VNG Utrecht
23-11-09

Gedeputeerde De Jong: ‘Belangrijk dat gemeenten zelf hun werk kunnen blijven doen’

Met de ondertekening van een intentieverklaring door provincie, gemeenten en waterschappen is de oprichting van de Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht weer een stap dichterbij gekomen. Tot tevredenheid van de Utrechtse gedeputeerde Wouter de Jong. “We kunnen het ons niet veroorloven om ons te verschuilen achter discussies over bestuurlijke autonomie.”

 

 “Alle partijen zitten in de startblokken”, antwoordt De Jong als hem door vngutrecht.nl wordt gevraagd naar de stand van zaken rond de invoering van de Wabo op provinciaal niveau. “De voorbereidingen zijn getroffen, zowel ten aanzien van de implementatie in onze eigen organisatie als met betrekking tot de samenwerking met de andere overheden in de provincie. Het wachten is nu vooral op het rijk, dat met vertraging kampt in het wetgevingstraject en bij de ontwikkeling van het ICT-instrumentarium.”
Dat het allemaal wat meer tijd vergt, is geen ramp, vindt hij. “Ik ben eigenlijk wel blij dat er geen crashprogramma wordt gevolgd. In de zin van: vandaag de ICT-voorziening gereed; morgen moet het allemaal draaien. We willen er toch een flink aantal maanden mee kunnen proefdraaien voordat het allemaal feitelijk van start gaat. Die ruimte is er nu omdat het wetgevingstraject aan de zijde van het rijk nog lang niet is afgerond.”

Vraagstukken

De gedachte zou kunnen ontstaan dat het ook mooi uitkomt, omdat er nu ook meer tijd voor de totstandkoming van de uitvoeringsdiensten kan worden genomen. Temeer, omdat rond dat thema de meningen de afgelopen maanden nogal eens uiteen leken te lopen. Volgens De Jong is dat echter een heel ander verhaal. “Het zijn zelfstandige vraagstukken. De uitvoeringsdiensten hebben met name te maken met de kwaliteit van de vergunningverlening, de handhaving en het toezicht. Zij zijn voortgekomen uit de rapportages van de commissies Mans en Oosting, waarin werd gewezen op de tekortschietende kwaliteit van de vergunningverlening, de handhaving en het toezicht. Het was allemaal veel te complex geregeld. En dat gaat nu veranderen.”
Bij de invoering van de Wabo draait het vooral om deregulering, decentralisatie en minder bureaucratie voor burgers en bedrijven. “De komst van de Wabo is gewoon een hele goede zaak. Burgers en bedrijven mogen geen last meer hebben van het feit dat meerdere overheden - en binnen die overheden vaak ook nog eens meerdere diensten - werken aan vergunningverlening, toezicht en handhaving. Dat moet gewoon goed en netjes geregeld zijn. Zij moeten bij één loket terecht kunnen. En dan is het niet meer dan logisch om dat loket bij de gemeenten te positioneren. Dat is immers de eerste overheidslaag waar burgers en bedrijven mee te maken krijgen als zij een vergunning aanvagen.”
Het wordt een ander verhaal als er meer specialistische expertise bij komt kijken. “In het geval van een ingewikkelde milieuvergunning moet worden teruggevallen op de deskundigheid die de provincies nu nog in huis hebben en die straks naar de uitvoeringsdiensten gaan. Maar dat ondersteunt alleen maar de beweging dat burgers en bedrijven aan het loket niets hoeven te merken van het feit dat er achter dat loket meerdere partijen aan het werk zijn. De uitvoeringsdiensten vormen een belangrijke ondersteuning van het proces.”

