13dec

Inspiratiebijeenkomst Lokaal samenspel in verandering

Gemeenten weten nog niet voor de helft hoeveel inwoners en ondernemers investeren in hun eigen woon- en leefomgeving. Het is dan ook vooral belangrijk om niet in de weg te lopen. “Het optreden van de overheid leidt te vaak tot frustratie.”

Aldus Wim Groeneweg, burgemeester van Vianen, tijdens de inspiratiebijeenkomst ‘Lokaal samenspel in verandering’, die woensdag 13 december 2017 werd gehouden in de raadzaal van het Stadshuis in Nieuwegein. De organisatie van dit eerste deel van een tweeluik over vernieuwing van de lokale democratie en overheidsparticipatie was in handen van de VNG afdeling Utrecht, in samenwerking met Movisie en Zorgbelang Gelderland/Utrecht.

De roep om meer betrokkenheid van de lokale bevolking bij de formulering en uitvoering van gemeentelijk beleid is na de decentralisaties in het sociaal domein alleen maar toegenomen. Gemeenten willen steeds meer samen met inwoners het beleid in de praktijk ontwikkelen. Tegelijkertijd nemen inwoners steeds meer verantwoordelijkheid voor hun eigen omgeving. 

Tijdens de bijeenkomst, die werd voorgezeten door Saskia van Grinsven, senior adviseur van Movisie, werd ingegaan op de gevolgen hiervan voor de lokale bestuurspraktijk. 

Samenleving in beweging

Volgens Daan de Bruijn, adviseur Actief Burgerschap en Cliëntenparticipatie van Movisie zijn die gevolgen groot. Maar liefst 94 procent van de gemeenten geeft aan dat burgers allerlei initiatieven nemen, gericht op actieve deelname aan het lokaal bestuur en versterking van de sociale samenhang in de eigen buurt. Van de inwoners wil 55 procent meer invloed kunnen uitoefenen op het gemeentelijk beleid, al dan niet in de vorm van directe democratie. En 43 procent wil zelfs actief betrokken zijn. 

Er is echter ook een andere kant van het verhaal, aldus De Bruijn. “De gemeenteraad en het college denken anders over de bereidheid van inwoners om deel te nemen aan het bestuurlijk proces dan werkelijk het geval is. Circa 70 procent van de wethouders en gemeenteraadsleden denkt dat burgers graag participeren. Maar van die burgers wil slechts 33 procent dat ook echt. En maar liefst 81 procent van de Nederlanders heeft nog nooit meegedaan aan beleidsvorming op lokaal niveau.”

Om bewoners echt bij het proces te betrekking is een andere houding en werkwijze van gemeenten nodig. Gemeenten onderkennen dat ook, denkt De Bruijn. “De focus verschuift van burgerparticipatie naar overheidsparticipatie. Maar het gaat wel traag. Ook richt de omslag in denken en handelen zich nog teveel op de ambtelijke organisatie. De gemeenteraden op hun beurt zoeken nog naar hun eigen rol en opstelling in het geheel.”

  • Klik hier voor de presentatie van Daan de Bruijn

Gewoon aan de slag

Dat heeft Vianen niet belet om gewoon aan de slag te gaan met de omslag naar overheidsparticipatie, zo vertelde burgemeester Wim Groeneweg. “We weten als gemeenten nog niet de helft van wat inwoners en ondernemers allemaal zelf doen aan de vormgeving van de eigen omgeving. Daarop is onze instelling gebaseerd. Wat vinden burgers en ondernemers belangrijk? En wat zijn de dingen die ze al doen? Voor ons als overheid is het belangrijk om niet in de weg te lopen. Waar de overheid acteert, leidt dat bij inwoners en ondernemers te vaak tot frustratie. En dat leidt dan weer tot gevechten die je eigenlijk wil voorkomen.”

Overheidsparticipatie vraagt om een overheid die het eigen initiatief zoveel mogelijk faciliteert. “Wij moeten het mogelijk maken dat het verder komt. De burgers bepaalt waar het heen gaat, de overheid moet de weerstand weghalen.” Om dat proces soepel te laten verlopen, heeft Vianen twee ambtenaren vrijgemaakt om als ambassadeur op te treden. Zij beoordelen waarmee bewoners ondersteund kunnen worden en zorgen er ook voor dat de betreffende gemeentelijke afdeling ze verder helpt. 

In dat kader vereist ook de eigen organisatie de nodige aandacht. “Het is belangrijk om tegen je ambtenaren te zeggen: ga mee, ga kijken, ga naar de mensen toe. Ga met ze in gesprek en kijk wat er aan de hand is en zorg dat je dingen mogelijk maakt. Het gaat niet om structuur maar om cultuur. Wij willen niet meer met regels en richtlijnen werken: wij doen wat mensen belangrijk vinden. Daarom kan ik hiervoor ook geen draaiboek of blauwdruk geven. We reageren op wat er nodig is.”

