VNG Utrecht

Najaarscongres 2009 - Decentraal bestuur: volle kracht vooruit!

05-11-09

Het is jammer dat gemeentelijke bestuurskracht in een adem wordt genoemd met de noodzaak tot schaalvergroting en herindeling. “Alsof bestuurkracht te maken heeft met schaal”, aldus Koos Janssen, voorzitter van VNG afdeling Utrecht, tijdens het Najaarscongres 2009.

Het Najaarscongres 2009 werd op donderdag 5 november gehouden in de raadszaal van Houten. Burgemeester Cor Lamers heette het gezelschap welkom in de gemeente, die zoals hij opmerkte niet alleen een groot deel van de Utrechtse Vinex-bouwopgave realiseert, maar internationaal bekend staat als dé fietsstad van Nederland 2008.

Hanneke Balk-Lampe, bestuurslid van de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden en van de Vereniging van Brabantse gemeenten, sprak vervolgens over de professionaliseringsslag die de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden op dit moment ondergaat. In samenspraak met onder meer de VNG, het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de verenigingen van griffiers en wethouders zijn de doelstellingen verder aangescherpt en uitgewerkt. In maart 2010 moet de vernieuwde vereniging een feit zijn. “Onze rol is nu nog bescheiden. Maar dat gaat veranderen. Na de komende gemeenteraadsverkiezingen staan we sterker op de kaart.”

Klik hier voor de powerpoint-presentatie van Hanneke Balk.

Meer informatie is te vinden op de website van de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden : www.raadslid.nu.

Jubileumrede

Met de bijeenkomst, die grotendeels in het teken stond van bestuurskracht, markeerde VNG afdeling Utrecht tegelijkertijd haar 90-jarig bestaan. In zijn jubileumrede stond voorzitter Janssen dan ook uitgebreid stil bij de historie van de vereniging, die op 9 januari 1919 formeel van start ging. Een oude vereniging, erkende Janssen, maar wel een die, ook getuige de hoge opkomst voor het Najaarscongres, anno 2009 nog altijd springlevend is. “En dat is goed om te zien.”
Sinds het begin van de vorige eeuw is er veel veranderd in het openbaar bestuur, aldus Janssen. “Wat mij nu juist aanspreekt is het effect van de democratiseringsslag die overal heeft plaatsgevonden. We staan continu in de etalage, en moeten altijd en voor iedereen bereikbaar zijn. Wat een verschil met 90 jaar geleden. Het maakt ons werk misschien lastiger maar zeker ook boeiender. We staan niet meer op een voetstuk, maar midden in de samenleving.”
De overheid is dan ook terug op het toneel. Janssen: “Na jaren van loslaten komt nu de periode van terugpakken. Dat leidt tot nieuwe dilemma’s. Enerzijds vraagt men om ingrijpen van de overheid, anderzijds verlangt de burger naar autonomie. Een lastige afweging. Duidelijk is dat we het algemeen belang moeten blijven dienen. Maar we redden het niet meer met de klassieken ‘wet en budget’. Integendeel: we moeten op zoek naar nieuwe manieren om de samenleving van dienst te zijn.”
Bestuurskracht is in dat kader een belangrijk thema, waar ook steeds meer gemeenten invulling aan proberen te geven. “Het is alleen jammer dat bestuurskracht in één adem wordt genoemd met de noodzaak tot schaalvergroting”, vindt Janssen. “Alsof bestuurkracht te maken heeft met schaal. Het is veelzeggend dat ook de Raad van State daar met verbijstering kennis van heeft genomen. Want de in het verleden gemaakte keuze voor decentralisatie van rijkstaken was juist gelegen in het feit dat het rijk onvoldoende bestuurskracht had.”
Het is dus alleszins oppassen geblazen, meent Janssen. “Want als we niet opletten, trekken we het onvermogen van het rijk naar ons toe. Dan staan we weer in de paskamer, terwijl we gewoon in de etalage horen te blijven staan.”

Klik hier voor de speech van Koos Janssen.

Kloek boek

Tot besluit van zijn toespraak overhandigde hij het eerste exemplaar van een ‘kloek boek’ over de geschiedenis van VNG afdeling Utrecht aan de Utrechtse Commissaris van de Koningin Roel Robbertsen

Klik hier voor meer informatie over het jubileumboek.

