROM-taken, dat de VNG donderdag 12 maart 2009 presenteerde. De besprekingen leidden niet tot het gewenste resultaat. Klik hier voor de reactie van de VNG die daar 24 april 2009 op volgde.

Provinciaal overleg

Ondertussen vond in alle provincies overleg plaats, met als doel tot een provinciebreed gedragen alternatief voorstel te komen met maatwerk voor de eigen provinciale situatie. Ook in Utrecht wordt hierover gesproken. De betrokken partners in Utrecht zijn: alle gemeenten, de regionale milieudiensten, de waterschappen en de provincie. De provincie is benoemd tot procesregisseur.

Een eerste overleg vond plaats op 27 november 2008. Daarin werd besloten tot een gezamenlijke verkenning. De uitkomst daarvan is gepresenteerd tijdens een tweede bestuurlijke bijeenkomst op 25 maart 2009.
Klik hier voor de brief van gedeputeerde Wouter de Jong, waarin hij verslag doet van deze bijeenkomst.

In zijn brief van 11 mei 2009 aan alle gemeentesecretarissen geeft de Utrechtse provinciesecretaris Herman Sietsma aan gewoon door te willen gaan op de ingeslagen weg, los van de ontwikkelingen op landelijk niveau, die uiteindelijk tot een verbetering van de uitvoering van vergunningverlening en handhaving moet gaan leiden. Voorzien is nu een vervolgbijeenkomst op 23 september aanstaande, waar een Utrechts voorstel wordt gepresenteerd, met afspraken over welke uitvoeringsorganisatie(s) partijen in Utrecht met elkaar willen organiseren en hoe het eindbeeld er in Utrecht in grote lijnen uit zou moeten zien.
Klik hier voor de brief van Herman Sietsma.

Packagedeal

Op 3 juli 2009 stuurde gedeputeerde Wouter de Jong een brief rond met de laatste stand van zaken. Daarin beschrijft hij hoe in de afgelopen maanden druk is onderhandeld tussen VROM, Justitie, IPO en VNG, met een "packagedeal" als concreet resultaat. 

De packagedeal, waarover minister Cramer de Tweede Kamer op 19 juni 2009 per brief heeft geïnformeerd, gaat uit van invoering van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo, de omgevingsvergunning) per 1 januari 2010. Er komen wettelijke kwaliteitscriteria, zoals die nu al voor de milieuhandhaving gelden. Deze gaan gelden voor alle Wabobrede activiteiten op het gebied van vergunningverlening en handhaving. Er worden per 1 januari 2012 uitvoeringsdiensten ingesteld, die in beginsel congruent dienen te zijn aan de politieregio's. Provincies en gemeenten dienen wettelijk verplicht een minimumtakenpakket neer te leggen bij de uitvoeringsdiensten. De essentie is dat het moet gaan om complexe milieuzaken waarvoor gebundelde expertise nodig is en handhavingszaken met een bovenlokaal karakter (ketenhandhaving). Bouwen en wonen blijven primair een zaak van de gemeenten. Partijen kunnen zelf wel meerdere taken aan de uitvoeringsdiensten overdragen.

Terwijl de Tweede Kamer op 29 juni 2009 haar instemming verleende aan de Wabo (klik hier voor het nieuwsbericht) gaf het IPO-bestuur zijn goedkeuring aan de packagedeal. En ook de VNG heeft de deal - met een positief advies - ter goedkeuring aan haar leden voorgelegd.

Voor het door provinciesecretaris Sietsma in mei geschetste proces in de provincie Utrecht heeft de packagedeal wel een aantal gevolgen. Twee kritische deadlines zijn erbij gekomen:

  • de provincie dient voor 1 januari 2010 een - bestuurlijk door alle partijen geaccordeerd - concreet voorstel voor een organisatiemodel, schaalgrootte en juridische vorm van één of meerdere uitvoeringsdiensten aan te leveren;
  • bij afwijking van congruentie met de politieregio dient vóór 1 december 2009 een voorstel ingediend te worden.