Publiek ondernemerschap

De gemeente Veenendaal maakt volgens gemeentesecretaris Astrid van de Klift sinds 2014 het nodige werk van participatie. Onder de noemer ‘publiek ondernemerschap’ zijn en worden tal van initiatieven ontplooid om samenleving en gemeentelijke organisatie van Veenendaal dichter bij elkaar te brengen. “Burgers zijn veel actiever, weten wat ze willen en accepteren niet zomaar alles wat de gemeente hen brengt. Een prima ontwikkeling, maar voor ons als gemeente wel een worsteling. Wij willen wel mee veranderen, maar hoe doe je dat?”

Onder andere door zaken op een ‘waarderende manier’ aan te pakken, zo merkten ze in Veenendaal. “Kijk naar dat wat goed gaat en waar energie zit en probeer vooral daar aandacht aan te geven. Dat is best lastig in een politiek bestuurlijke omgeving. De reflex is toch vaak: er gaat iets niet goed, dus daar richten we onze aandacht op. Maar dat zou juist niet moeten.”

Daarnaast wordt er in Veenendaal volop geëxperimenteerd. Ook binnen de eigen organisatie. Van de Klift: “Het gaat allemaal niet in een keer goed. Daarom moet je veel proberen, kijken wat lukt en daarop verder bouwen.”  Zo werd bijvoorbeeld een aandelenspel bedacht, waarmee de beste initiatieven met een publiek karakter werden beloond met een Veens aandeel in publiek ondernemerschap, wat feitelijk gewoon een chocoladereep was.

“Het bood de mogelijkheid om mensen en projecten, die er deels al waren, te detecteren. Door nominaties in het leven te roepen, waarmee onze mensen op basis van aantal criteria anderen konden aandragen.” Het werd uiteindelijk zelfs een soort competitie, in het kader waarvan mensen die zich het sterkst maakten voor de publieke zaak ook in het zonnetje gezet werden. “Publiek ondernemerschap is maar een term. Maar die term heeft inmiddels wel heel veel betekenis gekregen, en is dankzij een spel met chocoladerepen gemeengoed geworden.”

  • Klik hier voor de presentatie van Astrid van de Klift
  • Bekijk op ons YouTube-kanaal een video over de jongste ijsverkoper van Nederland, die via publiek ondernemerschap verder werd geholpen.

Besturen op basis van consent

Utrechtse Heuvelrug is eveneens zonder model aan de slag gegaan met het thema participatie. “We zijn gewoon dingen gaan doen omdat wij ze nodig vonden, aldus griffier Walter Hooghiemstra. “Het is altijd goed om te zien wat er in andere gemeenten gebeurt, maar het is altijd je eigen proces en je eigen uitkomst.”

In het geval van Utrechtse Heuvelrug begon het proces na 8 jaar van ‘nogal grimmige oppositie/coalitie verhoudingen’. “Veel discussie ging niet over de inhoud maar over wat er was afgesproken. De verhoudingen tussen de ambtelijke organisatie en de politiek waren niet in orde. En het contact met de samenleving was zwaar vervuild.”

Dat veranderde na de gemeenteraadsverkiezingen van 2014. De negatieve uitkomst van een bestuurskrachtmeting, maar ook het ontbreken van een echt grote partij in de gemeenteraad, leidde tot het besluit de coalitievorming anders aan te pakken. “We hanteerden de consent-methode: waar zijn we het over eens? Op basis daarvan werd namens alle acht fracties een raadsprogramma opgesteld, dat vervolgens goed is doorgesproken met onze inwoners. Dat resulteerde in 89 kritiekpunten, waarvan een groot deel ook werkelijk tot aanpassing van het raadsprogramma heeft geleid. Vervolgens is een college geformeerd van vier wethouders uit vier verschillende fracties, die op basis van het raadsprogramma een uitvoeringsprogramma hebben opgesteld.”

Het leidde tot heel andere discussies in de raad. Er was meer draagvlak voor het beleid en de maatregelen, maar ook meer ruimte om in de politieke discussie een eigen positie in te nemen. Daarnaast is de gemeentelijke organisatie flink onder handen genomen. Hooghiemstra: “Ambtenaren zijn meer op hun netwerk gericht en op het contact met de inwoners.”

Ook Hooghiemstra benadrukte dat er geen panklaar model is, dat in elke gemeente zomaar kan worden toegepast. “Daar komt bij: het kan allemaal stuk. De komende gemeenteraadsverkiezingen kunnen leiden tot andere politieke verhoudingen, wat het hele model kan omgooien. Hopelijk hebben echter veel mensen doorgekregen dat dit een goede werkwijze is, die de moeite van het bewaren waard is.”

Dit is het verslag van de eerste bijeenkomst van een tweeluik rond dit thema. De tweede bijeenkomst worden gehouden op dinsdagavond 13 februari 2018. In deze tweede bijeenkomst wordt dieper ingegaan op het perspectief van burgerinitiatieven en de vragen en behoeften die inwoners hebben om de relatie met gemeenten anders vorm te geven. Vertrekpunt daarvoor vormen de opbrengsten van een provinciale verkenning, uitgevoerd door de landelijke beweging Nederland Zorgt Voor Elkaar in samenwerking met de stichting Omzien naar Elkaar. Zij hebben in Utrecht verkend hoe het er voor staat met burgerinitiatieven actief in welzijn en zorg en de knelpunten die zij ervaren. Wat betekent dit voor de rol van gemeenten en het verder vorm geven van het onderlinge samenspel? Meer informatie volgt.