Op het moment dat Nico Drost als raadslid werd geïnstalleerd merkte hij dat het omdraaide. “Opeens ben je van toeschouwer tot deelnemer getransformeerd. Voor die tijd ben je gewoon een betrokken burger, maar vanaf de installatie ben je opeens politicus en gemeenteraadslid. Terwijl ik mezelf ook nu nog steeds vooral als burger zie. Ik neem een bepaalde verantwoordelijkheid en stel me verkiesbaar, maar dat kan in principe iedereen. Ik vind ook dat we als politici de kloof tussen burger en politiek teveel op onszelf betrekken. Want iedereen die het er niet mee eens is, kan en mag in Nederland politicus worden.” Maatschappelijk geëngageerd was Nico Drost altijd al. Sinds zijn 17de is hij bijvoorbeeld in het jongerenwerk actief. Op vrijwillige basis, georganiseerd vanuit de kerk, en dus werden de Rhenense hangjongeren benaderd met een christelijke insteek. “Koffie, thee, een pooltafel, een voetbaltafel en een dartbord. Daar kwamen veel Marokkaanse jongeren op af. Regelmatig lazen we een stuk uit de Bijbel voor, dat ook in de Koran stond en dus herkenbaar was. En daarover gingen we dan discussiëren. Dat was hartstikke leuk. Op die manier heb ik echt een band met ze opgebouwd. Ik zit dus ook iets anders in de discussie over hangjongeren. Wie ze onbevangen tegemoet treedt, krijgt daar respect voor terug. Het werkt overigens alleen als je de jongens ook individueel leert kennen. In een groep kom je er niet bij.”
Nico Drost: “We hadden niet zomaar bedacht mee te doen, maar namen onze deelname zeer serieus”.
De 29-jarige Drost is werkzaam als consultant in de ICT, heeft een vrouw en twee dochters en een tweeling op komst, en was naast het jeugdwerk ook actief als voorzitter van de kiesvereniging van de ChristenUnie. Een druk bestaan, kortom. Toch was zijn interesse gewekt toen iemand uit Rhenen, die samen met een door de landelijke ChristenUnie aangestelde coach bezig was de kiesvereniging nieuw leven in te blazen, hem benaderde met de vraag of hij een nieuwe gemeenteraadsfractie wilde optuigen. “Veel mensen uit de gemeente (Rhenen bestaat uit drie kernen: Rhenen (stad), Elst (dorp), Achterberg (dorp), red.) stemden bij de landelijke verkiezingen op de ChristenUnie, maar er was geen vertegenwoordiging in de gemeenteraad. Rhenen was een van de witte vlekken die moest worden ingevuld. En dus ontving ik halverwege 2007 een telefoontje. ‘Wil je er een week over nadenken of je de kar in Rhenen wil gaan trekken en wil je het in gebed brengen?’ Zo vroegen ze dat letterlijk. En uiteindelijk heb ik inderdaad besloten: dat wil ik wel doen.” Zijn geloof speelde daarin zeker een rol, erkent Drost. “Maar dan vanuit het beginsel dat het geloof de basis is van mijn handelen. Het feit dat iemand je voor zoiets vraagt, zie ik wel als een teken dat ik word geleid in mijn leven.”
