De Regionale Coördinatiepunten Fraudebestrijding (RCF’s) bieden gemeenten ondersteuning bij de bestrijding van fraude op de arbeidsmarkt, in de sociale zekerheid, met fiscale regelingen en in de volkshuisvesting. Dat levert niet alleen geld op, zo bleek tijdens de bijeenkomst ‘Integrale Handhaving: een kwestie van bestuurlijke lef’ van VNG afdeling Utrecht en het RCF Utrecht/Gooi- en Vechtstreek. De bijeenkomst, gehouden in de raadzaal van de gemeente Nieuwegein, was bedoeld om gemeenten in de regio Utrecht/Gooi- en Vechtstreek te informeren over de wijze waarop zij gebruik kunnen maken van de diensten van ‘hun’ Regionale Coördinatiepunt Fraudebestrijding. Onder leiding van dagvoorzitter Margriet Vroomans en aan de hand van concrete voorbeelden gingen de sprekers in op de werkwijze en met name ook de resultaten van het integrale handhavingsbeleid.
Bestuurlijke winst
Marka Spit is behalve wethouder sociale zaken van de gemeente Utrecht ook voorzitter van het RCF Utrecht/Gooi- en Vechtstreek. Voor haar staat integrale handhaving gelijk aan bestuurlijke winst. Die winst zit hem in de eerste plaats in de concrete resultaten van fraudebestrijding. Zo heeft het optreden van het Utrechtse Interventieteam in de wijk Overvecht in de periode van november 2007 tot maart 2009 in totaal bijna € 12,5 miljoen opgeleverd. Dan ging het om naheffing van belastingen, terugvordering van uitkeringen en het opleggen boetes. “We doen het dus niet voor niets”, meent Spit. Maar de winst zit hem ook het behoud van draagvlak onder maatschappelijke en sociale voorzieningen. “Optreden in geval van fraude hangt samen met rechtvaardigheid. Niet de boel de boel laten, maar optreden.” Dat straalt ook af op het leefklimaat in de wijk. “Bewoners krijgen immers het besef: hier wordt opgetreden tegen misstanden. En dat heeft absoluut een positieve invloed.” Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft de Regionale Coördinatiepunten Fraudebestrijding (RCF’s) aangewezen om de integrale handhaving op verschillende fronten te stimuleren. Alle activiteiten van de RCF's worden via het Gemeentefonds door het rijk gefinancierd. Ook in de provincie Utrecht en de Gooi- en Vechtstreek is een Regionaal Coördinatiepunt Fraudebestrijding (RCF) actief. In nauwe samenwerking met gemeenten, UWV, Belastingdienst, Sociale Verzekeringsbank, Arbeidsinspectie, Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst, politie en Openbaar Ministerie geeft het RCF invulling aan het integrale handhavingsbeleid in deze regio. “De samenwerking is heel erg gericht op interventie en het naar buiten toe optreden. Daarnaast leren we veel van elkaar.” Sinds het ontstaan van de interventieteams in 2004 is een praktijk ontwikkeld, die inmiddels tamelijk degelijk is, aldus Spit. En bovendien veelzijdig. De controle richt zich namelijk zowel op verschillende branches (taxibedrijven, scheepvaart, horeca) als specifieke locaties in de gemeente (markten, bedrijventerreinen), bijzondere fenomenen (illegalen, overbewoning) en sinds twee jaar ook op wijken. De oogst mag er zijn. In financieel opzicht bracht het in de regio Utrecht/Gooi- en Vechtstreek als geheel € 31,6 miljoen op. “Dat is dan alleen de financiële winst. Uit maatschappelijk bezien is de winst eveneens aanzienlijk.”
Klik hier voor de powerpoint-presentatie van Marka Spit.