Robbertsen greep de gelegenheid aan om nog eens de bijzondere relatie tussen provincie Utrecht en de gemeenten te markeren. “Het is fantastisch om te zien dat wij in zo goede samenwerking met de Utrechtse gemeenten opereren. De relatie wordt de laatste jaren ook alleen maar beter. Er zijn niet of nauwelijks nog discussies meer over vorm of structuren, maar samen praten wij over de inhoud van het beleid, voortvarend en oplossingsgericht, in het belang van burgers, bedrijven en instellingen.”
Dat is mede te danken aan de totstandkoming van een samenwerkingsagenda, waartoe VNG afdeling Utrecht met de overhandiging, in april 2007, van een Manifest Utrechtse Gemeenten het initiatief heeft genomen. “Een uniek instrument in Nederland”, aldus Robbertsen, “dat ons in staat stelt gezamenlijke doelen eerder en beter te bereiken. Het was in het begin best even wennen, maar inmiddels kunnen we stellen dat het een goed en werkbaar programma is. We weten elkaar te vinden in de doelstelling dat we samen willen werken aan een sterker Utrecht. VNG afdeling Utrecht en de provincie houden elkaar scherp. Ik hoop daarom dat we voortvarend en met volle kracht doorgaan op de ingeslagen weg.”
Met name de discussie op rijksniveau over taken, verantwoordelijkheden en met name de financiering onder het huidige bestel kan die verhouding in de toekomst mogelijk onder druk zetten. Maar daarom is het volgens Robbertsen juist zo belangrijk om een thema als bestuurskracht op te pakken. “Dat levert een belangrijke bijdrage aan een  zo slagvaardig en daadkrachtig mogelijk openbaar bestuur.”

Historie

In een vermakelijke bijdrage voerde Herman Pleij, emeritus hoogleraar Historische Nederlandse Letterkunde, de deelnemers aan het Najaarscongres vervolgens langs 500 jaar vaderlandse geschiedenis. Hij stond stil bij de eigenaardigheden van het Nederlandse volk en gaf een logische verklaring voor de wijze waarop wij ons openbaar bestuur op decentraal niveau hebben geregeld. “Nederland denkt, leeft, en werkt in kleinschaligheid. De zelfredzaamheid is hoog. In enquêtes wordt dan ook veel gescholden op de overheid. Maar als die mensen vervolgens wordt gevraagd naar het persoonlijk welbevinden dan geeft meer dan 80 procent aan zeer tevreden te zijn. Dat kenmerkt de houding ten opzichte van het openbaar bestuur.”
Volgens Pleij domineert als sinds de Gouden Eeuw het handelsbelang de discussie. Vanuit dat handelsbelang zijn onder andere de gedoogpolitiek en het poldermodel ontwikkeld. “De geschiedenis leert dat je daarmee heel erg welvarend kan worden.” Zolang het bestuur maar niet te sterk en vooral decentraal ingericht wordt. “Aan centralisme was in Nederland geen behoefte. Gemeenten dreven zelfstandig en op eigen wijze handel. Dat decentrale systeem wilden we koste wat kost handhaven. Ook al omdat we een buitengewoon pragmatisch volk zijn.”

De decentrale benadering is een buitengewoon groot goed, vindt Pleij. “Want het leidt tot veel participatie. Het poldermodel staat voor een typisch Nederlands bestuur- en besluitproces dat tot grote hoogte kan leiden. Het is een conflictmodel met ingebouwd consensusvermogen, waarbij heel veel inventiviteit vrijkomt. De ideeënrijkheid is enorm groot, omdat heel veel mensen heel lang kunnen deelnemen aan de discussie. Veelal leidt dat tot een verbijsterend goed resultaat.”
Dat neemt niet weg dat er wel degelijk aandachtspunten zijn om van dat decentrale bestuur een succes te maken. Volgens Pleij moeten traagheid van het bestuurlijk proces en extra regeldruk zoveel mogelijk worden voorkomen. Controle op de uitvoering van het geformuleerde beleid en coördinatie ervan zijn evenzeer belangrijk. En natuurlijk blijft de verantwoordelijkheid een belangrijk aspect: “Je moet er altijd iemand op kunnen aanspreken.”

Debat

Na een kleine pauze ging het Najaarscongres verder met een debat over bestuurskracht tussen de zaal, Ralph Pans, voorzitter van de directieraad van de VNG en Marjan Haak-Griffioen, gedeputeerde in de provincie Utrecht.

Discussieleider Elisabeth van den Hoogen opende met de vraag “Waar denkt u aan bij de term bestuurskracht?” Pans antwoordde dat bestuurskracht niet meer of minder is dan het vermogen ambities te stellen en deze vervolgens ook te realiseren. “Bij bestuurskrachtmetingen worden verschillende invalshoeken gekozen. Een goed onderzoek brengt in kaart wat de kracht is, van bestuur en politiek enerzijds en ambtenarij anderzijds, om ambities te kunnen formuleren en te kunnen uitvoeren. Dat is de reden waarom het Kwaliteitsinstituut Nederlandse Gemeenten (KING) een keurmerk voor dit soort metingen moet gaan ontwikkelen en we ook meer tot een zo objectief mogelijke vergelijking tussen gemeenten willen komen.”
Volgens Haak is dat echter niet het hoofddoel. “Ik zie bestuurskrachtmeting meer als maatwerk, een manier om jezelf een spiegel voor te kunnen houden. Vergelijken is een aardig spel, maar de vraag is of het wel zoveel oplevert. Onze inzet van een bestuurskrachtmeting is te achterhalen of dat wat je wil en dat wat je doet nu met elkaar in balans is. Werkt datgene wat je wilt?”

