VNG Utrecht

Marleen Haage: ‘Er is geen andere school voor lokale politici dan de praktijk’

01-06-10

Alsof ze in een achtbaan zat. Zo voelde Marleen Haage zich als kersvers PvdA-raadslid in de gemeente Utrecht. Want direct na de intensieve verkiezingsstrijd waren de collegeonderhandelingen en de opstelling van het collegeprogramma aan de orde. “Het raadswerk kost je gemiddeld 20 uur per week, werd er gezegd. Nou, ik kan je vertellen dat er in die beginperiode heel wat meer uren in zijn gaan zitten.”

Op de kop af tien jaar was de in Arnhem geboren en getogen Marleen Haage actief binnen de PvdA, toen ze zich kandidaat stelde voor de gemeenteraad van Utrecht. Een logisch vervolg op een rijk gevuld decennium aan de politieke zijlijn, vindt ze zelf. “Op het moment dat ik in deze stad kwam wonen en studeren, ben ik me naast mijn studie algemene sociale wetenschappen vrij intensief met andere dingen gaan bezig houden.”


Marleen Haage: “Ik stond wel telkens langs de kant mee te schreeuwen, maar wilde na verloop van tijd toch ook zelf eens de arena in.”

Politiek was zo’n ding. Haage: “Mijn ouders stemmen GroenLinks, mijn zus was actief voor de SP en mijn broer stemt nog altijd voor de Groenen. Dat wil zeggen: als ze mee doen. Maar met die partijen heb ik niets. Wim Kok daarentegen vond ik wel aansprekend. Daarom ben ik me indertijd in de PvdA gaan verdiepen. Uiteindelijk kwam ik bij de Jonge Socialisten uit, heb ze een mailtje gestuurd dat ik geďnteresseerd was, en werd vervolgens al binnen tien minuten teruggebeld. ‘We hebben morgenavond een nieuwe ledenbijeenkomst. Kun je komen?’ Dat was Loes Ypma, die later wethouder in Woerden werd en inmiddels een goede vriendin is geworden.”
Haage ging en was meteen enthousiast. “Het waren leuke mensen, leuke discussies. Uiteindelijk ben ik ook bij de organisatie betrokken ben geraakt. Door actief te worden bij de JS had ik het idee dat ik meteen het resultaat zag van wat ik aan het doen was. Veel meer dan met studeren, wat toch een lange termijninvestering is. En dat was prettig. Ik ben namelijk heel resultaatgericht.”

Politieke banen
Via de Jonge Socialisten kwam Haage in contact met de zogeheten Rode Ingenieurs, de naam waarmee toenmalig kandidaatkamerleden Staf Depla, Jeroen Dijsselbloem en Diederik Samson gezamenlijk campagne wilden voeren. Haage sloot zich aan, en werd, nadat ze alle drie verkozen waren, persoonlijk medewerker van Staf Depla.
Daarin kwam verandering toen Haage in 2006 afstudeerde. “Toen stond ik op het punt: wat nu? Solliciteren voor andere Kamerleden, zodat ik een fulltime baan had? Maar eigenlijk vond ik dat, als je zelf in de politiek iets wilt kunnen betekenen, je zelf ook meer in de maatschappij moet hebben gestaan. Maxime Verhagen bijvoorbeeld heeft in zijn carričre alleen maar politieke banen gehad. Ik vond het echter heel belangrijk eerst zelf meer van de samenleving te proeven. Dus besloot ik te solliciteren waar ik mijn afstudeeronderzoek heb gedaan: bij de politie Utrecht.”
Bij de politie trad ze in 2006 in dienst als projectleider. “Bij de politie heb ik ervaren wat je op lokaal niveau allemaal kunt betekenen voor bewoners. Want dat is heel veel.” In 2008 stapte ze over naar het adviesbureau In-pact. “In de eerste plaats omdat ik daar met meer partijen dan alleen de politie in contact kwam. Maar ook omdat het steeds lastiger te combineren viel met mijn politieke werk. Bij het Utrechtse burgemeestersreferendum heb ik bijvoorbeeld campagne gevoerd voor Wolfsen. Dan ben je dus feitelijk als medewerker van de politie voor je eigen korpsbeheerder aan het flyeren. Dat werd toch redelijk ingewikkeld.”

