VNG Utrecht

Najaarscongres 2011 – ‘De sterkste schakels’

17-11-11

Zakelijk en realistisch, maar vooral ook eerlijk en transparant. Zo wil het Utrechtse college van gedeputeerde staten de samenwerking met gemeenten aangaan. Tijdens het Najaarscongres 2011 van de VNG afdeling Utrecht gaven drie Utrechtse gedeputeerden hun visie op de relatie tussen provinciebestuur en gemeenten. “We vinden elkaar op inhoud.”

Burgemeester Ties Elzenga van Veenendaal heette als gastheer de deelnemers aan het Najaarscongres 2011 van harte welkom. Vervolgens leidde voorzitter Koos Janssen van de VNG afdeling Utrecht hen in ijl tempo door het huishoudelijk deel van de bijeenkomst (klik hier voor het voorlopig verslag), en sprak Kees Jan de Vet, lid van de directieraad van de VNG, kort over diverse actuele ontwikkelingen op landelijk niveau, zoals het Bestuursakkoord.
Maar daarna stond de bijeenkomst toch echt geheel in het teken van de samenwerking tussen de 26 Utrechtse gemeenten en het nieuwe provinciebestuur. Aanleiding vormde het Coalitieakkoord 2011 – 2015 ‘Focus – Vertrouwen – Oplossingsgericht’, waarin GS stelt te willen inzetten op een vernieuwing en versterking van de relatie met gemeenten. Meer schakelen en de schakels sterker maken, zo lijkt het devies.
Van het vierkoppige college moest alleen Ralph de Vries (D66, gedeputeerde Wonen en Stedelijke Vernieuwing, Milieu, Recreatie, Water en Europa) op het laatste moment verstek laten gaan. Bart Krol, Remco van Lunteren en Mariëtte Pennarts-Pouw waren er wel, en boden de zaal volop gelegenheid kennis te maken met de nieuwe opstelling van de provincie. Het debat daarover werd geleid door Elisabeth van den Hoogen.
Het college is inmiddels al een hecht team, zo stelde gedeputeerde Pennarts (GroenLinks, gedeputeerde Cultuur, Jeugdzorg, Bestuur, Communicatie en Strategie), dat ‘afspraak is afspraak’ als voornaamste motto hanteert. Collega Van Lunteren (VVD, gedeputeerde Mobiliteit, Economie en Financiën) bevestigde dat: “We doen het samen en zijn ook veel meer in gesprek met elkaar. We voelen ons bij elkaars portefeuille betrokken. Dat is wel een voordeel van een kleiner college. Je denkt voortdurend met elkaar mee. Waarmee ik overigens niet gezegd wil hebben dat we geen stevige discussie met elkaar kunnen hebben.”
Voor oudgediende Bart Krol (CDA, gedeputeerde Ruimtelijke Ontwikkeling en Landelijk Gebied) was het verfrissend te merken dat dit nieuwe college ook nieuw elan in de provinciale politiek heeft gebracht. “De politiek is mensenwerk. En dus laat ik me graag inspireren door de mensen waar ik mee samenwerk. De politieke samenwerking in het huidige provinciebestuur mag behoorlijk vernieuwend worden genoemd. We zijn ook echt aan het kiezen. Dat geeft nieuwe inspiratie en veel energie.”
Of het niet in feite een zakenkabinet is geworden, wilde debatleider Elisabeth van den Hoogen. Krol vond van niet. “Het is wel een stuk zakelijk geworden. Maar dat is alleen maar positief.”