 

In een eerste ambtelijke beschouwing van de packagedeal op 25 juni is met een dwarsdoorsnede van de Utrechtse gemeenten en de drie regionale milieudiensten een aantal aanpassingen op het proces afgesproken:

  • Juli wordt benut om de feitelijke gegevens (aantallen, fte's, hoe is iets nu georganiseerd) rond de verplichte en mogelijke taken van een uitvoeringsdienst aan te scherpen. De provincie komt zo spoedig mogelijk met een voorstel voor de organisatie hiervan;
  • Op 6 augustus worden over deze feitelijkheden 's ochtends en 's middags ambtelijke brainstormsessies gehouden, met als insteek: hoe kun je ieder taakveld het beste organiseren;
  • De resultaten worden gelegd naast de in de bijeenkomst van 25 maart geformuleerde uitgangspunten en de mogelijke organisatiemodellen;
  • In juli/augustus worden ook gesprekken met het bedrijfsleven georganiseerd om hun visie op de gewenste toekomstige situatie in Utrecht te vragen;
  • Alles wordt besproken in een ambtelijke anderhalfdaagse op 26/27 augustus (inclusief overnachting). De bijeenkomst is bedoeld om een concreet voorstel voor te bereiden, dat de Utrechtse gemeenten op 23 september ter besluitvorming zal worden voorgelegd.

 

Klik hier voor de brief van gedeputeerde De Jong van 3 juli 2009.
Klik hier voor de brief van minister Cramer aan de Tweede Kamer van 19 juni 2009.
Klik hier voor een conceptoverzicht van het zogeheten Basistakenpakket toezicht, handhaving en vergunningen.
Klik hier voor het verslag van de ambtelijke eerste beschouwing van de Packagedeal, tijdens een bijeenkomst op 25 juni 2009. 

Uitkomst ledenraadpleging

Op landelijk niveau heeft de VNG na ledenraadpleging op 10 september 2009 een brief gestuurd naar minister Cramer. Daarin wordt gemeld dat de VNG-leden hebben ingestemd met het principeakkoord over de uitvoering van de Wabo en de handhaving van VROM-regelgeving. Maar de door het ministerie van VROM voorgestelde uitwerking van het basistakenpakket voor regionale uitvoeringsorganisaties, de zogenoemde bijlage, is verworpen. Gemeenten vinden namelijk dat hierin taken zijn opgenomen die niet als complex of bovenlokaal kunnen worden beschouwd. 

Vertraging

Nadat er ook al problemen met de automatisering waren geconstateerd (klik hier voor het artikel van Binnenlands Bestuur) besloot minister Cramer op 29 september 2009 tot uitstel van de invoering van de Wabo met "enkele maanden". Klik hier voor het persbericht.

Zorgen

In een brief aan de landelijke VNG heeft VNG Flevoland nog eens haar zorgen uiteengezet over de plannen van het kabinet om op rijksniveau kwaliteitseisen te formuleren voor de omgevingsvergunning .

Volgens VNG Flevoland moeten gemeenten vrij blijven in de wijze waarop zij producten tot stand brengen. "De voorgestelde kwaliteitscriteria zijn een keurslijf waarin alle gemeenten worden gedwongen, zonder dat dit keurslijf een garantie biedt van een kwalitatief goed product. Minstens moet worden geconcludeerd dat het niet uitgesloten is dat ook op een andere wijze de gewenste kwaliteit van het product kan worden bereikt. Gemeenten laten zich graag afrekenen op de kwaliteit van hun producten maar willen graag de vrijheid behouden hoe zij dit product tot stand brengen. Creativiteit en lokaal maatwerk buiten het nu voorgestelde keurslijf moet daarbij mogelijk blijven."

De kwaliteitscriteria zijn een middel om via een omweg toch weer tot een verplichte omgevingsdienst te komen, zo vreest VNG Flevoland. "De Wabo is vastgesteld onder de uitdrukkelijke voorwaarde/toezegging dat er geen verplichte omgevingdienst zou komen. Door de nu voorliggende kwaliteitscriteria wordt deze verplichting, via de weg van 'kwaliteitscriteria', opnieuw geïntroduceerd."

