06nov

Najaarscongres 2015: Anders denken, anders doen

Door bestuurlijk ‘om te denken’ zijn gemeenten beter in staat om verbinding te maken met de lokale samenleving. Maar hoe gaat dat eigenlijk in zijn werk? Die vraag stond centraal tijdens het  Najaarscongres 2015 van de VNG afdeling Utrecht, dat vrijdag 6 november 2015 werd gehouden in gastgemeente Woudenberg. Onder het motto ‘Anders denken, anders doen’ kwam zowel de theorie als de praktijk uitgebreid aan de orde. 

Vakantiepark De Heigraaf, gelegen aan het Henschotermeer. Dat was deze keer de locatie van het Najaarscongres van de VNG afdeling Utrecht. En daar was niet zonder reden voor gekozen, zo vertelde burgemeester Titia Cnossen van Woudenberg in haar welkomstwoord. “Het onderstreept hoe populair Woudenberg is bij toeristen. Zoals het toerisme op zijn beurt een belangrijke positieve stimulans geeft aan de lokale en regionale economie.“ 
Volgens Cnossen heeft Woudenberg inmiddels al de nodige ervaring met het thema van de bijeenkomst. “Ook in Woudenberg worden de inwoners steeds mondiger. Zij zien de gemeente al lang niet meer als enige expert.” Dat was ook de reden voor het gemeentebestuur om de bevolking nauw te betrekken, niet alleen bij de ontwikkeling van de gemeentelijke Toekomstvisie 2030, maar ook bij de invulling van de noodzakelijke bezuinigingen. “Dat heeft vier ton opgeleverd”, aldus Cnossen. “Het heeft kortom zin om de inwoner centraal te stellen. Samen staan we voor een open, betrouwbaar en initiatiefrijk Woudenberg.”
Gemeenten moeten volgens haar zeker niet dezelfde fout maken als Den Haag. “Want daar zegt men wel dat de zaken gedecentraliseerd worden, maar ondertussen bemoeit de rijksoverheid zich overal mee. Zij denkt met wet en budget de lokale overheid aan een touwtje te hebben. Terwijl dat helemaal niet het geval is. Wij als gemeente kijken bijvoorbeeld met verbazing naar de aanpak van de vluchtelingenproblematiek. Het debat dat daarover in Den Haag wordt gevoerd gaat voorbij aan het feit dat gemeenten worden geconfronteerd met de toestroom van mensen zonder een dak boven het hoofd. Zeker: de opvang daarvan levert lokaal debat op. Maar wij zijn er voor alle inwoners, en zorgen dus ook voor de mensen die wij liever tijdelijke inwoners dan vluchtelingen noemen.”

Referentiekaders

Een overheid die terugtreedt en zaken wil delegeren, hetzij aan een andere overheid, hetzij aan de lokale bevolking, doet er dan ook goed aan hier serieus vorm en inhoud aan te geven. Dat was ook de boodschap van Wim van Dinten aan het Najaarscongres 2015. Hij opende het plenaire deel van de bijeenkomst, nadat onder leiding van Koos Janssen het huishoudelijke deel - de Algemene Ledenvergadering - voortvarend was doorlopen (klik hier voor het concept-verslag), en Philip van Veller, namens de landelijke VNG, de actuele stand van zaken in Den Haag had toegelicht.
Van Dinten is verbonden aan de Sezen Academy te Wijk bij Duurstede en was eerder bijzonder hoogleraar Bedrijfskundige Analyse en Synthese aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij maakte in zijn bijdrage een onderscheid tussen drie patronen in de benadering van problemen door de overheid. In de eerste plaats zijn veel overheidsorganisaties naar binnen gekeerd. Zij nemen vooral zichzelf als maatstaf en niet de inwoner die met een probleem zit. Ten tweede kiest de overheid vaak voor algemene oplossingen, waar een specifieke, kleinschalige en op het individu gerichte benadering meer op zijn plaats zou zijn. En tot slot wordt te vaak de indruk gewekt dat de grote problemen van deze tijd eenvoudig zijn op te lossen, terwijl daar in werkelijkheid geen sprake van is.

Om die patronen te doorbreken is het cruciaal dat de overheid onderkent dat de verschillende betrokkenen vanuit verschillende referentiekaders betekenis geven aan wat zij doen. De overheid acteert vooral vanuit de ratio, en is ervan overtuigd dat met wet- en regelgeving de problemen in de samenleving zijn op te lossen. De burger neemt juist in toenemende mate zichzelf als referentie, en vindt dat wat de overheid doet moet passen bij wat hij zelf belangrijk vindt. 
Beide, vooral intern gerichte benaderingen leiden tot spanningen in de samenleving, omdat hiermee voorbij wordt gegaan aan twee andere cruciale referenties, die vooral extern zijn gericht: de sociale betekenisgeving (wat vindt de ander?) en de evolutionaire betekenisgeving (welke invloeden heeft een bepaalde ontwikkeling op de samenleving?). 
Bestuurlijk omdenken vereist dat ook die worden meegewogen, benadrukte Van Dinten. “Gemeenten zullen moeten leren om te onderscheiden welke problemen er zijn en vanuit welke referentie er naar een oplossing moet worden gezocht. Gooi dus in het streven naar vernieuwing vooral niet de hele organisatie overhoop, maar knip het gemeentelijk takenpakket op in kleine stukjes en benoem ze vanuit hun betekenis in de samenleving: rationeel, zelfreferentieel, sociaal of evolutionair. Want iedere benadering leidt tot een andere oplossing.”

