Koos Janssen en het plezier om het samen zo goed mogelijk te doen

07-11-16

Koos Janssen

Hij heeft er absoluut van genoten. Van de ontmoetingen met collega-bestuurders op alle niveaus, van de inspirerende bijeenkomsten in verenigingsverband, van de collegiale samenwerking in het dagelijks bestuur. Desondanks oordeelde Koos Janssen deze zomer dat het tijd werd om te stoppen als voorzitter van de VNG afdeling Utrecht. “Ik geef anderen graag de ruimte om dit mooie werk voort te zetten.”

Het had weinig gescheeld, of Koos Janssen was helemaal geen voorzitter van de VNG afdeling Utrecht geworden. In 2004, het jaar dat hij als burgemeester van Soest zitting nam in het dagelijks bestuur, was er nog geen vuiltje aan de lucht. Maar dat veranderde in 2006, het moment dat Janssen tot burgemeester van Zeist werd benoemd. Wethouder Wim den Heijer zat immers al namens Zeist in het bestuur. “En twee bestuursleden uit dezelfde gemeente, dat kon natuurlijk niet”, aldus Janssen. “Den Heijer gaf echter meteen te kennen ruimte voor mij te willen maken. Door die zeer collegiale actie kon ik als bestuurder aanblijven.”

Bij het aantreden van Janssen stond het bestuur nog onder voorzitterschap van Bert Groen, burgemeester van Bunschoten-Spakenburg. Na diens vertrek, in 2005, werd burgemeester Hans van der Sluijs van Maarssen benoemd tot voorzitter. Janssen nam zijn functie als vice-voorzitter over. In 2007 vertrok Van der Sluijs op zijn beurt naar Leidschendam-Voorburg, en kwam Janssen zelf aan het roer van de VNG afdeling Utrecht te staan.

Discussie en inspiratie

Het dagelijks bestuur discussieerde in die tijd volop over de koers die de VNG afdeling Utrecht in de 21ste eeuw moest gaan varen. “Ons doel was de vereniging nieuw leven in te blazen. Steeds vanuit de invalshoek: hoe kunnen we nog meer voor onze leden betekenen? In dat kader is er nadrukkelijk voor gekozen geen standpunten in te nemen. Dat moet iedereen maar vanuit de eigen gemeente en via de landelijke VNG doen.”

Onder voorzitterschap van Janssen richtte de VNG afdeling Utrecht zich enerzijds op discussie met en anderzijds op inspiratie van haar leden. “De discussies gingen met name over zogeheten ‘Utrechtse kwesties’”, aldus Janssen, “zoals regionale samenwerking, duurzame ontwikkeling versus economische vooruitgang, maar ook de relatie tussen de gemeenten en het provinciebestuur.”

Inspiratie probeerde de vereniging haar leden te geven door onderwerpen aan te reiken als vertrouwen, integriteit, framing of de toekomst van de democratie. “Steeds met als achterliggende vraag: hoe breng je elkaar in het werk, in het functioneren steeds weer een stapje verder? Hoe onderhoud je je kennis en vaardigheden en hoe breid je die uit?”

Vaardigheden zijn cruciaal

Het is een bewuste keuze geweest om de vereniging die richting op te sturen, aldus Janssen. “Daar heeft het bestuur voortvarend en gestaag aan gewerkt. Over beleid kan iedereen lezen, maar met elkaar goede informatie delen en vaardigheden aan de orde stellen is eigenlijk waar het om gaat. Dat is ook iets waar ik me bij thuis voel. Samen het gevoel van urgentie delen om de aandacht vooral op dat type onderwerpen te richten.”

Hij is er namelijk van overtuigd dat de wijze waarop een bestuurder met zijn omgeving communiceert van doorslaggevende betekenis is voor de vraag of hij of zij de gestelde doelen haalt. “Doe je het op de verkeerde manier, heb je niet de juiste vaardigheden? Dan red je het dus niet. Zelfs niet als de inhoud klopt. De verpakking van de boodschap, de manier waarop je acteert en communiceert, de houding en het gedrag zijn enorm belangrijk geworden. Het is daarmee van groot belang om door te krijgen hoe die mechanismen werken. En dat hebben wij zoveel mogelijk onder de aandacht van onze leden willen brengen.”