Klik hier voor de brief van VNG Flevoland aan de landelijke VNG.

Reacties op kwaliteitscriteria

De concept-kwaliteitscriteria voor het omgevingsrecht lagen in de eerste helft van oktober 2009 voor commentaar ter inzage. Er is uiteindelijk 165 keer digitaal ingesproken namens provincies en gemeenten. Circa 75 mensen deden mee aan een workshop over de kwaliteitscriteria. In veel reacties werd gewezen op onduidelijkheid, complexiteit, detaillering en onnavolgbaarheid van de normen. De opzet, vormgeving en communicatie hebben daardoor tot misverstanden geleid.

Dat leidt tot 7 aanbevelingen:

  1. Zorg voor een goede en eenduidige toelichting op de criteria.
  2. Gebruik de criteria vooral om te bepalen waar in de organisatie kwaliteitsverbetering nodig is.
  3. Verbeter de methodologische kant van de criteria.
  4. Start de kwaliteitsverbetering met goede weergave van de feitelijke situatie in de organisatie.
  5. Zorg voor een instrument dat de hoeveelheid expertise in de organisatie zichtbaar maakt.
  6. Voer de kwaliteitsverbetering in fasen uit.
  7. Beloon organisaties die sneller dan gewenst de kwaliteitsverbetering doorvoeren.

 

Het concept-rapport over de kwaliteitscriteria zal nu worden verbeterd en verduidelijkt op basis van de ingebrachte kritiek en suggesties. Deze aanpassingen worden begeleid door de Projectgroep Kwaliteitscriteria, waarin alle overheden zijn vertegenwoordigd. Het eindrapport van KPMG verschijnt naar verwachting eind november 2009.

Klik hier voor het nieuwsbericht op de website van het ministerie van VROM.
Klik hier voor de rapportage over de ontvangen reacties.

Utrecht ondertekent intentieverklaring

De Utrechtse gemeenten, waterschappen en de provincie hebben op donderdag 19 november een intentieverklaring ondertekend, waarin zij verklaren achter de oprichting van een gezamenlijke regionale uitvoeringsdienst te staan. De uitvoeringsdienst moet uiterlijk 1 januari 2012 operationeel zijn.

Met de ondertekening van de Intentieverklaring loopt Utrecht vooruit op het bestuurlijk overleg tussen IPO, VNG en het ministerie van VROM van begin december. Men wilde liever zelf vóór 1 december een besluit nemen, dan na 1 december van rijkswege een - materieel hetzelfde - besluit opgelegd krijgen.

De Utrechtse partners zijn blij met de recente bijstelling van de package deal (kleiner pakket) en de kwaliteitscriteria (nu geen criteria voor de kritieke massa). Uitgaande van deze aanpassingen stemmen de Utrechtse partners in met de vorming van één regionale uitvoeringsdienst.

Klik hier voor de 'Intentieverklaring tot uitwerking van de uitvoeringsorganisatie in de provincie Utrecht'.

In een interview met vngutrecht.nl verklaart verantwoordelijk gedeputeerde De Jong blij te zijn met de intentieverklaring. “De uitvoeringsdiensten hebben met name te maken met de kwaliteit van de vergunningverlening, de handhaving en het toezicht. Zij zijn voortgekomen uit de rapportages van de commissies Mans en Oosting, waarin werd gewezen op de tekortschietende kwaliteit van de vergunningverlening, de handhaving en het toezicht. Het was allemaal veel te complex geregeld. En dat gaat nu veranderen.”