Brede basis Drost wilde er naar eigen zeggen niet blind in gaan, maar werken vanuit een brede basis. “Stabiliteit is zeer belangrijk, ook om continuïteit te bieden. Het kan niet zo zijn dat we nu meedoen en over vier jaar niet meer, zo vonden wij. Dat verklaart ook onze verkiezingsleus: stabiel en betrokken. En daar hebben we concrete doelstellingen aan verbonden: de kiesvereniging moest twee keer zo groot worden. En er moesten minimaal drie mensen zijn die in de gemeenteraad wilden. De verwachting was dat we één zetel zouden kunnen halen. Dan heb je in ieder geval twee reserves.” Eind 2008 waren de doelstellingen gerealiseerd en werd besloten tot deelname aan de verkiezingen. Vervolgens stond 2009 in het teken van politiekinhoudelijke verdieping. “We zijn dus in feite andersom ontstaan dan bij veel lokale partijen gebeurt. Wij hebben niet gehandeld vanuit de gedachte dat er heel veel fout gaat waar iets aan gedaan moet worden. De ChristenUnie zag in Rhenen simpelweg een kans liggen om op lokaal niveau een christelijk sociaal geluid te laten horen. Wat het verder lokaal betekende mochten wij zelf bepalen.” Vanaf dat moment, in 2009, bezocht de ChristenUnie dan ook iedere raadsvergadering. “We hebben alles bijgewoond en alle stukken gelezen, om ervoor te zorgen dat we al op de hoogte waren en de mensen kenden op het moment dat de verkiezingen gehouden werden. We verkondigden ook regelmatig onze mening in de media. We hadden niet zomaar bedacht mee te doen, maar namen onze deelname zeer serieus. En daarmee hebben we ook aardig wat goodwill gescoord.” Het verkiezingsprogramma werd eind 2009 opgesteld. “Ons verkiezingsprogramma was met name beschouwelijk, geschreven vanuit een bepaalde visie. We hebben vooral benoemd wat wij belangrijk vinden, en veel minder over lopende zaken onze mening gegeven. Daar wisten we ook gewoon te weinig van om harde uitspraken te doen. Je moet eerst weten waar je het over hebt, voordat je je mening kunt geven.” Een denktank van mensen uit de praktijk bood de nodige ondersteuning kwamen, evenals de landelijke vereniging. “We kregen min of meer een conceptverkiezingsprogramma door de bus gestoken wat we vervolgens helemaal op lokale leest konden schoeien.”
Goed te combineren De verkiezingsstrijd zelf heeft Drost ervaren als een buitengewoon spannende en enerverende tijd. “Dat die posters met mijn hoofd erop overal in de gemeente kwamen te hangen vond ik bijvoorbeeld een hele bijzondere ervaring.” Een voordeel was de brede basis onder de partij. “Want daardoor hoefde ik niet alles zelf te doen. Organisatorisch heb ik me nergens mee bemoeid. Ik kon me helemaal op de inhoud richten.” Dat maakte het politieke bestaan ook goed te combineren met werk en gezin. “Ik zie de lokale politiek echt als een hobby. Ik ben er enthousiast over en straal dat ook uit. Dat moet ook, denk ik. Als je het niet leuk vindt, moet je je serieus afvragen of je dit wel moet doen. Want er komt nogal wat over je heen als lokale politicus.” De uitslagenavond op 3 maart was een bijzonder moment, omdat toen duidelijk werd dat de Rhenense ChristenUnie als eenmansfractie zou toetreden tot de gemeenteraad. “Ik werd er wel een beetje stil van, moet ik bekennen. Ik realiseerde me heel goed: nu gaat het echt gebeuren. En het gebeurde ook, in een behoorlijk rap tempo. Je krijgt een stapel papier thuis waar je je handtekening op moet zetten. Vervolgens word je geïnstalleerd als gemeenteraadslid, met de hele familie erbij. En dan draait het om. Opeens ben je van toeschouwer tot deelnemer getransformeerd. Voor die tijd ben je gewoon een betrokken burger, maar vanaf de installatie ben je opeens politicus en gemeenteraadslid. Terwijl ik mezelf ook nu nog steeds vooral als burger zie. Ik neem een bepaalde verantwoordelijkheid en stel me verkiesbaar, maar dat kan in principe iedereen. Ik vind ook dat we als politici de kloof tussen burger en politiek teveel op onszelf betrekken. Want iedereen die het er niet mee eens is, kan en mag in Nederland politicus worden. En de politici zijn zeker op lokaal niveau zeer goed benaderbaar. Als je de weg maar weet. Met name daar schort het inderdaad nog wel eens aan.”