Vanuit de zaal riep burgemeester Jan van Bergen van Woudenberg de gang van zaken rond de beoogde fusie met Scherpenzeel en Renswoude. “Wij zijn bestuurskrachtig genoeg, maar als we kijken wat er op ons af komt, is regionale samenwerking nodig. Maar vervolgens trekt een van de gemeenten de stekker eruit en is de ambitie vervolgens weg. Dat vereist naar mijn mening een meer centrale aanpak.”
Hugo Schorer, burgemeester van Renswoude, reageerde direct. “Onze bestuurskrachtmeting was positief en we krijgen ook geen signalen van inwoners of de gemeenteraad dat het anders zou moeten. Zo bezien ben ik het eens Pans. Kijk naar je ambities en of je die kunt waarmaken. Vanuit die optiek zijn wij tegen een herindeling. Je zou met elkaar ook afspraken moeten maken hoe om te gaan met zo’n bestuurskrachtmeting. Iedere gemeente hanteert een andere methode en iedere provincie doet er ook wat anders mee. Onze meting was positief, maar desondanks geraken we in een herindelingsproces. Dat hebben wij als buitengewoon merkwaardig ervaren. Misschien moeten er maar eens landelijke spelregels komen.”
Volgens Haak is dat te kort door de bocht. “Het is echt niet zo dat als de meting tot een slecht resultaat leidt er meteen moet worden heringedeeld. Dat is niet de bedoeling van een bestuurskrachtonderzoek. Het biedt de mogelijkheid om tot verbetering te komen. In het kader van deze herindeling zeiden twee van de drie gemeenten: wij willen onze bestuurskracht versterken en hebben daar een derde gemeente voor nodig.”

Pans toonde zich voorstander van een landelijk model. “Vooropgesteld: ik vind het vreemd om over positief of negatief bestuurskrachtonderzoek te spreken. Het is altijd positief, want het leidt altijd tot aanbevelingen ter verbetering. Sommige provincies hebben inderdaad misbruik gemaakt van de uitkomsten van bestuurskrachtonderzoek. Daarom heeft het nu een verkeerde geur gekregen. Daar moeten we vanaf. Daarom hoop ik ook dat KING een drastische beperking van het aantal onderzoeksmethoden zal bereiken.” In het algemeen stelde Pans te hopen dat de onderlinge vergelijkbaarheid van gemeenten zal toenemen. Dat is ook precies de reden voor de inrichting van de gemeentelijke benchmark website www.waarstaatjegemeente.nl. “Het is onze ambitie dat in 2011 alle gemeenten aan deze benchmark gaan mee doen.”

Vanuit de zaal kwam hierop de reactie dat er ook een gevaarlijke kant aan kleeft. “Bestuurskrachtmeting is een vorm van zelfreflectie. Niet meer dan dat. Mijn angst is dat de VNG en de provincies er vervolgens allerlei andere dingen mee gaan doen. Mijn grootste angst zit in het vergelijken, wat mogelijk zelfs tot herindeling zou kunnen leiden. Ik ben in ieder geval erg bang dat het die kant opgaat. Als het instrumenten zijn om ons te helpen: prima. Maar het moet niet meer worden dan dat.”
Volgens Haak is de vrees voor herindeling na bestuurskrachtmeting onterecht. “Ik wil hier bestuurskracht en herindeling toch echt van elkaar loskoppelen. Het gaat er om wat je als gemeente kunt verbeteren. En dan zijn er veel meer mogelijkheden dan alleen herindeling. We merken wel dat bestuurskracht, als zo’n onderzoek wordt verricht, een gemeentelijk thema wordt. En het gebeurt inderdaad wel dat door zo’n meting herindeling ter sprake komt. Wij als provincie stellen het echter niet aan de orde. Wij hijgen gemeenten slechts in de nek met de vraag: wat ga je nu doen met de aanbevelingen uit de bestuurskrachtmeting? Wij voelen ons namelijk wel verantwoordelijk voor de kwaliteit van gemeenten. Die is namelijk ook in ons belang.”
Pans: “We moeten toewerken naar een meetinstrument dat in heel Nederland bruikbaar en ook betrouwbaar is. Als een gemeente vervolgens op basis van die meting tot de conclusie komt dat er iets moet gebeuren, is zijzelf de eerst aangewezene om daar werk van te maken. Als de gemeente daar niet toe in staat is, moet een hogere overheid ingrijpen. Maar in het algemeen geldt dat rijk en provincies veel minder intensief bezig zouden moeten zijn met het beoordelen van gemeenten. Dat doen de gemeenten zelf wel.”

Klik hier voor het formele verslag van de bijeenkomst.

Op Youtube is een kort videoverslag van het Najaarscongres gepubliceerd. 

Meer informatie over dit thema vind u in het Dossier Bestuurskracht op deze website.