VNG Utrecht

Voorjaarscongres 2011 - de duurzame verleiding

21-04-11

Gemeenten worstelen nog altijd met de vraag hoe zij bewoners en bedrijven tot duurzaam wonen, werken en recreëren kunnen verleiden. Dat bleek maar weer tijdens het Voorjaarscongres 2011, dat donderdag 21 april werd gehouden in het Fulco Theater te IJsselstein.

Eerst was er het welkomstwoord van burgemeester Patrick van den Brink namens gastgemeente IJsselstein. Daarna werd de algemene ledenvergadering van VNG afdeling Utrecht gehouden (klik hier voor het voorlopige verslag). Gevolgd door een korte toelichting door Kees Jan de Vet, lid van de directieraad van de VNG, op het onderhandelingsakkoord dat het rijk, IPO, VNG en Unie van Waterschappen hebben bereikt over het zogeheten Bestuursakkoord.
Maar toen was het toch echt tijd voor de duurzame verleiding tijdens het plenaire deel van het Voorjaarscongres, dat voor het eerst ook via Twitter (@vngutrecht) te volgen was. 
Die duurzame verleidingskunsten zijn hard nodig om duurzaamheid een stap verder te brengen. Want terwijl iedereen zegt zich druk te maken over de balans tussen mens en milieu geven maar weinigen daar in hun dagelijks handelen ook daadwerkelijk blijk van.
Er ligt in dat kader een grote verantwoordelijkheid op de schouders van gemeenten. Zij zullen burgers en bedrijven moeten stimuleren om veel duurzamer te wonen, te werken en te recreëren. Alleen: welke strategie kunnen zij daarvoor het beste volgen? Wordt het een kwestie van genadeloos afstraffen van ongewenst gedrag? Is het veel meer een zaak van verleiden? Of het is juist de combinatie van beide die tot het meeste succes leidt?

Machtsstrijd
Voor gastspreker Klaas van Egmond, hoogleraar Milieukunde aan de faculteit Geowetenschappen van de Universiteit Utrecht was het duidelijk. Duurzaamheid draait slechts voor een deel om de techniek. “De andere helft van het verhaal zit tussen de oren. Als we daar niet veranderen komen we niet veel verder.”
Het is voor een bestuurder niet eenvoudig om die verandering tot stand te brengen. Volgens Van Egmond is dat het gevolg van het feit dat de maatschappij zich beweegt rond vier uitersten, die door de eeuwen heen voortdurend met elkaar om voorrang strijden: idealisme versus materialisme en de uniformiteit van het collectief versus de pluriformiteit van het individu.
Voor de bestuurder is het de kunst om zich niet te laten verleiden tot deelname aan die machtsstrijd. “In de discussie over duurzaamheid en people, planet, profit, gaat veel mis omdat bestuurders ook maar mensen zijn. Zij laten zich verleiden tot een discussie die algauw ontaardt in touwtrekkerij, bijvoorbeeld tussen het recht op zelfbeschikking van het individu en het gemeenschappelijk belang van de samenleving. Het gevolg is dat de machtsstrijd uiteindelijk belangrijker wordt dan het oplossen van het probleem.”
Juist gemeenten kunnen de diverse tegenkrachten beter overwinnen dan andere partijen, meent Van Egmond, omdat het lokale bestuur doorgaans breed is samengesteld. “De bestuurder moet zich dan ook niet in de periferie positioneren, bij een van de vier uitersten, maar juist in het midden. Een echt goede bestuurders maakt geen ruk naar rechts of links, maar brengt waarden bij elkaar. Niet polariseren maar op zoek gaan naar de synthese, het gedeelde belang.”

