01jun

Voorjaarscongres VNG Utrecht - Besturen in een veranderd landschap

Terwijl de landelijke VNG met het rijk afspraken aan het maken is over het gemeentelijk takenpakket en de financiële randvoorwaarden daarbij, werken gemeenten aan hun beleidsprogramma’s voor de komende vier jaar. Als dat gebeurt op basis van procesafspraken, zonder in de aloude tegenstelling coalitie versus oppositie te schieten, valt een versnipperd politiek landschap wel degelijk goed te besturen.

Dat bleek tijdens het Voorjaarscongres 2018 van de VNG afdeling Utrecht. ‘Besturen in een veranderd landschap’, zo luidde de titel van de bijeenkomst. Een actueel vraagstuk, zo werd duidelijk. Het politieke landschap op lokaal niveau is er na de gemeenteraadsverkiezingen van woensdag 21 maart 2018 immers bepaald niet overzichtelijker op geworden. Behalve dat de lokale partijen een factor van betekenis zijn geworden, is ook het aantal politieke partijen, dat in de gemeenteraden is vertegenwoordigd, fors toegenomen. 

Tegelijkertijd verkeren gemeenten en hun bestuurders in onzekere financiële tijden. Terwijl het takenpakket alleen maar in omvang lijkt toe te nemen, is nog altijd onduidelijk welke financiële consequenties de door het rijk genomen maatregelen zullen hebben en hoe deze kunnen worden gedragen. 

Wat betekenen de toegenomen versnippering en financiële onzekerheden voor het functioneren van het lokale bestuur? Welke antwoorden zijn er al wel gekomen? En op welke wijze kunnen gemeenten in de dagelijkse praktijk hier het beste op anticiperen? Over deze en nog veel meer vragen ging het tijdens het Voorjaarscongres, dat deze keer werd gehouden in de Veerensmederij in gastgemeente Amersfoort.

Positieve energie

In zijn welkomstwoord wees Lucas Bolsius, burgemeester van Amersfoort, er op dat juist het feit dat de samenleving in hoog tempo verandert op bestuurders dwingt anders met hun vak om te gaan. “We moeten wel”, aldus Bolsius, “want voordat wij als openbaar bestuur veranderingen in de samenleving in beleid of regelgeving hebben gevat, is diezelfde samenleving alweer vier slagen verder. Daar word ik persoonlijk niet nerveus van. Ik vind het eerder inspirerend. Verandering geeft een impuls aan innovatie. Daardoor ontstaat positieve energie, die nodig is om het anders en vooral ook beter te doen.”

Na Bolsius was het woord aan Jantine Kriens, algemeen directeur van de VNG. Zij gaf een presentatie over de financiële ruimte na de gemeenteraadsverkiezingen en over de stand van zaken met betrekking tot het Interbestuurlijk Programma (IBP).

Het IBP markeert volgens Kriens een nieuwe fase van interbestuurlijke samenwerking, op basis van gezamenlijkheid en gelijkwaardigheid. “Sommige maatschappelijke opgaven kunnen niet door één overheid worden aangepakt, maar vereisen een gezamenlijke aanpak.”

Daarom hebben vertegenwoordigers van rijk, gemeenten, provincies en waterschappen een groot aantal gezamenlijke opgaven geïdentificeerd, variërend van klimaat en wonen tot sociaal domein en problematische schulden. “Iedere overheidslaag kan hieraan een bijdrage leveren, vanuit de eigen bevoegdheid, verantwoordelijkheid en mogelijkheden. Zolang de oplossing van de maatschappelijke opgave maar centraal staat”, aldus Kriens. “Op die manier willen we de bestaande aanpak versnellen, met erkenning voor de diversiteit in aanpak en voortgang.”

Gemeentelijke inkomsten

Vanzelfsprekend heeft het IBP ook gevolgen aan de inkomstenkant. “We willen als VNG geen reeks uitkeringen meer, maar zoeken in de breedte naar meer financiële mogelijkheden. Dankzij de economische ‘up’, ziet zowel de inkomstenkant als de uitgavenkant er beter uit de komende jaren.”

Per saldo resulteert het IBP in een toename van het accres tot 5,4 miljard. “Wat overigens niet betekent dat dit geld vrij besteedbaar is”, zo benadrukte Kriens. “Uitgangspunt voor de besteding is dat middelen en ambities in balans zijn. Bij onvoorziene ontwikkelingen gaan de VNG en het kabinet opnieuw met elkaar in gesprek.”

Met het kabinet is ook gesproken over de knelpunten in het sociaal domein. Zo wordt ter bestrijding van de problematiek van de gestapelde tekorten een Fonds Tekortgemeenten in het leven geroepen, van in totaal 200 miljoen euro. Er komt een onderzoek naar de volumegroei in de jeugdzorg. De Raad voor het Openbaar Bestuur is gevraagd om een advies uit te brengen over de BUIG-tekorten die zijn ontstaan (de gebundelde uitkering waarmee de uitkeringen in het kader van de Participatiewet worden gefinancierd).

Kriens: “We hebben nog niet alles geregeld maar er zijn wel degelijk stappen gemaakt in het overleg met het kabinet. De kosten van de opvang van asielzoekers ligt bijvoorbeeld nog op tafel: 300 gemeenten die bijna 300 miljoen tekort hebben is onaanvaardbaar. En er is een enorme spanning tussen de duurzaamheidsambities van de nieuwe colleges en de kosten van de groei van de uitgaven in het sociaal domein. Het kabinet heeft dat nog niet opgepikt. Daarom roep ik u als gemeenten op: vertel het ons. Zodat we het mee kunnen nemen in het overleg met het kabinet.”