Dilemma’s
Gerard Boekhoff is wethouder sociale zaken van de gemeente Bussum, en bestuurslid van het RCF Utrecht/Gooi- en Vechtstreek. Hij toonde zich aangesproken door de titel, ‘Integrale Handhaving: een kwestie van bestuurlijke lef’ die naar zijn mening feitelijk een pleonasme bevat. “Besturen is namelijk niet voor bange mensen en vergt dus altijd een bepaalde mate van lef.” Bestuurders weten zich in de discussie over integrale handhaving wel gesteld voor de nodige dilemma’s. Dat heeft bijvoorbeeld te maken met beeldvorming. “Ik hoor wel eens dat een wijkgerichte aanpak van fraudebestrijding geassocieerd wordt met grootstedelijke problemen, massaliteit en zelfs met repressie. Bestuurders vinden het niet fijn om daarmee geassocieerd te worden. En die beeldvorming speelt wel degelijk een rol in de besluitvorming vooraf.” Twijfel is er ook over de vraag of integrale handhaving wel het juiste middel op het juiste moment is. “Het is lastig om dat vooraf te bepalen. Daar moeten wij als bestuurders dus bij geholpen worden. Anders worden de besluiten genomen vanuit de beeldvorming en zijn bestuurders veelal geneigd om niet mee te doen.” En zo zijn er meer lastige punten. “Hoe krijg je bijvoorbeeld als wethouder sociale zaken je collega’s in het college van Burgemeester & Wethouders mee. Integraal handhaven is actueel, maar vrijwel nooit in lijn met de portefeuilleverdeling in het college. Iedereen heeft zo zijn eigen portefeuille, maar integraal werken vereist dat je daar overheen stapt. Dat kan politiek zowel als praktisch lastig zijn. Want wie is nu op welk moment precies waarvoor verantwoordelijk? Dat zijn terechte vragen die bestuurders zich ook voorafgaand aan een handhavingstraject moeten stellen.” Lef is daarbij noodzakelijk. “Lef is daarnaast vereist omdat met integrale handhaving en fraudebestrijding maatschappelijke voorzieningen behouden kunnen blijven voor de mensen die het ook echt nodig hebben. Het is in hun belang dat wij als bestuurders op dit gebied alle lef tonen die we in ons hebben.” Burgemeester Patrick van den Brink toonde zich aangesproken door het betoog van Boekhoff. “Want ik wist niet eens van het bestaan van het RCF Utrecht/Gooi- en Vechtstreek. Dus ik ben blij verrast. Maar wat nu als ik iets wil? Hoe krijg ik het RCF dan aan mijn kant?” Volgens Boekhoff kan dat via de lijn van het bestuurlijk overleg met de wethouders sociale zaken in de regio of door een concreet gesprek aan te gaan met het RCF. “Daar zijn geen kosten aan verbonden, mits het binnen de grenzen van het beschikbare budget blijft natuurlijk.”
Klik hier voor de powerpoint-presentatie van Gerard Boekhoff.
Praktijkervaringen
Daarna was het woord aan de prakijk. Jet Smit, adviseur veiligheid van de gemeente Utrecht, voormalig wijkveiligheidsmanager Lombok-Oost, gaf een toelichting op het project in de Utrechtse wijk Lombok. “Die staat bekend als een leuke, multiculturele wijk. Maar er waren wel degelijk ook keerzijdes. De criminaliteit was bijvoorbeeld drie keer zo hoog als het stedelijk gemiddelde. Ook was er veel overlast, variërend van drugsproblemen tot dubbelparkeren. Dat moest iets gebeuren. Het leuke van de wijk wilden we behouden maar de problemen vereisten een oplossing. Die werd gevonden in een aanpak die volgens Smit neerkomt op ‘hard, maar wel sociaal verantwoord’. De zachte kant van de aanpak richtte zich op het aanhalen van de banden met ondernemers en bewoners. De harde kant richtte zich op handhaving, met ondersteuning van wijkgerichte en disciplineoverstijgende interventieteams. Dat bracht meteen ook orde in de chaos van het grote aantal bij Lombok betrokken partijen, die ieder voor zich verantwoordelijk waren voor een bepaald deel van de controle- en handhavingstaken. “Samenwerking was hier het devies”, aldus Smit. “Ook al omdat dit tot kruisbestuiving leidt.” De resultaten zijn evident want blijken uit de cijfers. “Behalve de opbrengst in geld, blijkt ook dat het gevoel van onveiligheid en de overlast bij bewoners duidelijk is gedaald. Bewoners waarderen de wijk nu duidelijk positiever.” Toch is het nog niet voldoende om de in 2006 begonnen actie te stoppen. “Want nog steeds voelen te veel mensen zich onveilig. Twee jaar investeren is dus niet genoeg. Handhaven en een gebied verbeteren kun je niet projectmatig. Het moet langdurig worden volgehouden. Anders kun je op enig moment weer opnieuw beginnen.”
