15feb

Bijeenkomst ruimtelijke adaptatie provincie Utrecht

Ruimtelijke adaptatie staat bij gemeenten nog nauwelijks op de radar. Terwijl het wel degelijk van groot belang is om te weten wat droogte, hitte en een teveel aan water met de gebouwde omgeving doet. Daarom zou iedere gemeente in ieder geval een klimaatstresstest moeten laten uitvoeren. Die brengt de kwetsbaarheid namelijk haarscherp in beeld.

Dat advies kregen gemeenten tijdens een bijeenkomst over ruimtelijke adaptatie in de provincie Utrecht, die op 15 februari 18 werd gehouden in De Observant in Amersfoort. De bijeenkomst was georganiseerd door de VNG afdeling Utrecht en de provincie Utrecht, in goed overleg met Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden en Waterschap Vallei en Veluwe.

Dagvoorzitter Wouter de Jong, burgemeester van Houten, wees er al direct in zijn welkomstwoord op dat het thema ruimtelijke adaptatie in de lokale verkiezingsprogramma’s niet of nauwelijks wordt aangestipt. “Het staat bepaald niet hoog op agenda van gemeenteraden.” 

Om Nederland in 2050 klimaatbestendig en ‘waterrobuust’ te krijgen moet daar verandering in komen, hield Hermen Borst de aanwezigen voor. Hij is directeur Staf Deltacommissaris van het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie. “Met de schadelijke effecten van klimaatverandering is een potentiële schade gemoeid die kan oplopen tot 71 miljard euro in 2050. Dat moet veranderen. We moeten ons voorbereiden op de effecten van wateroverlast, overstroming, droogte en hittestress”

Stresstest heeft prioriteit

Probleem is dat het thema zich lastig laat aansturen, mede omdat het beleid in hoge mate decentraal handen en voeten moet krijgen. Daarom ligt de prioriteit als eerste bij de uitvoering van een stresstest. Borst: “Dat is namelijk de manier bij uitstek om de kwetsbaarheid van Nederland in beeld te brengen. Alle gemeenten, provincies, waterschappen maar ook het rijk moeten uiterlijk in 2019 een stresstest hebben gedaan. Daarmee breng je in kaart wat er gebeurt in je gemeente als er bijvoorbeeld in een keer heel veel water valt. En op basis daarvan kun je een goede afweging maken en de juiste maatregelen nemen.”

Een goede eerste indruk kan worden verkregen met een test die het Deltaprogramma zelf via zijn website aanbiedt. “Niet heel ingewikkeld, niet heel erg gedetailleerd maar goed genoeg om een goede eerste indruk te krijgen. Een test ook die in een paar weken is uit te voeren.” 

Wie meer wil weten zal meer tot in detail moeten testen. “Daarvoor zal een bureau moeten worden ingeschakeld, en dat kost tijd en geld. Bovendien is er nog geen standaard ontwikkeld voor dit soort testen. Maar daar werken we aan. Medio 2018 hopen we die standaard te kunnen presenteren.”

"Begin daarom met de stresstest light", luidt zijn advies. "Denk na over de uitkomst. Ga in dialoog met elkaar en bepaal het ambitieniveau en de maatregelen. En zoek vervolgens ook de samenwerking met de waterschappen en de provincie.”

Regionale samenwerking

In Utrecht staat het thema in ieder geval bij de regionale samenwerkingsverbanden al redelijk hoog op de agenda, zo meldden Herman Geerdes, wethouder van Houten en lid van de Coalitie Ruimtelijke Adaptatie regio Utrecht en Gijs de Kruif, wethouder van Woudenberg , lid van Platform Gelderse Vallei. Zaak is om het nu tot op het niveau van de individuele gemeenten te krijgen.

Geerdes: “Zorg ervoor dat dit thema in de coalitieonderhandelingen en het collegeakkoord een plek krijgt. Het moet integraal worden bekeken en komt de komende jaren ook steeds nadrukkelijker op gemeentelijke agenda te staan. Daar moeten we ons op voorbereiden.”