Huis van Thorbecke

Wethouder Hans Buijtelaar van Amersfoort sprak als introductie op de discussie over de inhoud van het provinciale beleid een prikkelende column uit. Hij riep in herinnering dat gemeenten en provincies al eeuwen de sterkste schakels vormen in het publieke domein en daarmee ook elkaars partner in het huis van Thorbecke. Een huis, dat volgens Buijtelaar al enige decennia in de steigers staat, maar waarvan de verbouwing maar niet op gang wil komen. En dat is ook prima. “Laten we onze tijd en energie niet verliezen in de zoveelste discussie over de inrichting van het openbaar bestuur. Want we hebben urgentere dingen te doen. Onderzoek wijst uit dat de economische motor van Nederland zich in de steden bevindt. En voor de gemeenten in de provincie Utrecht geldt zeker in internationaal perspectief dat wij in feite een grote stad zijn. Daar past een slagvaardig bestuur bij, dat niet voortdurend met zichzelf bezig is.”
Provincie en gemeenten hebben elkaar nodig, aldus Buijtelaar. “Zonder elkaar rooien we het niet. Een goede samenwerking vergt vertrouwen in elkaar en erkenning dat we van elkaar afhankelijk zijn. Laten we aan het werk gaan.”
Het bleek Krol uit het hart gegrepen. “Laat die heilloze discussie over de provinciale herindeling voor wat zij is. Er is op dit moment echt wel wat anders aan de hand om ons druk over te maken.” Van Lunteren op zijn beurt wees op het belang van een goede samenwerking. Illustratief is in dat kader het optreden van de provincie op het terrein van toerisme en recreatie. “Het is geen kwestie meer van: de provincie bedenkt het en rolt het vervolgens over de gemeenten uit. Gemeenten en bedrijfsleven, maar ook de inwoners, hebben hun eigen rol en verantwoordelijkheden.”

Duurzaamheid prioriteit

Na een culinair intermezzo verzorgd door David Hague ging de discussie verder over de kwaliteit van de samenwerking. Die wordt volgens het provinciebestuur bepaald door de combinatie van voorwaardenscheppend overheidsbeleid, het durven nemen van de eigen verantwoordelijkheid en het tonen van ondernemerschap met lef.
Duurzaamheid is daarbij een gegeven, aldus gedeputeerde Pennarts. Niet voor niets heeft de provincie duurzaamheid inmiddels voor alle beleidsterreinen tot prioriteit verklaard. “Je kunt wel zeggen dat je duurzaam bent, maar laat het dan ook blijken. ‘Walk like you talk’, zou mijn stelling zijn. Dat geldt evenzeer voor de provincie.”
Duurzaamheid speelt wel degelijk ook op het terrein van mobiliteit een belangrijke rol, aldus Van Lunteren: “Voldoende asfalt is nodig om de doorstroming op niveau te houden, maar we maken daarnaast veel werk van alternatieve vervoersmodaliteiten, de kwaliteit van de fietsverbindingen en het beter benutten van bestaande infrastructuur.”
Volgens Krol zit duurzaamheid ook in zijn portefeuille ingebakken. De aanpak van de herstructurering van bestaande bedrijventerreinen kan als voorbeeld dienen. “We zijn niet op aarde om elkaar lief te vinden. We weten dat we ons niet populair maken bij een gemeentebestuur, als we verklaren tegen een nieuwe ontwikkeling te zijn, omdat de gemeente eerst met het oude aan de gang moet. Maar dat is dan maar niet anders. Er is nog best ruimte voor groei en nieuwe ontwikkelingen, maar voor de provincie staat de kwaliteit voorop.”
Daarom zegt Krol zich ook gestoord te hebben aan de discussie over de megastallen. “Als wordt beweerd dat we die hebben toegestaan, dan doet dat onrecht aan de politieke discussie die hierover is gevoerd. In dat kader is nadrukkelijk over duurzame ontwikkeling gesproken. En dat draait het bij dit dossier om de transformatie van de landbouwsector tot een innovatieve sector met respect voor mens en dier.”