Heikel punt

Toch staan de uitvoeringsdiensten volop ter discussie. Met name de reikwijdte van hun bemoeienis baart veel gemeenten zorgen. “Een heikel punt”, erkent De Jong. “Laten we duidelijk zijn: er is gewoon sprake van een kwaliteitstekort, met name op het terrein van de milieuvergunningen, maar ook als het gaat om bouw- en woningtoezicht. Daar moeten wij als overheden wat mee. De hamvraag is in hoeverre gemeentelijke organisaties in staat zullen zijn die kwaliteit te leveren. Van een aantal zaken, zoals bijvoorbeeld die complexe milieuvergunning, kun je op voorhand al vaststellen dat de gemeenten dat niet kunnen. Dan kun je twee dingen doen. Of alles overhevelen naar de provincie en die vervolgens al het werk laten doen. Maar dat is strijdig met de gedachte dat dat loket voor burgers en bedrijven bij de gemeente moet staan, omdat daar het eerste contact tot stand komt. Of je rekent dat deel van de werkzaamheden waartoe de gemeenten niet in staat zijn tot het takenpakket van de uitvoeringsdiensten. Dat vind ik een alleszins logische gedachte. Ik ontken niet dat ik me soms best een beetje zorgen maak over de eindeloze discussies die er nu plaatsvinden. Ik begrijp de angst van gemeenten ook wel dat taken, die zij nu prima uitvoeren, min of meer onder dwang naar de uitvoeringsdiensten gaan. Daar ben ik zelf evenmin voorstander van. Ik ben lang genoeg wethouder geweest om te weten hoe belangrijk het is dat de gemeenten zelf hun werk kunnen blijven doen, zo dicht mogelijk bij burgers en bedrijfsleven. Maar er zijn gewoon processen die te ingewikkeld zijn en te complex om door gemeenten zelfstandig te kunnen worden uitgevoerd. En ik denk dat de gemeenten dat uiteindelijk ook zullen moeten erkennen. We vinden elkaar op het feit dat we kwaliteit willen leveren, dat we goed toezicht en een goede handhaving willen hebben om een veilige leefomgeving te kunnen garanderen, en dat we daarvoor met elkaar de randvoorwaarden willen creëren. Daar zijn die uitvoeringsdiensten onmisbaar voor.”

Voorspoedig

De discussie hierover mag dan op landelijk niveau nog even doorwoeden, op provinciaal niveau verloopt het proces alleszins voorspoedig. Op 19 november werd daartoe de ‘Intentieverklaring tot uitwerking van de uitvoeringsorganisatie in de provincie Utrecht’ formeel ondertekend door alle gemeenten, waterschappen en de provincie Utrecht.

 “Nu daar een klap op is gegeven zullen we met elkaar in 2010 moeten uitwerken hoe de organisatie er feitelijk uit komt te zien, inclusief aantal medewerkers en begroting”, aldus De Jong. “Voor 1 januari 2011 volgt dan het formele besluit tot oprichting van de uitvoeringsdienst. En per 1 januari 2012 moet het geheel operationeel zijn.”

Daarna zal moeten blijken of deze toch ingrijpende operatie het beoogde effect oplevert. “Het is pas geslaagd als uit toetsing blijkt dat er ook daadwerkelijk meer kwaliteit wordt geleverd. Als dat niet zo is, schieten we hier natuurlijk niets mee op. Er is een behoorlijk klemmend advies gegeven vanuit de commissies Mans en Oosting. We kunnen het ons dus niet veroorloven om ons te verschuilen achter discussies over bestuurlijke autonomie. Het maakt me ook helemaal niet uit dat ook wij als provincie moeten inleveren. We zitten hier niet voor onszelf. Het is juist belangrijk dat er een robuust takenpakket ligt, zowel voor de gemeenten als voor de uitvoeringsdiensten. Als dat zo is, ben ik ervan overtuigd dat deze nieuwe aanpak echt goed kan gaan functioneren.”

 

Resteert de vraag wat het effect is op de relatie tussen provincie en gemeente nu de uitvoeringsdienst daartussen zit. De Jong: “Maar die zit er dus niet tussen. Dat is het grote misverstand. Het is geen nieuwe overheidslaag, maar een organisatie die namens de bevoegde gezagen haar werk doet. Het wordt er dus alleen maar beter op.”

Meer informatie vindt u in het dossier VROM-taken op deze website.