De Kruif is het daarmee eens. “Bewustwording op gemeentelijk niveau is enorm belangrijk. Een integrale aanpak ook. Want alles heeft met alles te maken. Als je bijvoorbeeld bezuinigt op het onderhoud van de openbare ruimte, worden de kolken van het riool minder vaak schoongemaakt en neemt dus de kans op wateroverlast na een hevige regenbui flink toe.”

Om het belang van samenwerking te onderstrepen werd tijdens de bijeenkomst door de provincie Utrecht, waterschappen en vertegenwoordigers van een groot aantal Utrechtse gemeenten de Intentieverklaring Meerlaagsveiligheid ondertekend. Doel is om op alle lagen de waterbestendigheid van de provincie te vergroten: door het aanleggen en onderhouden van waterkeringen, het beperken van de gevolgen van overstromingen via ruimtelijk beleid en adequaat crisismanagement mocht het toch tot een overstromingen komen.

Patrick van Domburg, burgemeester van IJsselstein en lid van het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Utrecht lichtte toe: “We willen op dit terrein minder een bestuurlijke lappendeken zijn en meer samenwerking tot stand brengen.” Later dit jaar wordt er een Stuurgroep Meerlaagsveiligheid in het leven geroepen, die voor die samenwerking en samenhang moet gaan zorgen.

Groepsdiscussie

In het groepsinterview ging het als eerste over de vraag wat er in een toekomstig coalitieakkoord zou moeten worden opgenomen over ruimtelijke adaptatie. Volgens wethouder Geerdes in ieder geval dat de gemeente een stresstest laat uitvoeren. “Dan weten we welke problemen we gaan tegenkomen.” Wethouder De Kruif: “En maakt de coalitie afspraken over nieuwbouw? Dan moet het klimaat daar direct bij betrokken worden.”

Hermen Borst is het daarmee eens: “Maak een soort principe-afspraak dat bij elke ruimtelijke ontwikkeling klimaatadaptatie voorwaardelijk wordt meegenomen. Het is namelijk in sterke mate een ruimtelijke opgave. En veel geld heb je er niet voor nodig. Zeker niet als je het slim doet en de benodigde maatregelen al in een vroegtijdig stadium meeneemt.”

Constantijn Jansen op de Haar, hoogheemraad van Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden, benadrukte op zijn beurt het belang van samenwerking. “We willen graag met de gemeenten meedenken over de vormgeving van ruimtelijk ontwikkelingen, zodanig dat het klimaat geaccommodeerd wordt.”

Wino Aarnink, directeur Rijkswaterstaat Midden-Nederland, wees erop dat met het gelijknamige Deltaplan het thema ruimtelijk adaptatie echt op de politieke agenda is gezet. “Nu is de tijd aangebroken om tot uitvoering over te gaan. Maar dan wel zoveel mogelijk samen. Zo bezien is het geen slecht idee om water en ruimtelijke ordening in een portefeuille onder te brengen. Zowel bij gemeenten als bij de provincie.”

Borst: “Dat onderschrijf ik volledig. Alles komt immers samen in de omgevingsvisie. Dan is het heel verstandig om de portefeuilles water, ruimte maar ook groen, samen te voegen. Op die manier kun je de opgaven in het fysieke domein veel meer in samenhang bezien.”

Nieuwe kwaliteiten

Een ander aandachtspunt vormen de inwoners. Geerdes: “Geef de goede voorbeelden. Ruimtelijke adaptatie levert namelijk ook nieuwe kwaliteiten op. Maak het leuk voor de mensen om hiermee aan de slag te gaan.”

Jansen op de Haar: “Samenwerking met gemeenten is voor ons ook in dat opzicht cruciaal. Waterschappen staan iets toch verder van de samenleving af. Samen met gemeenten kunnen we de inwoners beter bereiken."

Dagvoorzitter De Jong: “Het is absoluut belangrijk om ook bij de lokale bevolking de bewustwording te vergroten. Laten we verder vooral niet teveel praten en intentieverklaringen ondertekenen. Wat je kunt doen, doe dat ook.”

  • Klik hier voor het nieuwsbericht van de provincie Utrecht over de ondertekening van de Intentieverklaring Meerlaagsveiligheid.
  • Meer informatie vindt u op het kennisportaal ruimtelijke adaptatie: www.ruimtelijkeadaptatie.nl.