Eigen verantwoordelijkheid

Het college doet een groot beroep op de eigen verantwoordelijkheid van partijen en wijst ook regelmatig op de noodzaak van goed ondernemerschap. “Is dat geen schaamlap voor de bezuinigingen die de provincie moet doorvoeren?”, luidde een vraag vanuit de zaal. Pennarts reageerde vanuit de cultuurportefeuille. “Zeker niet. Maar we moeten wel scherpe keuzes maken. Als in dit kader ondernemerschap wordt genoemd, dan is dat veel meer vanuit het feit dat de culturele instellingen nu zelf aan de knoppen moeten gaan staan. Er zijn meer mogelijkheden gekomen om ondernemerschap te ontplooien. Maak daar dan ook gebruik van.”
Van Lunteren: “Wij geloven er niet in dat wanneer wij als overheid alles in regels vastleggen, het ook allemaal gebeurt volgens die regels. Ik ben er heilig van overtuigd dat, als het openbaar bestuur het aandurft om dingen vaker los te laten, de samenleving tot veel meer in staat is.”
De samenwerkingagenda die de provincie en gemeenten in 2007 met elkaar overeenkwamen was in die zin geen succes, vond Krol. “We hebben met elkaar heel veel projecten opgeschreven en aan een budget gekoppeld. Met name dat laatste was minder mooi. De provincie die met een grote zak geld voorbij komt en op hoge toon eisen stelt is niet de manier van samenwerking met gemeenten die het huidige college voorstaat. Samenwerking op basis van inhoud is beter dan samenwerking op basis van geld.”
De drempel voor contact met de provincie is wat Van Lunteren betreft zo laag mogelijk. “Ik roep gemeenten op rechtstreeks moet het college in contact te treden als er problemen zijn. Als we het op tijd weten zijn we ook beter in staat om de organisatie erop aan te spreken, als dat nodig mocht zijn. Te vaak merk ik in mijn portefeuille dat een probleem te lang in ambtelijke kring blijft hangen voordat het bij mij komt. Dat kan en moet anders.”

Beleidsthema’s

Aan de hand van een aantal thema’s werd de nieuwe positie van het college duidelijk gemaakt. “De provincie houdt de regie over het fysieke domein. De gemeenten krijgen de regie over het sociale domein”, zo vatte Krol samen.
Als het gaat om de zorg en verantwoordelijkheid van de zwaksten in de samenleving is duidelijk dat die niet meer bij de provincie ligt. Pennarts: “Wij zien dat niet meer als een provinciale taak en zijn daar dus ook niet meer actief bij betrokken.”
Heel anders ligt dat voor wat betreft het ruimtelijk beleid. Krol: “Onze grootste kwaliteit in de ruimtelijke ordening is dat we nee moeten kunnen zeggen. We willen absoluut het partnerschap met gemeente aangaan, maar zullen soms ook moeten zeggen dat we iets niet goed vinden. Dat zijn niet de populairste brieven die een gemeente van de provincie kan krijgen. Maar het past bij onze verantwoordelijkheid. Als het niet in het belang is van het algemeen maar in het belang van de enkeling, moeten we het niet doen.”
Van Lunteren deed verslag van de wijze waarop de provincie haar mobiliteitsbeleid heeft geformuleerd. “We hebben 20 bedrijven gevonden die de prachtige plannen hebben ontwikkeld om de bereikbaarheid in de provincie Utrecht op niveau te houden. Daarmee gaan we nu hard aan de slag.”
Jeugdzorg is een veelbesproken dossier, omdat de provincie haar taken moet overdragen aan de gemeenten. Een enorme operatie, erkende Pennarts, temeer omdat er ook nog eens bezuinigd moet worden. “Het is dus niet alleen een transitie maar een transformatie naar een betere jeugdzorg.” De gemeenten kunnen in dat proces nadrukkelijk een beroep doen op de provincie. Pennarts: “Want niet alleen zij maar ook wij zijn erbij gebaat dat dit proces goed gaat, en dat het resultaat beter wordt.”
Krol wees op de aanpak bij het Eiland van Schalkwijk, waar een agrarisch gebied in transitie verkeert. “Daar is besloten door provincie en gemeente om wat experimenteerruimte te geven, om te bezien of op deze manier zo’n ontwikkeling van de grond kan komen. Daarmee geven we de gemeente een grotere verantwoordelijkheid maar behoudt de provincie zijn regierol. Dat zou op veel meer plaatsen moeten kunnen.”
Het was Koos Janssen, voorzitter van de VNG afdeling Utrecht, uit het hart gegrepen. In het algemeen toonde hij zich in zijn slotwoord verheugd over de kennismaking met het Utrechtse college van gedeputeerde staten. “Het optreden hier getuigt van een zakelijke opstelling, die wordt gecombineerd met grote passie en visie. En dan ook nog eens voldoende lef om waar mogelijk de teugels te laten vieren. Wij wensen het provinciebestuur er veel succes mee. Maar we gaan u er natuurlijk ook aan houden.”

Klik hier voor een overzicht van de deelnemers aan het Najaarscongres 2011.