Op de zeepkist

Voor en na de pauze werd in twee rondes ‘op de zeepkist’ de praktijk van het verbinden met de lokale bevolking nader toegelicht. Onder leiding van Elisabeth van den Hoogen werd vervolgens plenair op de diverse bijdragen gereageerd.
Frits Naafs, burgemeester van Utrechtse Heuvelrug,  vertelde onder andere over het experiment om 100 willekeurige inwoners van zijn gemeente uit te nodigen om te komen meepraten over het veiligheidsbeleid van de gemeente. Een uitermate succesvol verlopen exercitie, omdat er uiteindelijk 30 mensen aan de gesprekken hebben meegedaan. En dat smaakt naar meer, aldus Naafs. Gemeenten moeten volgens hem alles op alles zetten om de lokale bevolking bij de gemeentelijke besluitvorming te betrekken. “We staan nog maar aan het begin van grote veranderingen. Inwoners moeten het gevoel krijgen dat ze zich gehoord en serieus genomen voelen. Zij zijn voor gemeenten het maatschappelijk durfkapitaal.”
Jan Overweg, wethouder van Leusden, belichtte op zijn beurt de handelwijze van de gemeente in het voortraject van de bouw van een sporthal. Daar werden nadrukkelijk ook de Leusdenaren bij betrokken, die er in de toekomst gebruik van zouden moeten gaan maken. Niks mis met die sporthal, zo vonden de inwoners. Maar het zou beter zijn als er nog een turnhal bij zou worden gezet. “Het leidde ertoe dat het project geen twee maar drie miljoen ging kosten. Maar we hebben het wel gedaan.” Vraag is dan ook of het coalitieakkoord in dergelijke gevallen niet te beperkend werkt. “Want als alles is vastgelegd, inclusief het budget, kun je je afvragen of de burger nog wel echt invloed heeft.”
Martijn  Kraa, bestuursid/secretaris buurkacht Alandsbeek, gaf een toelichting op het project Buurkracht in Leusden. “Het bleek dat de mensen in Leusden elkaar nauwelijks kennen. Terwijl ze wel heel veel kennis en expertise hebben die kan worden ingezet om problemen in de buurt op te lossen.  Wij zijn al die kennis en kracht aan het mobiliseren. En dat leidt tot leuke dingen. Buurkracht wordt buurtmacht.”

Vertrouwen

Simone van der Marck, gemeentesecretaris van Woudenberg, gaf een toelichting op de ervaringen van de gemeentelijke organisatie tijdens een training in bestuurlijk omdenken. “Het gaat voor een belangrijk deel om vertrouwen”, zo merkte zij onder andere op. “Je moet het immers met elkaar doen. Dan moet je er ook op kunnen vertrouwen dat iedereen binnen de gemeente het ook daadwerkelijke samen wíl doen.” Duidelijk is in ieder geval dat het beleid niet meer louter op het gemeentehuis wordt bepaald. “De samenleving bepaalt, en dus is het voor iedere gemeente van belang om in dialoog te gaan met haar inwoners.”
Jan Dirk Pruim is griffier van Almere, een gemeente die voorop loopt in politiek-bestuurlijke vernieuwing. “In Almere zijn we de politieke markt, waar inwoners en bestuurders direct met elkaar in contact kunnen treden, alweer voorbij. Zo hebben we recent een Motiemarkt gehouden. Dat bleek veel succesvoller dan vooraf bedacht. Inwoners konden inspreken op een onderwerp en kregen vervolgens een marktkraam toegewezen, van waaruit zij raadsleden konden proberen te overtuigen om een motie in te dienen. Dat resulteerde niet in de verwachte 20 tot 30 maar in liefst 130 voorstellen. Maar dat is leuk: het dwingt ons te improviseren”, aldus Pruim, die zijn gehoor verder voorhield dat de gemeenteraad zich in de toekomst zal moeten ontwikkelen van besluitmachine voor het college tot beslisplatform namens iedereen in de gemeente.

Mooie discussies

De verschillende bijdragen maakten het Najaarscongres voor de deelnemers tot een inspirerende ervaring, zo reageerde Jantine Kriens, voorzitter van de directieraad van de landelijke VNG, desgevraagd. “Ik zag mooie discussies ontstaan, bijvoorbeeld over de vraag of de gemeentelijke politiek alleen van het proces is, of er ook nog wat van mag vinden.”
Een raadslid uit Amersfoort wees onder andere op de neiging van veel gemeenten om vanuit een juridisch kader te kijken naar de problemen van inwoners. “Maar je kunt natuurlijk ook bekijken of en op welke wijze de regels erop aangepast moeten worden. Dat onderstreept voor mij de noodzaak dat ambtenaren moeten worden meegenomen in het proces om een cultuurverandering te kunnen bewerkstelligen.”
In het algemeen vonden deelnemers het prettig om te ervaren dat de wereld flink in beweging is. “We zijn zoekende, zoveel is duidelijk. Maar gemeenten durven in die zoektocht wel op hun bek te vallen. En zo hoort het ook. Blijf vernieuwen, blijf omdenken.”
Daar was voorzitter Janssen van de VNG afdeling Utrecht het van harte mee eens. Hij besloot de bijeenkomst, na een bijzonder gitaaroptreden van twee Syrische vluchtelingen uit een asielzoekerscentrum in Almere. Janssen: “Anders denken, anders doen: ieder mens telt en er is geen dag waarop je niet kunt leren. Laten we dus vooral blijven leren, en blijven kijken naar elkaar. Hoe moeilijk dat soms ook is.”

  • Van het Najaarscongres is ook een videoverslag gemaakt. Deze video vindt u op ons youtube-kanaal.
  • Klik hier voor de speechpunten van burgemeester Cnossen.
  • Klik hier voor de patronen die Wim van Dinten heeft onderscheiden in het eerste deel van zijn bijdrage.
  • Klik hier voor de powerpoint presentatie van Wim van Dinten.