De arena in
Want Haage bleef al die tijd gewoon actief in de lokale afdeling van de PvdA. “Ik heb onder andere twee keer meegeschreven aan de verkiezingsprogramma’s. En dan begint het toch een beetje te kriebelen. Ik stond wel telkens langs de kant mee te schreeuwen, maar wilde na verloop van tijd toch ook zelf eens de arena in. Dus heb ik me voor de gemeenteraadsverkiezingen van 2010 gemeld bij de sollicitatieprocedure voor het raadslidmaatschap.”
Daar ging een uitgebreide consultatie bij familie, vrienden en bekenden aan vooraf. “Ik heb er heel goed over nagedacht waarom ik dit nu eigenlijk ambieer, en dit kader ook veel overlegd met de mensen om me heen. Want je kunt politiek nog zo interessant vinden, maar dat wil niet zeggen dat je ook meteen een goed politicus bent. De conclusie was dat ik voldoende basis had om die uitdaging aan te gaan. Er is geen andere school voor lokale politici dan de praktijk. Maar ik had natuurlijk al op zoveel plekken ervaring opgedaan dat ik nu rijp was voor een volgende stap.”
Dat vond de sollicitatiecommissie kennelijk ook, want die vroeg Haage meteen of ze op plaats drie van de lijst wilde staan. “Daar schrok ik wel van. Het was natuurlijk een groot compliment, maar het werd me ook direct duidelijk dat ik dan wel meteen aan de bak moest. Die combinatie gaf tegelijkertijd wel enorm veel energie. En het was ook praktisch goed te combineren met mijn werk.”

Drukke periode
Daarmee brak een ongekend drukke periode aan voor Haage. Om te beginnen de verkiezingcampagne. “Als kandidaat maak je het zo anders mee dan als partijlid. Want als lid sta je op zaterdagmiddag folders uit te delen en te canvassen langs de deuren en ga je daarna naar huis. Maar als kandidaat heb je vervolgens ook nog een volle mailbox met vragen en opmerkingen, die je moet verwerken. Het was een veel grotere wervelwind dan ik had verwacht. Ook al omdat ik ook zelf regelmatig moest optreden. Ik heb allerlei studentendebatten gedaan en persvragen moeten beantwoorden. Het was hectisch, kortom.”
Maar wel leuk. “In die periode al werd ik volledig bevestigd in de juistheid van mijn keuze. Het mooie van de lokale politiek is dat zij zich bezig houdt met thema’s waar mensen letterlijk pijn van in de buik kunnen krijgen: of de kinderen wel veilig op straat kunnen spelen, of de scholen in de buurt voldoende kwaliteit hebben, et cetera. De combinatie tussen wezenlijke, fundamentele dingen waar mensen mee zitten en waar de lokale politiek over gaat is erg leuk. Het gaat allemaal ook veel sneller dan in de Tweede Kamer. Als persoonlijk medewerker van Staf Depla heb ik meegeschreven aan een wetsvoorstel, dat uiteindelijk pas zes jaar later werd ingevoerd. Dat soort termijnen is op lokaal niveau ondenkbaar.”
Wat Haage betreft kende de verkiezingscampagne slechts één smet. Op de dag nadat het kabinet was gevallen en Wouter Bos in Utrecht rode rozen kwam uitdelen, werd ook bekend dat mede-kandidaat Jeroen Muller was overleden. “Eigenlijk was ik hartstikke verdrietig. ‘Wat doe ik hier?’, dacht ik bij mezelf. Ik was erbij, maar eigenlijk ook niet. Op dat soort momenten is politiek best een moeilijk vak.”

