VNG Utrecht

Ago Salverda over vertrek uit politiek Leusden: ‘Het verlies kwam heel hard aan’

02-04-10

Dat de PvdA in Leusden verlies zou gaan lijden stond al vast voor de gemeenteraadsverkiezingen van 3 maart 2010. Maar dat het verlies zo fors zou zijn had niemand verwacht. Ago Salverda trok de ultieme consequentie en stapte op. “Ik was wethouder, lijsttrekker èn campagneleider. Het is dus niet meer dan logisch dat ik me persoonlijk verantwoordelijk voel voor de slechte uitslag.”

Na de forse verkiezingswinst van 2006, toen de PvdA in Leusden met vijf zetels even groot werd als het CDA en de VVD, was het een zware domper om daags na de verkiezingsstrijd van 2010 te moeten constateren dat nog twee zetels resteerden. “Dat kwam heel hard aan”, erkent Salverda. “Ik had namelijk gerekend op drie en gehoopt op vier.”
De landelijke trend speelde zeker ook in de Leusdense stemhokjes mee. “Maar de mensen zijn daarnaast ongerust geworden door het feit dat ik nogal heb getamboereerd op de noodzaak van inbreidingslocaties. Dat ligt buitengewoon gevoelig in het dorp. Men is rust en ruimte hier zo gewend dat op dat terrein geen enkele concessie wordt toegestaan. Ik ben daar heel eigenwijs tegenin gegaan, omdat we hier nauwelijks woningen hebben voor starters. Daar is stemming tegen gemaakt, waar je je vervolgens nauwelijks tegen kunt verweren. Ik wilde 14 appartementen laten bouwen, maar dat werd meteen vertaald als ‘Salverda wil hoge flats in Leusden’. En dat beeld viel op geen enkele manier meer bij te stellen. Het was een collegebeslissing, maar je kon merken dat in de raad niet iedereen zijn rug recht hield toen het erop aan kwam. En uiteindelijk is de PvdA ervoor afgestraft, omdat ik daar het boegbeeld van was.”

Ago Salverda: ‘Wie besluit wethouder te worden neemt echt een risico.’

Zwaar vak
Verliezen is een ding, de ultieme consequentie eruit trekken is een tweede. Toch staat Salverda nog altijd volledig achter zijn besluit. “Ik wilde sowieso niet meer als wethouder terugkeren. Het is een zwaar vak, en ik wilde weer over mijn eigen tijd kunnen beschikken. Ik ben nu 62, en nogal wat mensen beginnen dan met hun gezondheid te kwakkelen. Daar heb ik nog geen last van, en daar wil ik nog wel even van profiteren. Voor de verkiezingen was ik wel gevraagd als lijsttrekker, en ik was ook van plan in te stemmen met een terugkeer in de raad. Dat is niet gebruikelijk, maar moest volgens mij kunnen. Temeer omdat het ernaar uitzag dat we een vrij onervaren fractie zouden krijgen. Daar kon ik een rol in spelen. Ik zou financiën gaan doen, wat betekent dat je je overal mee bemoeit, maar nauwelijks als woordvoerder optreedt. Maar toen we twee zetels kregen zou mijn aanblijven betekenen dat ik de jongere garde alleen maar in de weg zou zitten. Bovendien voelde en voel ik me nog steeds persoonlijk verantwoordelijk voor de slechte uitslag. Het was voor mij dus niet meer dan logisch om op te stappen.”

Druk valt weg
Zijn besluit om op te stappen heeft Salverda enerzijds opgelucht. “Want je bent altijd en overal wethouder. Zelfs als je ligt te slapen of in je spaarzame vrije tijd door het dorp fietst. Je kijkt toch anders naar je omgeving dan wanneer je een argeloze passant bent. Is het huisvuil wel opgehaald? Veroorzaken de Kaapse eenden niet teveel overlast? Die druk gaat wegvallen. En wat ik ook belangrijk vind is dat ik mijn eigen agenda weer kan bepalen. Ik kan weer avonden weg, en hoef in het weekend geen stukken meer te lezen. Als wethouder ben je naast je vijf reguliere werkdagen, gemiddeld nog eens twee avonden bezig. In het weekend heb je zaterdag nog externe verplichtingen en zondag ben je regelmatig stukken aan lezen. Een gemiddelde wethouder is dus zeven dagen per week bezig, waarbij 60 tot 70 uur per week zeker geen uitzondering is.”
Anderzijds overheerst de teleurstelling. “Ik voel het wel als een klap, ja. Zeker nu in de onderhandelingen sommige van mijn thema’s besproken worden alsof daar de afgelopen vier jaar niets mee gebeurd is. Want dat is niet zo. Ik heb heel veel veranderingen doorgevoerd in het woningbouwprogramma. Dat zie je alleen nu nog niet op straat staan. Dat kan ook niet, want het moet allemaal nog gebouwd worden. Maar ik heb de Woonvisie zodanig aangepast dat er voortaan altijd 30 procent sociaal gebouwd moet worden. En dan zeggen ze nu in de collegeonderhandelingen: wij gaan de sociale woningbouw met kracht ter hand nemen. Ja, dank je de koekoek.”