Met de goede dingen bezig

Janssen is er trots op hoe de vereniging zich tijdens zijn voorzitterschap heeft ontwikkeld. “We hebben natuurlijk de beschikking over een geweldig secretariaat, wat ons als bestuur in staat stelde om ons met name ook over de inhoud te buigen. De VNG afdeling Utrecht is voor steeds meer raadsleden, wethouders, burgemeesters, secretarissen en griffiers gaan leven.”

Er is veel gebeurd in de afgelopen tien jaar. “We hebben een goede website, versturen maandelijks een digitale nieuwsbrief, organiseren ieder voor- en najaar een congres, en bieden daarnaast onze leden regelmatig kleinere, meer specialistische bijeenkomsten aan. De diversiteit van het aanbod is absoluut toegenomen.”

 Dat is mede te danken aan de leden zelf. “We hebben ons altijd afgevraagd: zijn we wel met de goede dingen bezig? Doen we wel dat waar het werkveld behoefte aan heeft, of waarvan wij en onze leden vinden dat het goed is om over te hebben? Het past in deze tijd om interactief de leden te consulteren. Je wilt als bestuur toch representatief kunnen zijn voor wat er bij de leden leeft. Mijn gevoel is dat dit in tien jaar tijd sterk is verbeterd. Daar zijn we blij mee en daar mogen we ook best trots op zijn. Het is prettig te merken dat anderen de VNG afdeling Utrecht nog weleens als voorbeeld aanhalen.”


Een beetje eigenzinnig

Hij loopt al heel wat jaren mee in het lokaal bestuur. In zijn jaren als voorzitter van de VNG afdeling Utrecht heeft Janssen het Utrechtse bestuurswereldje beter leren kennen. “Het karakteristieke van deze provincie zit hem met name in de unieke combinatie van ecologie en economie. Beide gaan hier namelijk heel goed samen. Enerzijds bruisen we van de economische bedrijvigheid. Anderzijds verkeren we in een hele groene, historische provincie. Het kerkelijke en het wereldlijke gaan hier al eeuwenlang hand in hand. Dat zit in onze genen, net als verdraagzaamheid en tolerantie. We gunnen elkaar de ruimte om verschillend te zijn. Terwijl de Drent, de Twent, de Fries en de Limburger meer collectieve identiteit hebben, hecht de Utrechter juist aan zijn eigenheid. We zijn een beetje eigenzinnig, en dat willen we ook graag zo houden. Iets wat je in onze bestuurscultuur terugvindt. ”

Ondanks die eigenzinnigheid zijn de relaties tussen de 26 bij de VNG afdeling Utrecht aangesloten gemeenten goed, aldus Janssen. “Natuurlijk zijn er weleens spanningen en heeft ieder zo zijn eigen taken en prioriteiten. Maar tegelijkertijd is iedereen er ook terdege van doordrongen dat we een kleine provincie zijn met veel inwoners en veel kostbaarheden en dat we daar met elkaar wel zuinig op moeten zijn.”

Relatiebeheer

Misschien is daarom de relatie met de provincie wel zo goed. Iets waar Janssen zich graag voor heeft ingezet. “Zodra de installatie een feit is, krijgt elk nieuw college van gedeputeerde staten ruim de gelegenheid zichzelf te presenteren. De diverse gedeputeerden en de Commissaris van de Koning komen op regelmatig over de vloer bij onze bijeenkomsten. We ontmoeten elkaar regelmatig en delen actuele vraagstukken met elkaar. Dat is een hele goede zaak. Niet alleen dat je went aan elkaars nabijheid, maar ook dingen met elkaar kan delen. Vroeger sprak je elkaar deftig een keer per jaar. Nu ontmoet je elkaar veel vaker, ook informeel. Dat is beter.”