Volgens De Jong is de operatie pas geslaagd als uit toetsing blijkt dat er ook daadwerkelijk meer kwaliteit wordt geleverd. "Als dat niet zo is, schieten we hier natuurlijk niets mee op. Er is een behoorlijk klemmend advies gegeven vanuit de commissies Mans en Oosting. We kunnen het ons dus niet veroorloven om ons te verschuilen achter discussies over bestuurlijke autonomie. Het maakt me dus ook helemaal niet uit dat ook wij als provincie moeten inleveren. We zitten hier niet voor onszelf. Het is juist belangrijk dat er een robuust takenpakket ligt, zowel voor de gemeenten als voor de uitvoeringsdiensten. Als dat zo is, ben ik ervan overtuigd dat deze nieuwe aanpak echt goed kan gaan functioneren."

Klik hier voor het interview met gedeputeerde Wouter de Jong.

Eerste Kamer stemt in met Wabo

Op dinsdag 23 maart 2010 stemde de Eerste Kamer in met de invoering van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).Heikel punt bij de behandeling van het wetsvoorstel waren opnieuw de omgevings- of regionale uitvoeringsdiensten. Eerder al had een meerderheid in de Eerste Kamer aangegeven dat deelname hieraan aan de gemeenten en provincies moet worden overgelaten. Dat standpunt werd per motie nog eens bevestigd en unaniem gesteund. Demissionair minister Huizinga van VROM had de motie juist ontraden.

Klik hier voor het persbericht van het ministerie van VROM.

Volgens planning zou de wet vervolgens per 1 juli 2010 in werking treden. Of dat zou gaan lukken hing onder andere af van de vraag of de ICT-problemen rond de implementatie van de omgevingsvergunning op tijd zouen zijn opgelost. De landelijke VNG heeft daarover in een brief aan de minister op 24 februari 2010 haar twijfels geuit.

Op 1 juni kwam dan ook het bericht dat het ministerie van VROM in overleg met VNG, IPO en UvW had besloten om de invoering van de Wabo uit te stellen tot 1 oktober 2010. Klik naar het nieuwsbericht op deze website of naar het complete persbericht op de website van het ministerie van VROM.

Zeister Beraad

Op 31 maart en 1 april 2010 zijn in Zeist medewerkers van gemeenten, provincies, waterschappen en hun koepels, departementen, politie en OM bij elkaar gekomen. Tijdens dit Zeister Beraad is nogmaals de noodzaak onderstreept om samen te werken aan het verbeteren van de kwaliteit van vergunningverlening, toezicht, (bestuurlijke en strafrechtelijke) handhaving en opsporing van de VROM-regels in het hele land.

De hierboven genoemde package deal van juni 2009 is voor alle betrokkenen nog altijd een belangrijk referentiepunt. Het Zeister Beraad heeft echter wel geconstateerd dat de samenwerking in het land een wisselend beeld geeft. Gesproken is over de voorwaarden waaronder die samenwerking versterkt kan worden, zodat er per 1 januari 2012 overal in het land Regionale Uitvoeringsdiensten in werking zijn getreden.

Het Zeister Beraad heeft geconstateerd dat er in de eerste plaats behoefte is aan meer ruimte voor de ambities van individuele partijen voor regionaal maatwerk. Tegelijkertijd is vastgesteld dat er ook grenzen moeten zijn, willen overheden met elkaar de geambieerde kwaliteit realiseren. Daarmee is in Zeist een bottom up antwoord gegeven op de vragen van de Eerste Kamer.

Vertrekpunt voor het regionale maatwerk vormen de intenties tussen provincies en de regio's uit december 2009. Provincies en gemeenten moeten het met elkaar eens zijn over eventuele afwijking van de in december 2009 ingediende plannen. In Zeist zijn hierover nadere afspraken gemaakt. De provincies en het rijk hebben de benodigde ruimte gegeven.
Om het gezamenlijk proces beter te organiseren is aan de VNG een actievere inzet gevraagd voor de implementatiefase. Het ministerie van VROM heeft hiervoor financiering in het vooruitzicht gesteld.

De ambtelijke conclusies zijn vervat in een ambtelijk advies, en zijn tijdens een bestuurlijk overleg in mei besproken.

Meer informatie

Meer informatie over de regionale uitvoeringsdiensten is te vinden op de website www.uitvoeringmetambitie.nl.

Ook kunt u terecht op een van de volgende websites: