Historie

De Vereniging Afdeling Utrecht van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten werd opgericht op 9 januari 1919. Zoals de officiële naam doet vermoeden, moet haar vroegste historie worden gezocht in de geschiedenis van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.
In de eerste decennia van de twintigste eeuw vonden gemeenten elkaar, om in gezamenlijkheid hun stoffelijke belangen in een steeds complexere samenleving onder de aandacht te brengen van de verschillende overheden, met name van de rijksoverheid. Na een periode van twee jaar voorbereiding vond op 28 februari 1912 in ’s-Gravenhage de oprichtingsvergadering plaats van de Vereeniging van Nederlandsche Gemeenten (VNG). 
Bij de start van de VNG in 1912 hadden zich 28 leden aangesloten. Vanwege het criterium dat een kandidaat-lid van de VNG minimaal het aantal van 10.000 inwoners binnen zijn gemeentegrenzen diende te herbergen, kwamen er binnen de provincie Utrecht maar drie gemeenten in aanmerking om lid te worden, te weten Utrecht, Amersfoort en Zeist. 
Onder invloed van plannen om een afzonderlijke vereniging voor kleine(re) gemeenten op te richten, liet het bestuur van de VNG op 15 juli 1915 de bepaling van het minimale inwonertal vallen. Op 22 december 1914 had echter in Utrecht reeds de officiële oprichtingsvergadering plaatsgevonden van de Vereeniging van kleine stedelijke en plattelandsgemeenten in Nederland (VKSPN). Bij aanvang bleken evenwel maar zes Utrechtse gemeenten lid te zijn geworden, een aantal waarvan in juni 1915 zou blijken dat het slechts tot acht was opgelopen.

Provinciale afdelingen
De oprichting van een afzonderlijke vereniging werd door de VNG desondanks als minder wenselijk geacht. Pas na de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) zou daarin verandering komen. Vanuit de provincie Friesland bereikte de VNG het verzoek tot de instelling van provinciale afdelingen. De Friezen waren vastbesloten een Vereniging van Friese Gemeenten op te richten. Desalniettemin had de Vereniging van Noord-Hollandse Gemeenten met haar oprichting op 11 december 1916 de primeur. De Friese zusterorganisatie werd op 17 januari 1917 opgericht. Dat jaar volgde ook nog de VNG afdeling Overijssel (30 juni 1917).
Zelfstandig, in naam niet altijd refererend naar de landelijke organisatie, maar altijd opgericht mét goedkeuring van de algemene vergadering van de VNG, zag de Vereniging Afdeling Utrecht van de VNG als vierde op rij het levenslicht op 9 januari 1919: zetel gemeente Utrecht. Gerekend vanaf de dag van oprichting werd de vereniging opgericht voor 22 jaren, 11 maanden en 22 dagen. Dat hield in dat haar bestaan zou eindigen op 31 december 1941.
De provincie Utrecht kende rond 1918 72 gemeenten. Er waren grote verschillen waar te nemen tussen grote en kleine gemeenten. Tot de ‘grote’ gemeenten werden Utrecht, Amersfoort en Zeist gerekend. In het eerste jaar werden ongeveer twintig gemeenten lid van de Afdeling Utrecht van de VNG. Het kwam veel voor dat een gemeente geruime tijd lid was van de landelijke VNG, maar nog niet van de Afdeling Utrecht. Een enkele keer was het omgekeerde het geval. Het al dan niet aangaan of zelfs het opzeggen van het lidmaatschap van de VNG afdeling Utrecht had veelal te maken met (de hoogte van) de contributie. Zo was het lidmaatschap niet ipso jure; zowel voor de landelijke als de provinciale vereniging moest apart contributie worden afgedragen. Deze ‘dubbele’ kosten vormde nogal eens het struikelblok om VNG-lid te worden.
Tussen de jaren 1938-1940 werd het hoogste aantal vooroorlogse leden bereikt: 57 van de 71 gemeenten waren lid van de Afdeling Utrecht. Na de Tweede Wereldoorlog (1939-1945) werd ervan uitgegaan dat iedere gemeente in de provincie Utrecht lid was van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en daarmee ook van de provinciale afdeling.

