VNG Utrecht
22-04-11

Duurzaam verleiden is voor veel gemeenten nog een hele kunst

Gemeenten worstelen nog altijd met de vraag hoe zij bewoners en bedrijven tot duurzaam wonen, werken en recreëren kunnen verleiden. Dat bleek maar weer tijdens het Voorjaarscongres 2011, dat donderdag 21 april werd gehouden in het Fulco Theater te IJsselstein.

‘De duurzame verleiding’, zo luidde de titel van het congres, dat voor het eerst ook via Twitter (@vngutrecht) te volgen was. Daarmee werd verwezen naar de verantwoordelijkheid van gemeenten om burgers en bedrijven te stimuleren tot duurzaam wonen, werken en recreëren. De vraag is welke strategie zij daarvoor het beste kunnen volgen? Wordt het een kwestie van genadeloos afstraffen van ongewenst gedrag? Is het veel meer een zaak van verleiden? Of het is juist de combinatie van beide die tot het meeste succes leidt?

Machtsstrijd
Voor gastspreker Klaas van Egmond, hoogleraar Milieukunde aan de faculteit Geowetenschappen van de Universiteit Utrecht was het duidelijk. Duurzaamheid draait slechts voor een deel om de techniek. “De andere helft van het verhaal zit tussen de oren. Als we daar niet veranderen komen we niet veel verder.”
Het is voor een bestuurder niet eenvoudig om die verandering tot stand te brengen. “In de discussie over duurzaamheid en people, planet, profit, gaat veel mis omdat bestuurders ook maar mensen zijn. Zij laten zich verleiden tot een discussie die algauw ontaardt in touwtrekkerij, bijvoorbeeld tussen het recht op zelfbeschikking van het individu en het gemeenschappelijk belang van de samenleving. Het gevolg is dat de machtsstrijd uiteindelijk belangrijker wordt dan het oplossen van het probleem.”
Een echt goede bestuurder onttrekt zich van die machtsstrijd, meent Van Egmond. “Die brengt waarden en partijen juist bij elkaar. Niet polariseren maar op zoek gaan naar de synthese, het gedeelde belang.”

Discussie
De voordracht van Van Egmond, gebaseerd op zijn boek 'Een Vorm van Beschaving', was de opmaat voor een levendige discussie in verschillende groepen over bestuurlijke dilemma’s op het gebied van duurzaamheid. De uitkomst daarvan werd plenair besproken met een forum, gevormd door Klaas van Egmond, Thijs de Jong, wethouder van de gemeente IJsselstein, Harm van den Heiligenberg, projectleider Utrecht 2040 namens de provincie Utrecht, en Joris Hogenboom, directeur Natuur en Milieufederatie Utrecht.
Volgens wethouder De Jong gaat er met name om de initiatieven die er zijn te stimuleren en partijen te faciliteren. “Wees bescheiden als overheid, en leg vooral je wil niet op.” Van Egmond bleek het daar mee oneens. “Het gebeurt te vaak dat zaken vooral worden gedelegeerd en er veel te weinig wordt geregeld. Het is dus niet goed als je je bescheiden opstelt. Sterker nog: wat mij betreft mogen gemeenten wel wat brutaler zijn.”
Volgens Harm van den Heiligenberg zet de provincie Utrecht vooral in op stimuleren en steeds minder op subsidiëren. “Het voornaamste struikelblok is de botsing tussen het streven naar vernieuwing en de gevestigde belangen. Veel bestuurders blijken vernieuwing voorrang te willen geven. Creëer dan ook de benodigde experimenteerruimte.”
Joris Hogenboom toonde zich sceptisch. “Ook in deze discussie valt mij op dat de gemeenten hoge ambities hebben op het terrein van duurzaamheid. Maar de uitvoering blijft toch nog steeds een zoektocht.” Wat ook tegenzit is het feit dat de maatschappelijke aandacht voor duurzaamheid net over de piek heen is. “Juist nu we moeten doorpakken en met elkaar rond de tafel gaan zitten. Daar ben ik wel bezorg over.”

Klik hier voor een uitgebreide terugblik.