Met de ondertekening van een intentieverklaring door provincie, gemeenten en waterschappen is de oprichting van de Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht weer een stap dichterbij gekomen. Tot tevredenheid van de Utrechtse gedeputeerde Wouter de Jong. “We kunnen het ons niet veroorloven om ons te verschuilen achter discussies over bestuurlijke autonomie.”
Vraagstukken De gedachte zou kunnen ontstaan dat het ook mooi uitkomt, omdat er nu ook meer tijd voor de totstandkoming van de uitvoeringsdiensten kan worden genomen. Temeer, omdat rond dat thema de meningen de afgelopen maanden nogal eens uiteen leken te lopen. Volgens De Jong is dat echter een heel ander verhaal. “Het zijn zelfstandige vraagstukken. De uitvoeringsdiensten hebben met name te maken met de kwaliteit van de vergunningverlening, de handhaving en het toezicht. Zij zijn voortgekomen uit de rapportages van de commissies Mans en Oosting, waarin werd gewezen op de tekortschietende kwaliteit van de vergunningverlening, de handhaving en het toezicht. Het was allemaal veel te complex geregeld. En dat gaat nu veranderen.” Heikel punt Toch staan de uitvoeringsdiensten volop ter discussie. Met name de reikwijdte van hun bemoeienis baart veel gemeenten zorgen. “Een heikel punt”, erkent De Jong. “Laten we duidelijk zijn: er is gewoon sprake van een kwaliteitstekort, met name op het terrein van de milieuvergunningen, maar ook als het gaat om bouw- en woningtoezicht. Daar moeten wij als overheden wat mee. De hamvraag is in hoeverre gemeentelijke organisaties in staat zullen zijn die kwaliteit te leveren. Van een aantal zaken, zoals bijvoorbeeld die complexe milieuvergunning, kun je op voorhand al vaststellen dat de gemeenten dat niet kunnen. Dan kun je twee dingen doen. Of alles overhevelen naar de provincie en die vervolgens al het werk laten doen. Maar dat is strijdig met de gedachte dat dat loket voor burgers en bedrijven bij de gemeente moet staan, omdat daar het eerste contact tot stand komt. Of je rekent dat deel van de werkzaamheden waartoe de gemeenten niet in staat zijn tot het takenpakket van de uitvoeringsdiensten. Dat vind ik een alleszins logische gedachte. Ik ontken niet dat ik me soms best een beetje zorgen maak over de eindeloze discussies die er nu plaatsvinden. Ik begrijp de angst van gemeenten ook wel dat taken, die zij nu prima uitvoeren, min of meer onder dwang naar de uitvoeringsdiensten gaan. Daar ben ik zelf evenmin voorstander van. Ik ben lang genoeg wethouder geweest om te weten hoe belangrijk het is dat de gemeenten zelf hun werk kunnen blijven doen, zo dicht mogelijk bij burgers en bedrijfsleven. Maar er zijn gewoon processen die te ingewikkeld zijn en te complex om door gemeenten zelfstandig te kunnen worden uitgevoerd. En ik denk dat de gemeenten dat uiteindelijk ook zullen moeten erkennen. We vinden elkaar op het feit dat we kwaliteit willen leveren, dat we goed toezicht en een goede handhaving willen hebben om een veilige leefomgeving te kunnen garanderen, en dat we daarvoor met elkaar de randvoorwaarden willen creëren. Daar zijn die uitvoeringsdiensten onmisbaar voor.” Voorspoedig De discussie hierover mag dan op landelijk niveau nog even doorwoeden, op provinciaal niveau verloopt het proces alleszins voorspoedig. Op 19 november werd daartoe de ‘Intentieverklaring tot uitwerking van de uitvoeringsorganisatie in de provincie Utrecht’ formeel ondertekend door alle gemeenten, waterschappen en de provincie Utrecht.
Resteert de vraag wat het effect is op de relatie tussen provincie en gemeente nu de uitvoeringsdienst daartussen zit. De Jong: “Maar die zit er dus niet tussen. Dat is het grote misverstand. Het is geen nieuwe overheidslaag, maar een organisatie die namens de bevoegde gezagen haar werk doet. Het wordt er dus alleen maar beter op.” Meer informatie vindt u in het dossier VROM-taken op deze website. |
23-11-09




