13feb

Lokaal samenspel in verandering - Deel 2

Juridisch, financieel en organisatorisch zijn er nog de nodige hordes te nemen, maar dat neemt niet weg dat participatietrajecten ook in de huidige praktijk succesvol kunnen zijn. Dat bleek tijdens de bijeenkomst ‘Lokaal samenspel in verandering’ van de VNG afdeling Utrecht, Movisie en Zorgbelang Gelderland/Utrecht.

De bijeenkomst, die onder leiding stond van senior adviseur Saskia van Grinsven van Movisie, werd gehouden in Fort Vreeswijk in Nieuwegein. Dat was een alleszins toepasselijke locatie. Voor het behoud ervan kwamen de inwoners namelijk massaal in beweging, toen in 2013 bleek dat de gemeente het Fort en daar gevestigde buurtcentrum wilde opdoeken.

Monique de Beer, raadslid en inwoner van Nieuwegein over het initiatief Fort Vreeswijk zag twee elementen samenkomen: “De bewoners wilden graag een eigen plek om elkaar te ontmoeten en met elkaar activiteiten te ondernemen. Voor de overheid werd de participatiemaatschappij een thema. Dat hebben we hier mooi weten te combineren.”

In nauwe samenspraak met en betrokkenheid van de bewoners van Vreeswijk zijn ideeën geleverd voor het behoud van Fort Vreeswijk. Gekozen werd voor een ingrijpende renovatie en de bestemming van het complex voor wijkgerichte zorg en welzijn en voor toerisme, als onderdeel van de Hollandse Waterlinie. “Het sociaal kapitaal van Vreeswijk is hier heel goed benut. Van de architect tot aan de schoonmaker: alles wat we nodig hadden was in de buurt?”

De gemeente had slechts als voorwaarde gesteld dat Fort Vreeswijk haar in de toekomst geen geld meer zou kosten. Voor het overige fungeerde Nieuwegein vooral als facilitator, met een aan de bewoners gekoppelde ambtenaar, die indien nodig voorzag in korte lijnen naar de ambtelijke organisatie.

Eigenaarschap

Nu vier jaar na aanvang is het fort ingrijpend gerenoveerd, verbouwd en energiezuinig gemaakt. Een deel van de ruimte wordt verhuurd, onder andere aan een huisarts en kinderopvang. De opbrengsten worden ingezet om de 750.000 euro die van de gemeente werd geleend voor de verbouwing terug te betalen. Inmiddels trekt Fort Vreeswijk bijna 30.000 bezoekers en bijna 11.000 deelnemers aan wijkactiviteiten De organisatie steunt op de betrokkenheid van ruim 100 vrijwilligers.

Een succes, vindt De Beer, dat mede te danken is aan het wederzijds vertrouwen tussen de gemeente Nieuwegein en de Vreeswijkers. “Daarnaast is in het hele proces het gevoel van eigenaarschap bij de bewoners een cruciale factor geweest. De mensen voelden: dit is van ons, daar moeten we zuinig op zijn en ons best voor doen.”

In dat verband stelde John Geurts, voorzitter van de Stichting Dorpshuis Fort Vreeswijk, dat met name de juridische en organisatorische formalisering van dit soort buurtinitiatieven die betrokkenheid geweld kan aandoen. “De bestaande rechtsvormen passen eigenlijk niet op dit initiatief. De vereniging of stichting komt nog het dichtst in de buurt van wat je eigenlijk wil, maar is niet voldoende.”

Noodgedwongen is gekozen voor een stichting. “Hoewel de kans groot is dat de betrokkenheid van mensen afneemt, op het moment dat je voor een organisatievorm met bestuurders kiest. Het succes van Fort Vreeswijk is immers bepaald door het grote draagvlak onder de bevolking. Om dat te behouden hebben we hier een bijzonder statuut gekozen, waarmee we ons verplichten continu in overleg met de Vreeswijkers te blijven.”

Inwoners voor ogen

Na Vreeswijk kwam de praktijk in Amersfoort aan de orde. Frans van Eck gaf namens de gemeente een toelichting op de wijze waarop die gemeente erin slaagt inwoners en cliënten nauwer te betrekken bij de formulering en uitvoering van beleid in het sociaal domein. 