Werkzaamheden
Bij aanvang van haar werkzaamheden zag de Afdeling Utrecht van de VNG als haar taak:

  • het verstrekken van inlichtingen en adviezen
  • de vorming van een afdelingsbibliotheek
  • het aanleggen van een gesystematiseerde verzameling verordeningen
  • het organiseren van cursussen
  • de gemeenschappelijk aankoop van grondstoffen voor gemeentebedrijven en materialen voor het onderhoud van wegen
  • het gezamenlijk exploiteren van werktuigen en inrichtingen
  • de gemeenschappelijk verkoop van bij- en afvalproducten
  • de bestudering en indien nodig de rapportage van ontwerpen of voorgenomen regelingen van de wetgevende macht, de regering of de provincie
  • de bevordering van doeltreffende uitvoering regeling en maatregelen
  • de aanwending van alle wettige middelen gewenst en noodzakelijk, teneinde het doel van de vereniging te bereiken met inachtneming van art. 121 van de Gemeentewet en art. 2 van de statuten van de vereniging.

Het negenkoppige bestuur - statutair het maximum toelaatbare aantal - bestond in de periode 1921-1942 louter uit mannen, veelal van adellijke afkomst. Tot 1934 werd het secretariaat vanuit het Zuid-Hollandse Woerdengevoerd, de woonplaats van de eerste secretaris J.J. Talsma (1884-1961). Nadien was het secretariaat gehuisvest in de gemeentehuizen van respectievelijk Vreeswijk en het naburige Jutphaas (1938-1963).

Bestuur
Het bestuur van de Afdeling Utrecht van de VNG kwam in de regel vier maal per jaar bijeen, maar in de praktijk varieerde de frequentie nog al eens. Ook werd de bepaling inzake de voorgeschreven maanden waarin bestuursvergaderingen dienden plaats te vinden, niet altijd gehonoreerd. Vonden dergelijke vergaderingen in aanvang van het bestaan van de vereniging plaats in Amersfoort, nadien werden bestuurders uitgenodigd naar de provinciehoofdstad te komen. Het afdelingsbestuur onderhield nauwe contacten met de Directie van de VNG.
Indien directieleden niet waren verhinderd, werd door enkele van hen deelgenomen aan bestuursvergaderingen, maar ook aan jaar- en afdelingsvergaderingen. Voorts troffen bestuursleden en Directie elkaar tijdens het regulier overleg – de conferenties - tussen de landelijke organisatie en de provinciale afdelingen; daarmee werd voor het eerst in juni 1920 aangevangen. Voor de landelijke VNG waren ook verschillende provinciale bestuursleden actief in woord en daad. Er werd deelgenomen aan landelijk ingestelde commissies, men bracht preadviezen uit tijdens de VNG-congressen of er werd gepubliceerd in door de VNG uitgegeven periodieken, vakbladen, landelijke of regionale kranten.
Jaarvergaderingen, die niet altijd op gezette tijden plaatsvonden, werden ook aangegrepen om naast allerlei zaken van huishoudelijke aard, als podium te dienen voor sprekers die hun deskundigheid over een actueel onderwerp inbrachten en eventueel in debat gingen met de aanwezige leden.
Naast de jaarvergaderingen vonden er ook (buiten)gewone afdelingsvergaderingen plaats. De vergaderingen die spontaan konden worden belegd, varieerden van één tot vier in getal al dan niet inclusief de jaarvergadering. In tegenstelling tot de jaarvergaderingen die tot na de Tweede Wereldoorlog altijd in de stad Utrecht werden gehouden, konden gewone afdelingsvergaderingen zowel in de provinciehoofdstad als daarbuiten plaatsvinden. Allereerst bedoeld voor de leden kwam het ook voor dat deze bijeenkomsten openstonden voor vertegenwoordigers van gemeenten die (nog) geen lid waren van de afdeling Utrecht. Bovendien werden buiten speciaal daartoe genodigden als de Commissaris der Koningin, de griffier van of Gedeputeerden van de Provinciale Staten, onder het gehoor van overwegend burgemeesters, wethouders en gemeentesecretarissen ook enkele malen ambtenaren gesignaleerd.
In algemene zin werden tijdens de vergaderingen, of dat nu bestuurs-, jaar- of (buiten)gewone vergaderingen waren, veel grote en/of kleine onderwerpen van uiteenlopende aard besproken die kleine of grote uitwerking konden hebben voor enkele of meerdere gemeenten of zelfs een gehele regio. Gemeenschappelijke standpunten over uiteenlopende zaken werden op eigen initiatief of op speciaal verzoek van een der politieke instituties op respectievelijk de lokale, regionale, provinciale en landelijke politieke agenda geplaatst. De eerste twintig jaar van haar bestaan laten een verschuiving zien van aandacht voor landelijke politieke kwesties, veelal in de sfeer van nieuwe wet- en regelgeving, naar onderwerpen die louter voor de provincie Utrecht of een gedeelte daarvan belang waren.