Klik hier voor de powerpoint-presentatie van Klaas van Egmond (ppt-formaat, 4 Mb)

Discussie
De voordracht van Van Egmond, gebaseerd op zijn boek 'Een vorm van beschaving' was de opmaat voor een levendige discussie in verschillende groepen over bestuurlijke dilemma’s op het gebied van duurzaamheid. De uitkomst daarvan werd plenair besproken met een forum, gevormd door Klaas van Egmond, Thijs de Jong, wethouder van de gemeente IJsselstein, Harm van den Heiligenberg, projectleider van het programma Utrecht 2040 namens de provincie Utrecht, en Joris Hogenboom, directeur Natuur en Milieufederatie Utrecht.
Volgens wethouder De Jong begint iedere reis met een eerste stap. “En hoe we die eerste stap moeten zetten wordt nu onderzocht. Als gemeente moeten we oppassen dat we als overheid niet met de rug gaan toestaan naar bewoners en bedrijven die al met duurzaamheid bezig zijn. Het gaat er met name om de initiatieven die er zijn te stimuleren en partijen te faciliteren. Wees bescheiden als overheid, en leg vooral je wil niet op.”
Van Egmond bleek het daar mee oneens. “Het gebeurt me veel te vaak dat zaken vooral worden gedelegeerd en er veel te weinig wordt geregeld. Het is dus niet goed als je je bescheiden opstelt. Sterker nog: wat mij betreft mogen gemeenten wel wat brutaler zijn.”
Volgens Harm van den Heiligenberg zet de provincie Utrecht vooral in op stimuleren en steeds minder op subsidiëren. “We vliegen het breed aan. In het programma Utrecht2040 hebben we samen met andere partijen een stip op de horizon gezet. Nu moeten we aan de slag. Het voornaamste struikelblok is de botsing tussen het streven naar vernieuwing en de gevestigde belangen. Veel bestuurders blijken vernieuwing voorrang te willen geven. Creëer dan ook de benodigde experimenteerruimte.”
Joris Hogenboom toonde zich wat sceptisch. “Ook in deze discussie valt mij op dat de gemeenten hoge ambities hebben op het terrein van duurzaamheid. Maar de uitvoering blijft toch nog steeds een zoektocht. En die zal ook nog wel even voortduren.”

Ambities
Wethouder Rob Jonkers uit Montfoort wees er vanuit de zaal op dat dat zeker niet voor alle gemeenten het geval is. “Wij vinden het helemaal niet lastig om ambities waar te maken. Waarom niet? Toen ik wethouder werd, kwam een heel scala aan partijen langs: boeren, burgers en bedrijven, om met mij over duurzaamheid te spreken. Die heb ik allemaal met elkaar aan tafel gezet. Met een gezamenlijke aanpak als resultaat die ook nog eens op brede steun kan rekenen. Dat sluit aan bij wat Van Egmond hier heeft gesteld. Benadruk niet de tegenstellingen tussen partijen , maar zet ze aan tafel. Daar probeer ik op lokaal niveau actief invulling aan te geven.”
Volgens de Utrechtse wethouder Mirjam de Rijk komt het in ieder geval zeker niet alleen aan op duurzaam verleiden. “Het beste resultaat geven de keiharde businesscases, waaruit blijkt dat duurzaamheid meer voordelen biedt dan alleen een beter milieu. Die zijn we dan ook druk aan het verzamelen.”
De Rijk stelde dat duurzaamheid ook niet iets is dat vooral individueel moet worden ingevuld. “Het moet burgers en bedrijven juist op alle fronten makkelijker worden gemaakt duurzaam te zijn. Daar ligt dan ook de voornaamste opgave voor de overheid.”
Joris Hogenboom sprak in dat kader de hoop uit dat gemeenten zich nog lange tijd voor duurzaamheid zullen inzetten. “Dit soort trends heeft te maken met pieken en dalen. Ik constateer dat de maatschappelijke aandacht voor duurzaamheid net over de piek heen is. Daar ben ik wel bezorgd over. Want juist nu komen de goede plannen. Juist nu moeten we dus doorpakken en met elkaar rond de tafel gaan zitten. Ik kan alleen maar hopen dat bijeenkomsten zoals deze daar een impuls voor zijn.”
Volgens voorzitter Koos Janssen van VNG afdeling Utrecht zal dat zeker zo zijn. “Want als er na dit Voorjaarscongres een conclusie gerechtvaardigd is, dan is die wel dat de combinatie van passie en prestatie de nodige inspiratie geeft om elkaar duurzaam te blijven verleiden.”

Klik hier voor een overzicht van de deelnemers aan het Voorjaarscongres 2011.