Ook met het Netwerk Utrecht Zorg Ouderen (NUZO) onderhoudt de VNG afdeling Utrecht warme banden.  Achter die samenwerking is Janssen een belangrijke drijfveer geweest. “Het NUZO vond ik een interessante partij, omdat hierin de universiteit en het ziekenhuis verenigd waren. Partijen die met hun werk geworteld zijn in de samenleving maar die geen tafel delen met de lokale overheid. We vonden in gezamenlijkheid dat we hiervoor met name op het gebied van de ouderenzorg een netwerk moesten creëren, waarin we wel tot samenwerking konden komen. Dat is gelukt. Inmiddels maken ruim 40 organisaties en instellingen deel uit van het netwerk en biedt het NUZO concrete oplossingen en handreikingen voor complexe vraagstukken. Daar kunnen ook gemeenten hun voordeel mee doen.”

En dan is er nog de landelijke VNG, waar de banden eveneens mee zijn aangetrokken. “De VNG heeft natuurlijk een eigen agenda, en dat moet ook. Gemeenten brengen ook het liefst samen met de VNG hun standpunten naar voren. Die belangenbehartiging blijft wat mij betreft ook zo. Wij voeden de VNG met onderwerpen die op provinciaal niveau spelen. Daarmee zitten we elkaar niet in de weg. Integendeel, we vullen elkaar juist mooi aan.”

Moderne democratie

Koos Janssen neemt afscheid tijdens het aanstaande Najaarscongres van de VNG afdeling Utrecht, een bijeenkomst die in het teken staat van de toekomst van het lokaal openbaar bestuur. Of, zoals Janssen het zelf omschrijft: de moderne democratie. “Daarbij gaat het mij niet zozeer om de structuur of de inrichting van het openbaar bestuur, als wel om de vraag: hoe faciliteer je als lokaal bestuur de inwoners en de vertegenwoordiging van die inwoners, de gemeenteraden, op de best mogelijke wijze om hun stem te laten te horen en hun werk te doen. Dat zit hem in vaardigheden en soms ook in houding. Inwoners houden niet van politiek gedoe maar weten een goede gespreksvorm waarin maatschappelijke problemen tot een oplossing worden gebracht wel degelijk te waarderen.”

Volgens Janssen is dat ook de voornaamste opgave waar burgemeesters, wethouders, griffiers en gemeentesecretarissen samen voor staan. “Hoe doen wij zo goed mogelijk recht aan de belangen en standpunten van raad en inwoners? Voor mij is dat het belangrijkste vraagstuk. Problemen ontstaan waar inwoners zich onvoldoende vertegenwoordigd voelen. En dat is op dit moment het geval. De burger herkent zich te weinig in het politieke stelsel. En dus moeten wij alles op alles zetten om de verbinding weer te versterken. Daar zal iedereen zijn steentje aan bij moeten dragen. We moeten met elkaar in kleine stapjes het democratisch bestel vooruitbrengen. Want dat is van wezenlijk belang voor het gewone leven. Het heeft een grote prioriteit: het gaat hier wel om onze plicht en de vervulling van onze wens om het zo goed mogelijk te doen voor onze lokale samenleving.”

Veel plezier

Het is een thema dat Janssen raakt en inspireert. En het illustreert meteen ook wat hij het meeste gaat missen. “Ik ga de collegialiteit in het bestuur en de inspiratie die we met elkaar en de leden hadden missen. Het is altijd leuk geweest om voorzitter te mogen zijn. Ik heb er in ieder geval veel plezier in gehad. Het plezier om het met elkaar zo goed mogelijk te doen. Ik heb grote collegialiteit ervaren, op alle niveaus. Die collegialiteit en inspiratie hebben me gebonden aan de VNG afdeling Utrecht. En die band zal ook in de toekomst blijven bestaan. Want ik blijf natuurlijk wel de congressen bezoeken. Ze zijn dus nog niet van me af. Of beter: Jullie blijven me zien!”