Meteen meedraaien De afgelopen maanden heeft Drost al veel voordeel gehad van de lange voorbereiding. “Er kwam heel veel informatie op ons af, maar omdat we al in 2009 in de schaduw hebben meegedraaid. hoefden we ons nauwelijks in te werken. Ik kon daardoor ook meteen meedraaien in de politiek arena. In de tweede raadsvergadering hebben we direct vragen gesteld aan de wethouder die net tien minuten daarvoor geïnstalleerd was. Dat ging over de eenzaamheid onder ouderen, die hier in Rhenen relatief hoog is. Voor ons natuurlijk een heel belangrijk punt.” Drost heeft inmiddels ook al gemerkt hoe belangrijk het is voor een politicus om niet op zijn mondje te zijn gevallen. “In het debat moet je je mannetje kunnen staan en heel snel schakelen. Dat was ik niet gewend. Ik stond doorgaans niet bepaald vooraan met mijn mening. Dat heb ik nog steeds, maar ik ben er nu wel achter dat je er moet staan op het moment dat het nodig is. En dat gaat me steeds beter af. En die ervaring pas ik nu ook toe in mijn werk.” Een andere belangrijke eigenschap is dat een politicus het leuk moet vinden om te netwerken. “Ik merk dat ik een echte netwerker ben. Ik ga met iedereen in gesprek en vind dat ook echt leuk. Aan een debat meedoen is leuk, maar het moment erna, de gesprekken met de mensen, vind ik zo mogelijk nog leuker.” Rhenen heeft nu een rechts college van CDA, VVD, SGP en Rhenens Belang. Ter linkerzijde staan de PvdA en de Progressieve Combinatie. “Wij als ChristenUnie zitten daar een beetje tussenin. Met een fractie van vijf mensen. Ik ben fractievoorzitter en zit in de raad. We hebben twee fractievolgers, die voor mij naar de RondeTafelGesprekken (de Rhenense variant van raadscommissies, red.) en Thema-avonden gaan. En we krijgen inhoudelijke ondersteuning van een jurist op het terrein van de ruimtelijke ordening en een financieel deskundige.”
Onbevangen Ondanks die beperkte omvang denkt Drost wel degelijk iets te kunnen bereiken. “We gaan ons richten op speerpunten die wij belangrijk vinden. Daar gaan we resultaat op boeken. Als je weet dat het college best rechts is, en een sociaal maar zakelijk beleid wil voeren, dan kan het bijvoorbeeld zomaar gebeuren dat de kwetsbare groepen in de samenleving in het gedrang komen. Daar zie ik dus een rol voor ons weggelegd, zoals ook op het terrein van ouderenbeleid en jongerenwerk.” Als persoon is Drost er altijd onbevangen ingegaan. “Dat gaat de komende vier jaar ook niet veranderen. Maar ik heb wel voor mezelf gezegd dat ik deze vier jaar ga gebruiken om te bezien of ik er verder mee zou willen. Ik vind niet dat een bestuurder/politicus vanuit carrièrekrampen mag handelen - een term die de burgemeester van Rhenen bij de installatie van de nieuwe raad introduceerde - maar dat hij moet handelen in het belang van de samenleving, misschien zelfs ten koste van zijn eigen belang. Dat laat onverlet dat je kunt doorgroeien in de politiek, en ik moet de komende tijd voor mijzelf uitvinden of ik dat wil. Ook in relatie tot mijn gezin en het werk.” Een andere vraag is in hoeverre de politiek invloed heeft op Drost als persoon. “Daar hebben sommige mensen me wel voor gewaarschuwd, voor de vieze spelletjes in de politiek. Dan werd er gezegd: je kunt wel een christelijke partij zijn, maar zo christelijk gaat het er in de politiek niet aan toe. Dat zie ik dan ook wel als een van mijn persoonlijke speerpunten. Of ik daarin een idealist ben, zullen we over vier jaar zien. Maar ik denk dat je het verschil kunt maken door er niet in mee te gaan. Door juist wel betrouwbaar te zijn, je woord na te komen en niet iemand onderuit te schoffelen als de kans daartoe aanwezig is. Het zou heel mooi zijn als van de ChristenUnie over vier jaar gezegd wordt dat wij niet alleen in woorden maar ook in ons handelen christelijke politiek bedrijven.”
© Eric Harms, Utrecht
Klik hier voor het artikel in Pdf-formaat. |
|