Verkiezingsuitslag
De uitslag in Utrecht viel voor de PvdA nog mee, zo bleek in de nacht van 3 op 4 maart 2010. “We hebben minder verloren dan verwacht”, nuanceert Haage. Daarom kon de partij ook volop meedoen in de collegeonderhandelingen met GroenLinks en D66. Onderhandelingen die uiteindelijk tot resultaat leidden. “Er was een aparte onderhandelingsdelegatie, maar we zijn er als fractie zeer nauw bij betrokken geweest. We hadden zeer regelmatig fractieoverleg over de voortgang van de gesprekken en onze inzet. Het was al met al een was een heel leuk proces, ontzettend snel ook. In heel korte tijd, nog korter dan het verkiezingsprogramma, wordt er dan zo’n collegeprogramma in elkaar getimmerd. Maar dat schijnt dus normaal te zijn.”
Inmiddels is Haage alweer een aantal maanden als raadslid actief. Haar portefeuille omvat alles wat te maken heeft met het thema ‘Schoon, heel en veilig’. “Ik werk drieeneenhalve dag voor In-pact. Donderdag is gereserveerd voor het raadswerk. En dinsdagmiddag heb ik om de week een commissievergadering. In Utrecht zijn er twee commissies, en juist mijn portefeuille valt in allebei. Normaal zou je als raadslid iedere maand een vergadering hebben, maar voor mij is het dus eens in de twee weken.”

Keuzes maken
Het raadswerk bevalt Haage prima. “Wel verbaas ik me er wel over dat sommige dingen nog helemaal niet geregeld zijn. Mijn maidenspeech ging bijvoorbeeld over het digitaal ondertekenen van petities, burgerinitiatieven en aanvragen voor referenda. Verbijsterend dat dat anno 2010 nog niet geregeld is. En wat ik lastig vind is het maken van keuzes. Als gemeenteraadslid heb je bijvoorbeeld op een avond drie uitnodigingen voor bewonersbijeenkomsten. Welke kies je dan? Gelukkig combineren we in de raadsfractie van de PvdA oud en nieuw. Mijn maatje zit al vier in de raad, dus haar vraag ik om raad als ik er zelf niet even uitkom. Ook uit politiek oogpunt. Dor mijn werk in de Tweede Kamer weet ik natuurlijk heel goed wat het verschil tussen een amendement en een motie is. Maar wat wanneer politiek verstandig is om in te zetten is soms best lastig in te schatten. Soms gaat het me ook even te snel. Dan wordt er op de raadsvergadering gesproken over een a-punt en een b-punt. Dan denk ik: wat was dat ook al weer? Oh ja: a van aftikken en b van bespreken. Dat is het heerlijke van nieuw zijn. Je kunt alles nog vragen, zonder er meteen op te worden afgerekend.”
Haage wil zich als politicus de komende vier jaar nadrukkelijk profileren op het terrein van veilig. Het wordt lastig, want er is weinig geld. Maar ik hoop dat ik eraan kan bijdragen dat Utrechters zich weer wat veiliger gaan voelen. Niet in de laatste plaats door daar zelf ook een bijdrage aan te leveren. Mijn ervaring is dat mensen zich veiliger gaan voelen als ze er zelf aan werken en dus ook het gevoel ontwikkelen meer grip op de situatie te krijgen. Burgers meer betrekken bij de eigen veiligheid, dat is voor mij toch wel een prioriteit.”
De mens achter het raadslid Marleen Haage op haar beurt vindt het vooral heel erg leuk. “Voor mijzelf heb ik me als doel gesteld om eerst maar eens goed raadslid worden. Ik heb aan de zijlijn de afgelopen tien jaar veel gezien en meegemaakt. Daarom vragen de mensen vaak aan mij of ik nu doorga in de landelijke politiek of wethouder wil worden. Voor mij zit de spanning echter vooral in de vraag of ik een functie op de voorgrond wel aankan. Dat zal de komende vier jaar eerst maar eens moeten blijken.”

© Eric Harms, Utrecht

 

Klik hier voor het artikel in Pdf-formaat.