Het tekent de andere verhoudingen die zijn ontstaan. “Het is niet meer het rijk, dat beleid bedenkt en uitrolt, maar het rijk dat andere overheden ondersteunt. Het gevolg is dat je op een andere manier met elkaar rond de tafel zit.” 

Het IBP en de financiële paragraaf staan op de agenda van de Algemene Ledenvergadering van de VNG, die wordt gehouden op woensdag 27 juni in Maastricht.

  • Klik hier voor de powerpoint-presentatie van Jantine Kriens.
  • Klik hier voor meer informatie over het IBP.
  • Klik hier voor de ledenbrief van de VNG over het IBP. 

‘Emoties zijn net even wat heftiger’

Na de Algemene Ledenvergadering van de VNG afdeling Utrecht (klik hier voor het verslag) hield voorzitter Maarten Divendal een rondje langs de diverse Utrechtse gemeenten om een beeld te krijgen van wat er na de verkiezingen in de Utrechtse gemeenten allemaal is gebeurd. (klik hier voor een actueel overzicht van de pluchepeiler van RTV Utrecht).

Daarna was het woord aan Niek Meijer, burgemeester van Zandvoort, die zijn visie gaf op het besturen in een versnipperd politiek landschap. Hij deed dat aan de hand van de gang van zaken in zijn eigen gemeente. Naar zijn mening een typische kustgemeente: enorm bekend, met slechts 17.000 inwoners en jaarlijks circa 5,5 miljoen toeristen. “We zijn zeker niet uniek, maar de emoties zijn in kustgemeenten als Zandvoort net even wat heftiger. Zandvoort komt ook uit een roerige bestuurlijke periode. In vier jaar tijd zijn drie wethouders weggestuurd. Het waren dramatische verhoudingen.”

Reden voor Meijer om het in de aanloop naar de verkiezingen (“elf partijen op 17 raadszetels deden mee. Daarvan kwamen er uiteindelijk acht in de raad”) helemaal anders te doen. “Formeel mag ik weinig, maar ik kan wel wat ruimte innemen. En dat is precies wat ik heb gedaan. Zo werden de lijsttrekkers gevraagd om twee keer van zes tot kwart over acht bij elkaar te komen, om op informele wijze samen in kaart te brengen wat we als gemeente op procesniveau allemaal op ons zien afkomen. Om vervolgens samen te praten over de vraag hoe we na de verkiezingen verder gaan met elkaar. Het overleg heeft niet harde afspraken geleid. Maar het blijkt wel het pad te hebben geëffend voor een ander bestuurlijk klimaat.”

Met iedereen in gesprek

Zo kwamen de fractievoorzitters direct na de verkiezingen opnieuw bij elkaar om vanuit het proces met elkaar te praten over de toekomst. “Het hielp enorm dat de grootste partij in de gemeenteraad een raadsprogramma wilde. Daarop is de formateur met iedereen in gesprek gegaan om te komen tot een gedragen inhoud. En dat is gelukt, met name ook omdat niemand er met gestrekt been in is gegaan. Daar zijn de gesprekken die we met elkaar gevoerd hebben voor een belangrijk deel debet aan.”

Die gesprekken zijn volgens Meijer dan ook de voornaamste succesfactor. “Mijn advies: voer dit soort gesprekken met de lijsttrekkers voor aanvang van de verkiezingsstrijd. Probeer de mensen vooruit te laten kijken: wat gaat er gebeuren, wat komt er allemaal op ons af? En ga daarover het gesprek aan met elkaar. Niet op de inhoud maar vanuit het proces. Bedenk daarbij vooral ook wat er allemaal nodig is om er op acceptabele wijze met elkaar over te praten. En wees er open en eerlijk over. Ik werp het frame van achterkamertjespolitiek verre van mij. Je moet met elkaar ontwikkelruimte claimen. Om vervolgens wel direct daarna uit te leggen waarvoor je die ruimte hebt gebruikt.”

Voorzitter Maarten Divendal vatte het kort en krachtig samen in een advies aan de deelnemers: “Wees open en eerlijk en maak veel procesafspraken. En voorkom vooral dat je in de Pavlov-reactie van coalitie versus oppositie schiet. In een versnipperd bestuurlijk landschap helpt dat niemand verder.”

Voordat het buffet werd geopend en aansluitend een rondwandeling over het terrein van de Veerensmederij kon worden gemaakt kreeg Utrechts gedeputeerde Mariëtte Pennarts nog even het woord. Zij wees bij die gelegenheid de deelnemers aan het congres op een nieuwe special bij de Staat van Utrecht: Groen in en om de stad. “Deze uitgave signaleert trends en geeft een aantal oplossingsrichtingen. Ik beveel hem van harte aan.” 

Haar tweede mededeling betrof de Samenwerkingsagenda Gezonde Lucht. De uitgave, die in samenwerking met een aantal gemeenten werd ontwikkeld bleek diezelfde ochtend te zijn aangeboden aan staatssecretaris Van Veldhoven (ministerie I&W). “Dit is nu echt een co-creatie van de provincie en gemeenten”, aldus een trotse Pennarts.