Klik hier voor de powerpoint-presentatie van Jet Smit.
Wilco Pelgrom maakt deel uit van het kenniscentrum handhaving van het RCF Overijssel. Hij ging in zijn bijdrage vooral in op de winst van het bundelen van informatie. “We weten niet wat we weten”, aldus Pelgrom. “Er is veel meer informatie voorhanden dan we denken. En ik kom steeds meer tot de conclusie dat we de informatie die we hebben niet effectief gebruiken. Terwijl er inmiddels voldoende voorbeelden zijn waarbij de koppeling van bestanden en dossiers tot zeer nuttige informatie heeft geleid. Een pilot met de wijkgerichte aanpak in de Enschedese wijk Acacia leverde veel aanknopingspunten op om tot verbetering te komen. “Wat ook duidelijk werd is dat men onvoldoende een beeld heeft van bruikbare en beschikbare informatie. Daar moeten we veel meer inzicht in krijgen, niet alleen in wat er al is, maar ook in de behoefte aan informatie.” Privacy en de bescherming van persoonsgegevens is daarbij een gevoelig punt, erkende Pelgrom. “Dat is lastig voor mensen zoals wij, die daarin absoluut de grenzen opzoeken. Dus er kunnen zeker complicaties door ontstaan. Daarom vereist het ook een degelijke inschatting van de risico’s op dat gebied.”
Klik hier voor de powerpoint-presentatie van Wilco Pelgrom.
Over die risico’s kan Leonie van der Reep, projectmedewerker bedrijfsvoering van de gemeente Amersfoort meepraten. Zij gaf tijdens de bijeenkomst een toelichting op het Project Waterproef. In dat kader zijn de meterstanden van de waterleidingbedrijven gebruikt om inzicht te krijgen in de woonsituatie van mensen. “Watergebruik is persoonlijk. Van een uitzonderlijke situatie zou sprake kunnen zijn als het gemiddelde verbruik op 20 m3 of lager ligt. Het is een indicatie dat er iets aan de hand zou kunnen zijn.” Het RCF heeft de gemeente de nodige ondersteuning geboden bij het project. “Het RCF heeft onder andere gekeken naar de juridische mogelijkheden en belemmeringen. Waterstanden worden immers afgegeven voor waternota en niet voor controle van de woonsituatie. Het RCF fungeerde als contactpunt tussen de verschillende partijen en bood ondersteuning bij de uitvoering.” De opbrengst van het project mag er weten. Het heeft bijna 8 miljoen euro opgeleverd, tegen een investering van 30.000 euro aan manuren. Met als ‘bijvangst’ dat er ook sociale problemen achter de voordeur aan het licht kwamen. “Er waren mensen die zo diep in de schulden zaten dat ze moesten bezuinigen op het watergebruik. Ook kwam het wel voor dat we met iemand te maken kregen die volledig buiten de maatschappij leefde. In dat soort gevallen kon direct hulp worden geboden.” De juridische haken en ogen leverden desondanks de nodige problemen op. Zo legde het College Bescherming Persoonsgegevens een soortgelijk project in Noord-Holland stil, omdat gegevens voor een ander doel werden gebruikt dan waarvoor ze zijn ingezameld. “Minister Donner wil dit soort combinaties van databestanden desondanks mogelijk maken”, aldus Van der Reep. “” Ook ligt er inmiddels een uitspraak van de rechtbank in Utrecht, die de koppeling toelaatbaar acht. Daar is nu wel hoger beroep tegen aangetekend. Maar er is voldoende hoop dat we hiermee door kunnen gaan.”
Klik hier voor de powerpoint-presentatie van Leonie van der Reep.
Achtergrondinformatie
Hieronder vindt u meer informatie over de resultaten uit concrete projecten:
Meer informatie over de Regionale Coördinatiepunten Fraudebestrijding vindt u verder op de website www.rcf.nl. Na registratie ontvangt u een inlogcode waarmee u nog veel meer informatiebronnen ontsluit. U kunt natuurlijk ook contact opnemen met het landelijk informatie centrum van de RCF, telefonisch via 0546-541660 of per e-mail: rcf.helpdesk(at)rcf.almelo.nl. |