Afbreukrisico
Salverda twijfelt over de vraag of hij het wethouderschap andere mensen zou aanraden. “Ik heb het in ieder geval nooit eerder durven doen, omdat het afbreukrisico heel groot is. Je kan van de ene op de andere dag de laan uit worden gestuurd. Met de nieuwe financiële regeling wordt het risico nog groter. Want nu krijg je nog maar vier jaar wachtgeld. Dat lijkt prima geregeld, maar als je vijfenveertig of vijftig bent is het toch verdraaid lastig om een nieuwe baan te vinden. Wie besluit wethouder te worden neemt dus echt een risico.”
Lastig is ook dat het enthousiasme en de idealen die een beginnend wethouder nog heeft in de loop der tijd vastlopen in het ritme van de dagelijkse dingen. “Je wilt beleid maken en dat uitgevoerd zien worden, maar je ontkomt niet aan uitvoeringsperikelen waar je je als wethouder niet mee zou hoeven bezig houden. Ik merkte dat ik daardoor steeds minder tijd overhield om eens na te denken over de vraag of het wel goed gaat, of er gebeurt wat je wilt, en welke veranderingen en verbeteringen mogelijk zijn. De waan van de dag overheerst het werkproces steeds meer. En dat merk ik bij al mijn collega’s. Daar is dan ook sprake van een structurele systeemfout.”
Een systeemfout die in alle gemeenten een rol speelt, maar met name in de kleine. “Om een aantal redenen”, aldus Salverda. “Een wethouder van een kleine gemeente heeft in de eerste plaats meer onderwerpen in portefeuille dan een wethouder van een grote gemeente, simpelweg omdat er minder wethouders zijn. Ten tweede staat een wethouder in een kleine gemeente veel dichter bij de bevolking. Men verwacht dus ook dat de wethouder aan alles meedoet. In een grote gemeente kennen ze dat niet. Een inspraakavond wordt daar door de ambtelijke staf gedaan. In een gemeente als Leusden doe je het allemaal zelf. Dat heeft zeker voordelen, maar het tijdsbeslag is daardoor veel groter.”
Hij zat al met al acht jaar in de raad en was vier jaar wethouder. “Dat verandert een mens”, erkent Salverda. “Je krijgt meer begrip voor het feit dat het allemaal veel langzamer gaat dan je soms wilt. Alle procedures die we met elkaar hebben vastgelegd werken enorm vertragend. Het duurt tien jaar om een bouwproject te realiseren. Ik begrijp het, maar het zou niet moeten. Want in tien jaar tijd kan een plan wel totaal achterhaald zijn. Tegelijkertijd is het geruststellend te ontdekken dat je als politicus niet zomaar even alles zelf kunt bepalen. Als mensen iets niet willen weten ze verdraaid goed hoe ze het kunnen voorkomen. Het systeem werkt. En dat is geruststellend.”

Vertrouwen in de toekomst
Met zijn vertrek uit de politiek komt ook een einde aan zijn bestuursfunctie bij VNG afdeling Utrecht. “De contacten met collega’s ga ik zeker missen. Maar ik ben eerlijk gezegd wel wat teleurgesteld in hoe het leeft bij de leden van VNG afdeling Utrecht. De website is sterk verbeterd, maar de behoefte van de doelgroep om er een bezoek aan te brengen blijft enorm achter. Terwijl de website een enorm belangrijke functie kan vervullen. En onderschat de netwerkfunctie van de halfjaarlijkse congressen niet.”
Een deel van de verklaring voor die achterblijvende belangstelling is volgens Salverda gelegen in de drukke werkzaamheden. “Als een burgemeester, een wethouder of een gemeenteraadslid vanwege tijdgebrek iets moeten schrappen valt dit soort zaken als eerste af. Dat vind ik begrijpelijk, maar het is wel zonde.”
De toekomst ziet Salverda met vertrouwen tegemoet. “Met het aantreden van het nieuwe college ben ik werkloos. En dat is even wennen. Daarom begin ik maar eens met wat werkzaamheden in en rond het huis. De caravan opknappen, fietsen, en vooral ook meer bewegen. Want dat is er de afgelopen jaren behoorlijk bij ingeschoten. En ik wil mijn oude vak als freelance journalist weer oppakken, maar dan wel op een lager pitje. Dat is wel een les die ik heb geleerd. Ik ben mijn eigen tijd meer gaan waarderen. Mijn hele leven heb ik keihard gewerkt. Maar het geld was ook hard nodig omdat ik een gezin had te onderhouden. Nu ben ik eigenlijk alleen nog maar verantwoordelijk voor mijzelf. Ik heb een leuk huis, mijn vriendin heeft een leuk huis, met mijn zonen gaat het goed, en ik word binnenkort ook nog eens opa. Het wordt tijd om daarvan te gaan genieten.”
Salverda blijft lid van de PvdA. “Het spel blijf ik volgen. Ik heb wel met de partij afgesproken dat ik enige afstand neem. Ooit wil ik nog wel eens bezien hoe ik binnen de PvdA van Leusden de betrokkenheid van de bevolking zou kunnen vergroten. En ik wil stadsdebatten gaan organiseren. Want in de raad wordt er nauwelijks gedebatteerd. Daar is het meer een uitwisseling van standpunten.”
Ondertussen kijkt hij met een positief gevoel terug op wat hij als wethouder allemaal heeft bereikt. “En ik denk ook dat ik voor mezelf later nog dingen kan herkennen in het dorp. Zoals een bouwer die zijn kleinkinderen vertelt: kijk, daar heeft opa nog aan meegewerkt. Ik fiets bewust om het woord erkenning heen. Dat krijg je namelijk nooit in de politiek. Zo werkt het gewoon niet. Als politicus moet je het toch hebben van voldoening. En die heb ik.”

© Eric Harms, Utrecht

 

Klik hier voor het artikel in Pdf-formaat.