Gekozen is voor een model met een Adviesraad Sociaal Domein en een Signaleringsteam. De adviesraad wordt gevorm door mensen met een professionele achtergrond en kennis van wet- en regelgeving op dit terrein. Het signaleringteam is er om de stemming in de stad te peilen. “De leden daarvan vormen de handen, voeten en ogen van de gemeente. De beleidsontwikkeling in het sociaal domein moet op die manier samen met de inwoners en cliënten vorm en inhoud krijgen.”

Twee concrete resultaten zijn er al te melden: de Gezondheidsnota en het Regionaal beleidskader zorgverlening. Belangrijkste winstpunten: goed leesbare en begrijpelijke documenten, aangesloten op de praktijk zoals inwoners en cliënten die ervaren, en een integrale benadering. 

Ties ter horst is lid van het signaleringsteam en zat hiervoor in de cliëntenraad WMO. “Het is grappig om te zien wat je ophaalt als je telkens teruggaat naar het gebruikersniveau. In de beleidsvorming zitten altijd aannames. Wij toetsen die aannames bij de mensen die er het meest bij betrokken zijn. Dat leidt tot een beter resultaat. Het samenspel met de gemeente is ook anders. Vroeger kwam men met een gereed beleidsstuk bij de cliëntenraad. Met onze inbreng gebeurde vervolgens niks meer. Nu zitten we veel meer vooraan in het proces.”

Kees Paap, lid van de Adviesraad sociaal domein, spreekt van ‘leuk en zinvol werk.’ “Wij kijken naar de beleidsstukken en wat het signaleringsteam allemaal te melden heeft. En daarop baseren we vervolgens ons advies. Het inwonersperspectief staat daarmee centraal.”

Volgens Van Eck is er voldoende bestuurlijk draagvlak voor de nieuwe aanpak. “Maar we moeten natuurlijk afwachten hoe dat na de verkiezingen zal zijn.”

Verkenningstocht

Imke Bardoel, adviseur van Zorgbelang Gelderland / Utrecht, lichtte daarna nog de uitkomsten toe van een landelijke verkenningstocht van Nederland Zorgt Voor Elkaar naar bewonersinitiatieven in het sociale domein. In dat kader zijn 15 bijeenkomsten gehouden, 170 initiatieven toegelicht en 350 deelnemers ontvangen. Het aantal initiatieven neemt snel toe, aldus Bardoel. “Op het gebied van samen leven en samen zorgen hebben we nu 500 bewonersinitiatieven in kaart gebracht, meestal kleinschalig en vaak gericht op inclusie. Dat waren er in 2014 nog 200.” De variatie is enorm, van een koffieochtend voor eenzame ouderen tot het bouwen van eigen zorgwoningen.

Om het proces verder te helpen ligt er nog wel een aantal uitdagingen, is de conclusie uit de verkenningstocht. Zo is de financiering van de initiatieven vaak nog een probleem, en is het lastig om te komen tot lokaal samenspel. “Zijn de gemeente en de lokale welzijnsinstelling nu partner of concurrent? Dat is best lastig.” Ook vormen wet- en regelgeving vaak een belemmering. “Hoe zit het bijvoorbeeld met vrijwilligerswerk en het behoud van de uitkering?”, stipte Bardoel aan.

Er zijn dan ook nieuwe spelregels nodig om de vaart erin te houden. Rond vier thema’s (duurzame organisatie, maatschappelijke opbrengst, randvoorwaarden en lokaal samenspel) wordt nagedacht over mogelijke oplossingen. Die komen uiteindelijk in een Actieagenda terecht, die naar verwachting begin mei aan de Tweede Kamer zal worden aangeboden. 

Dit is het verslag van het tweede deel van een inspirerend tweeluik over vernieuwing van de lokale democratie en overheidsparticipatie, georganiseerd door de VNG afdeling Utrecht in samenwerking met Movisie en Zorgbelang Gelderland/Utrecht. In de eerste bijeenkomst van dit tweeluik op 13 december 2017, lag de focus op de werkwijze en cultuur van de gemeente in verhouding tot de mondige en initiatief nemende inwoner. In deze tweede bijeenkomst stond het samenspel met de inwoner die meedenkt, meedoet en meebeslist centraal.