Commissies
Een probaat middel om onderwerpen die speciale aandacht van de Afdeling Utrecht van de VNG trokken, nader te laten bestuderen was de instelling van een commissie. Commissies konden op eigen initiatief worden ingesteld, maar het kwam ook voor dat overheden daarom vroegen; een teken dat de afdeling Utrecht steeds vaker werd gezien als vertegenwoordiger van Utrechtse gemeenten. De samenstelling van een commissie kon verschillen.
Zij kon louter bestaan uit leden van het afdelingsbestuur, maar het kwam ook voor dat, vanwege de inbreng van specifieke kennis, externen werden uitgenodigd zitting te nemen in een provinciale commissie ingesteld onder verantwoordelijkheid van de afdeling Utrecht. Twee voorbeelden van belangrijke commissies waren de commissie die een streekplan voorbereidde voor het oostelijke gedeelte van de provincie Utrecht en de provinciale welstandscommissie.

Oorlogsjaren
Gedurende de oorlogsjaren voorzag de Afdeling Utrecht van de VNG niet in de continuïteit van haar bestaan, dit in tegenstelling tot de landelijke vereniging die dat wel deed. Aan de bestaan van de Afdeling Utrecht kwam formeel dan ook een einde met ingang van 1 januari 1942. Er werd geen nieuwe rechtspersoonlijkheid aangevraagd, waardoor werd vermeden dat de Duitse bezetter greep zou kunnen krijgen op de vereniging en haar financiële middelen. Ondanks het feit dat de vereniging formeel ter ziele was, werden de noodzakelijke werkzaamheden voortgezet door de toenmalige secretaris-penningmeester. Adviezen van de landelijke VNG werden mondeling doorgespeeld aan de Utrechtse gemeenten. Een enkele laatste officieuze bestuursvergadering vond eind oktober 1942 plaats.

Heroprichting
Op 18 januari 1946 werd besloten tot heroprichting van de Afdeling Utrecht van de VNG. Onmiddellijk werd aangenomen dat alle toenmalige 67 Utrechtse gemeenten lid waren. Met terugwerkende kracht werd, met ingang van 1 januari 1942, de Afdeling Utrecht van de VNG opnieuw opgericht.
Op 30 november 1971 hield de Afdeling Utrecht-II van de VNG ook op te bestaan aangezien de termijn van 29 jaar en 11 maanden, zoals gesteld in de statuten van 1947 op deze datum afliep. Dit feit werd niet opgemerkt door het bestuur, waardoor er geen actie werd ondernomen het bestaan van de Afdeling Utrecht van de VNG te continueren. Pas op 12 juni 1985 werden nieuwe statuten - deze keer zonder tijdsbegrenzing en vanuit de nieuwe standplaats Nieuwegein - van de Afdeling Utrecht van de VNG vastgesteld. In Nieuwegein was sinds 7 januari 1983 tot op de dag van vandaag het secretariaat van de vereniging in het gemeentehuis gehuisvest.
Een statutenwijziging op 27 februari 2006 maakte het mogelijk dat het afdelingsbestuur voor het eerst kon worden uitgebreid met een raadsgriffier en een raadslid en in het licht van de veranderde positie van wethouders (als resultaat van de Wet Dualisering), konden ook zij - opnieuw - worden opgenomen in het dagelijks bestuur.
Tot en met 1980 werden naast bestuursvergaderingen enkel jaarvergaderingen gehouden. Met ingang van 1981 werden de algemene ledenvergaderingen halfjaarlijks. Tot en met 1983 werden die in Slot Zeist te Zeist gehouden. Daarna waren de vertegenwoordigers van de gemeenten telkens in een andere gemeente te gast.
De activiteiten van de Afdeling Utrecht namen na de Tweede Wereldoorlog gestaag toe en werden alsmaar diverser, hetgeen zich duidelijk weerspiegelde in het aantal vertegenwoordigingen in veelal landelijke, provinciale of intergemeentelijke commissies, coördinatie- werk- en stuurgroepen, verenigingen en contactraden et cetera.

Sinds 2002 wordt de communicatie tussen de leden van de Afdeling Utrecht bevorderd door gebruikmaking van de website vngutrecht.nl.

Meer informatie

  • Op 9 januari 2009 bestond VNG afdeling Utrecht 90 jaar. Ter gelegenheid daarvan is door historicus Jacques Lemmink een jubileumboek geschreven.
    Klik hier voor deze uitgave in pdf-formaat.
  • Jacques Lemmink heeft ook een inventaris opgesteld van het archief van VNG afdeling Utrecht. Het pdf-bestand van deze inventaris vindt u hier.