23nov

Najaarscongres 2018 - opmaat naar de provinciale verkiezingen

Gemeenten hebben behoefte aan provinciaal maatwerk 

‘One size fits all’. Dat uitgangspunt lijkt ten grondslag te liggen aan provinciale regelgeving. “Gemeenten hebben echter veel meer behoefte aan maatwerk”,  stelde wethouder Hans Boerkamp van Rhenen, voorheen lid van Provinciale Staten van Utrecht tijdens het Najaarscongres van VNG Utrecht.

Het Najaarscongres ‘Opmaat naar de provinciale verkiezingen’ werd gehouden in Renswoude. De bijeenkomst stond vrijwel geheel in het teken van het nog op te stellen ‘Manifest van de Utrechtse gemeenten’ dat de VNG afdeling Utrecht in de aanloop naar de verkiezingen van 20 maart 2019 wil aanbieden aan de fractievoorzitters c.q. onderhandelaars voor een nieuw college van Gedeputeerde Staten.

Zo bezien was volgens burgemeester Petra Doornenbal van Renswoude de locatie voor het congres, het bezoekerscentrum van de Grebbelinie, goed gekozen. Op het snijvlak van drie gemeenten en twee provincies en thuishaven van gebiedscoöperatie O-gen. “Hier komen veel dingen samen.”

‘Ga het gesprek aan’ 

Na de Algemene Ledenvergadering (klik hier voor het concept-verslag) stond het congres in het teken van de wensen en aanbevelingen van de Utrechtse gemeenten voor het provinciale beleid voor de komende vier jaar. De aftrap gaf voorzitter Maarten Divendal van VNG Utrecht in een kort interview met wethouder Hans Boerkamp.

In die functie was hem - na jaren actief te zijn geweest in de provinciale politiek - vooral opgevallen hoe belemmerend de regels die de provincie gemeenten oplegt kunnen uitpakken. “Regels zijn er om grenzen te stellen maar ook om te faciliteren. Daarin schiet de provinciale regelgeving nog wel eens tekort. Te vaak komt er vanuit de provincie regelgeving op gemeenten af, volgens het uitgangspunt ‘One size fits all.’ Wij hebben als gemeenten daarentegen veel meer behoefte aan maatwerk. Daar zou ik graag een oplossing voor zien. Met name op ruimtelijk gebied: denk aan wonen, landbouw, detailhandel.”

Boerkamp erkent dat gemeenten te snel geneigd zijn te denken dat iets niet mag van de provincie. “Uit eigen ervaring weet ik namelijk dat er wel degelijk heel veel mogelijk is. Ga dus altijd het gesprek aan en probeer er samen met de provincie uit te komen. Het is ook een kwestie van de juiste houding.”

In het algemeen pleit hij voor meer contact. “Bestuurlijk is het overleg tussen de provincie Utrecht en de gemeenten al heel goed. Maar ik zou graag zien dat met name ook op ambtelijk niveau het gesprek op gang komt. Dat is hard nodig om tot oplossingen te komen en te voorkomen dat projecten nodeloos worden stil gelegd.”

Manifest Utrechtse gemeenten

In zes workshops werd vervolgens ingezoomd op de voornaamste thema’s, die in het manifest aan de orde zouden moeten komen.

Op het terrein van economie en bedrijvigheid staan provincie en gemeenten voor de enorme opgave om de verwachte groei te accommoderen. Volgens de deelnemers moet daartoe het samenspel tussen beide partijen anders worden vormgegeven: minder directief, meer van onderaf, met oog voor zowel het regionaal en provinciaal belang als het lokale belang. Dat vraagt enerzijds om de nodige assertiviteit van gemeenten: ze moeten weten wat ze willen en reële keuzes maken. Het is aan de provincie om de dialoog te organiseren en de eigen positie te verduidelijken.

Ook mobiliteit stelt Utrecht voor de nodige uitdagingen. Volgens de Utrechtse gemeente kan mobiliteit niet los worden gezien van woningbouw en werkgelegenheid. Het is zaak die elementen met elkaar in verbinding te brengen. Dus: concentreer de woningbouw zoveel mogelijk op die locaties waarvan de bereikbaarheid optimaal is en de werkgelegenheid zich bevindt. Houd oog voor de bereikbaarheid van de buitengebieden en de kleine kernen. En ontwikkel een systeemvisie op het fietsnetwerk. De vereiste kwaliteit voor snelfietsverbindingen vergt immers veel meer ruimte dan een traditioneel fietspad.

Het landelijk gebied heeft te maken met de effecten van maar liefst vier transities: in de landbouw, op het gebied van energie, ten aanzien van voedsel, en met betrekking tot het wonen. Dat leidt tot een toenemende druk op het buitengebied. Het platteland is immers een plek waar wonen, werken en recreëren gecombineerd moeten kunnen worden. Om die opgaven goed te kunnen vormgeven is meer regionaal overleg nodig dan nu het geval is. De provincie zou hierin het voortouw moeten nemen, vinden de gemeenten.

Ten aanzien van de woningbouwopgave erkennen de Utrechtse gemeenten dat concentratie noodzakelijk en dus onontkoombaar is. Maar het gaat daarbij niet alleen om het halen van de aantallen. Er moet een breed gedragen, integrale visie op de woningbouwopgave komen, die recht doet aan de omvangrijke woningbehoefte in de regio, rekening houdt met de specifieke behoeften en het behoud van de vitaliteit van de kleine kernen en de ruimtelijke kwaliteiten van de provincie Utrecht geen schade berokkent. Een goede afstemming tussen provincie en gemeenten is hierbij noodzakelijk.

Afstemming en samenwerken zijn ook een vereiste voor het realiseren van de doelstellingen op het terrein van energietransitie en klimaatadaptatie. Er moet erkenning zijn voor het spanningsveld tussen stad en platteland. De stad heeft immers niet de ruimte die het platteland wel tot zijn beschikking heeft. Toch zouden ook de kansen in stedelijk gebied gepakt moeten worden. Nimby-gedrag, bijvoorbeeld ten aanzien van windenergieprojecten, moet zoveel mogelijk op regionaal niveau worden bestreden, met de provincie als doorzettingsmacht. Ook is meer kennisdeling gewenst. Iedere gemeente is immers met deze opgave aan de slag. Dan is het goed om van elkaar te weten wat men allemaal aan het doen is. De provincie kan hierin het voortouw nemen.

Gemeenten zijn blij met de wijze waarop de provincie invulling geeft aan de portefeuille cultureel erfgoed/recreatie. Zij ervaren de nodige ondersteuning met kennis en deskundigheid. Daar kan nog wel iets worden toegevoegd. Gemeenten zijn op allerlei plekken bezig met bovenlokaal cultureel erfgoed, waarover prachtige verhalen te vertellen zijn. In het bovenlokaal betekenis geven kan de provincie zeker nog een rol vervullen, zo vinden de gemeenten.

Lijsttrekkersdebat

De verschillende thema’s zullen de komende tijd verder worden uitgewerkt, aldus voorzitter Maarten Divendal in zijn slotwoord. Zij komen bovendien nadrukkelijk ter sprake tijdens het lijsttrekkersdebat dat VNG Utrecht en de provincie Utrecht voorafgaand aan de provinciale verkiezingen in maart 2019 organiseren. Meer informatie daarover volgt via deze website.