Gemeenten kunnen kennis en ervaring NUZO nog veel beter benutten

13-11-17

Het Netwerk Utrecht Zorg Ouderen (NUZO) verdient meer bekendheid bij gemeenten. “Het NUZO heeft inmiddels zoveel kennis en ervaring opgedaan, dat het echt een gemiste kans is als gemeenten daar geen gebruik van zouden maken.”

Aldus wethouder Marieke Overduin van Veenendaal, die namens de VNG afdeling Utrecht zitting neemt in de NUZO-raad. Zij is donderdag 30 november aanstaande een van de sprekers op de netwerkbijeenkomst ‘Oog voor Ouderen’, georganiseerd door het NUZO en de VNG afdeling Utrecht. Deelnemers worden bij die gelegenheid bijgepraat over actuele ontwikkelingen in de ouderenzorg. Die informatie kunnen zij vervolgens weer benutten als input voor de lokale verkiezingsprogramma’s en coalitieakkoorden. 

Overduin beveelt gemeenten van harte aan zich hiervoor in te schrijven. “Het is een unieke gelegenheid om kennis op te doen over innovaties in de ouderenzorg, te ontdekken welke samenwerkingsverbanden er allemaal zijn op dit gebied, maar ook om simpelweg over de schutting te kijken: gluren bij de buren. Wat gebeurt er allemaal bij andere gemeenten op dit terrein? En wat kan daarvan worden geleerd?”

Aandacht blijft nodig

Hoewel ouderen geen specifieke doelgroep meer vormen in het WMO-beleid, is aandacht voor deze bevolkingsgroep wel degelijk noodzakelijk, vindt Overduin. “Ouderen leven langer en nemen ook in aantal toe. Daarbij komt het streven om ouderen langer zelfstandig thuis te laten wonen. Dat heeft allerlei consequenties, niet alleen voor de woonruimte, maar ook voor de woonomgeving en de zorgvoorzieningen. Gemeenten zullen daar in hun ouderenbeleid absoluut rekening mee moeten houden.”

In Veenendaal, waar de bijeenkomst van 30 november wordt gehouden, gebeurt dat. “We hebben hier een pilot gehouden met een dementievriendelijke wijk. De ervaringen die daar zijn opgedaan gebruiken we nu om van Veenendaal een dementievriendelijke gemeente te maken. In dat kader krijgen onze medewerkers bijvoorbeeld training in het herkennen van mensen met verward gedrag, dat kan duiden op dementie of alzheimer. Ook in de inrichting van onze openbare ruimte proberen we er rekening mee te houden. Zo blijken op de stoep geparkeerde auto’s een heel lastig obstakel te zijn voor dementerende mensen. Daarnaast gaat het ook om een stukje signalering naar de maatschappij toe: het vergroten van de tolerantie en het doorbreken van taboes.”

Daarnaast zijn er initiatieven zoals de Blijverslening. “Dat is zoiets als de starterslening maar dan voor ouderen. Vaak zijn het mensen die hun vermogen in de stenen van hun woning hebben en toch van een pensioentje moeten rondkomen. Daardoor kunnen zij hun woning niet verbouwen, zodat ze er langer kunnen blijven wonen.  Voor dat soort situaties er is er nu de Blijverslening, waarbij mensen onder dezelfde voorwaarden als bij starterslening ervoor kunnen zorgen dat ze meer liquide middelen kunnen lenen om hun woning seniorvriendelijk te maken.”

Veel goede projecten

Het zijn lokale projecten en strategieën als deze die bij het NUZO in overvloed bekend en aanwezig zijn, weet Overduin inmiddels. “Nu ik lid ben van de NUZO-raad kom ik er pas echt achter dat er heel veel goede projecten zijn geïnitieerd, veelal opgezet vanuit vakinhoudelijke expertise en aantoonbaar zeer waardevol. Daar zouden wij als gemeenten veel meer ons voordeel mee doen. Mijn streven is dan ook om de bekendheid met het werk van het NUZO fors te vergroten. Er zijn zoveel goede zaken ontwikkeld rond ouderen, die het leven voor de mensen ook echt een stuk eenvoudiger helpen maken, dat het zonde zou zijn als de Utrechtse gemeenten daar in hun eigen lokale situatie geen gebruik van zouden maken.”

Gemeenten weten de weg naar het NUZO tot op heden nog onvoldoende te vinden. Op zich is dat logisch, denkt Overduin. “De decentralisaties hebben de gemeenten een heleboel goeds opgeleverd maar ook heel veel werk gegenereerd. Gemeenten komen nu, na de decentralisaties, steeds meer in de gelegenheid om zich heen te kijken naar goede voorbeelden. Een kennisnetwerk als het NUZO kan bij het beantwoorden van die vraag in een behoefte voorzien. Zij hebben de expertise en wij als gemeenten moeten leren die expertise te bevragen. Dat zie ik als mijn belangrijkste missie als lid van de NUZO-raad: de bekendheid met elkaar vergroten. We zijn toe aan verbinding. Niet in de laatste plaats omdat op die manier voorkomen kan worden dat we als gemeenten telkens weer het wiel opnieuw gaan uitvinden.”

  • Klik hier voor meer informatie over de bijeenkomst van donderdag 30 november.